Willem Frederik Hermans Beeld foto Ed van der Elsken, bewerking Mart Veldhuis
Willem Frederik HermansBeeld foto Ed van der Elsken, bewerking Mart Veldhuis

W.F. Hermans-jaar

Op zijn honderdste geboortedag is W.F. Hermans gedateerd als polemist, maar als romancier springlevend

Een gedenksteen, een tentoonstelling en talloze publicaties: Willem Frederik Hermans staat weer volop in de belangstelling vanwege zijn honderdste geboortedag. Maar wat heeft zijn werk de lezer nu nog te bieden?

Zoete wraak voor Willem Frederik Hermans: dinsdag 31 augustus wordt er een gedenksteen voor hem onthuld in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. De stad had hem in 1986 nog tot persona non grata verklaard, omdat hij lezingen had gegeven in het geboycotte Zuid-Afrika.

Hermans was destijds razend over het besluit van de gemeente. Hij trok zich terug in Parijs, waar hij toch al woonde, en meed de ‘smerigste en misdadigste stad van Europa’ voortaan als de pest. Pas in 1993, bij de presentatie van zijn boekenweekgeschenk In de mist van het Schimmenrijk, keerde hij voor langere tijd in zijn geboortestad terug.

Willem Frederik Hermans-jaar

Op 1 september, zijn honderdste geboortedag, ­begint het Willem Frederik Hermans-jaar. Het Willem Frederik Hermans Instituut organiseert tentoonstellingen en audiovisuele retrospectieven en zal met verschillende partners een reeks boeken over Hermans uitbrengen.

Daaronder valt ook het 24ste en laatste deel van Hermans’ Volledige Werken, dat op 1 september 2022 in de Nieuwe Kerk gepresenteerd moet worden als feestelijke afsluiter van het Hermansjaar.

Buiten het instituut om verschijnen er nog meer boeken die gewijd zijn aan de schrijver en zijn werk. Zo zijn er de essaybundel Hermans Honderd en de ‘fotobibliografie’ Van pulp tot Pléiade, waarin de omslagen van Hermans’ boeken staan afgebeeld.

Deze omslagen zijn ook te zien op een tentoonstelling in het Huis van het Boek in Den Haag. Bovendien komt NPO’s Docs op 1 september met een Hermans-podcast.

In 2005, tien jaar na zijn overlijden, kreeg hij alsnog postuum eerherstel van Amsterdam. Burgemeester Job Cohen ging door het stof bij de presentatie van deel één van Hermans’ Volledige Werken. Hij noemde de houding van de stad ‘niet verstandig’ en betreurde het ‘niet smetteloze verleden’.

En nu dus die gedenksteen, te onthullen door Femke Halsema, de huidige burgemeester van Amsterdam, en Guy Verhofstadt, oud-premier van België en nu Europarlementariër. Verhofstadt zal ook een lofrede houden, die hij tijdens zijn vakantie heeft voorbereid. De gezagsdragers hebben het maar druk met de grote schrijver en ooit zo gevreesde polemist.

Prietpraat

Het is de vraag of Hermans gecharmeerd zou zijn van het eerbetoon, want in 1987 schreef hij over de viering van het honderdste sterfjaar van Multatuli: “Behalve met een lelijke postzegel, met prietpraat in de Nieuwe Kerk, en met een monumentje dat hoofdzakelijk uit een afgekloven ribbenkast bestaan zal (spreekt vanzelf als je bedenkt wie zijn uitgevers waren en zijn) wordt Multatuli met opschepperij gehuldigd. Zelfs zijn Volledige Werken zijn nog lang niet volledig.”

Om de parallellie nog verder te benadrukken: ook de voltooiing van Hermans’ eigen Volledige Werken laat op zich wachten.

Het goede nieuws is in elk geval dat Hermans ruim een kwart eeuw na zijn dood nog steeds wordt gelezen, ook door middelbare scholieren. Op de leeslijst van havo- en vwo-scholieren staan twee van zijn boeken in de top 30, zo turfde de Nijmeegse letterkundige Jeroen Dera vier jaar geleden: De donkere kamer van Damokles en Het behouden huis. Het wetenschappelijk onderzoek naar zijn werk is ook nog altijd springlevend.

Maar wat heeft Hermans de huidige lezer eigenlijk nog te vertellen? Wat maakt zijn oeuvre anno 2021 nog de moeite waard? Drie Hermans-liefhebbers geven antwoord op deze vragen.

Willem Frederik Hermans Beeld foto Ed van der Elsken, bewerking Mart Veldhuis
Willem Frederik HermansBeeld foto Ed van der Elsken, bewerking Mart Veldhuis

Schrijver P. F. Thomése: Met de furie waarmee hij iedereen te lijf ging, bestreed hij ook zichzelf

Veel mensen hebben een afschuw van Hermans vanwege zijn furieuze persoonlijkheid. Hij was in de brave, naoorlogse periode een enorme tegenstem. Een onaangepaste die iedereen op de kast joeg. Voor mij als puber was dat juist de reden om hem te omarmen.

Als mediapersoonlijkheid is Hermans inmiddels gedateerd, ook omdat je nu overal tegenstemmen hoort. We worden door gevaarlijke gekken omringd. De tegenstem werkt niet meer in een wereld die één grote tegenstem is geworden.

Maar zijn boeken zijn nog steeds onverminderd van belang. Daar vind je een heel andere Hermans. De schrijver, eenzaam achter zijn bureau, was gevoelig voor kwetsbare en bange mensen. Zijn personages worden wreed beroofd van hun laatste zekerheden. Ze belanden in een wereld met spelregels die ze niet kennen of die buiten hen om veranderd zijn. Dat sprak mij als jonge lezer erg aan. Het was alsof de landkaart van mijn eigen gevoel werd opengevouwen, inclusief mijn levensangst.

Hermans is een erg goede verteller. Hij roept met gemak hele werelden op, zoals een verzetsgroep of een desolaat Noors landschap. En hij schept er op een sadistische manier behagen in om zijn personages naar de afgrond te leiden. Die personages zijn tragische slachtoffers, maar Hermans is de grote marionettenspeler die het spel doorziet en er met genoegen verslag van doet.

Dat dubbele spoor zit in al zijn werk. Boven de tragische personages uit klinkt de superieure, troostrijke stem van de schrijver. ‘Agressief medelijden’ noemt hij dat. In schitterende, ijzersterke zinnen ontvouwt hij zijn misantropische wereldbeeld.

Het lezen van Hermans is niet zonder ­gevaar. Hij voedt je met een sterk wantrouwen ten opzichte van de autoriteiten en van wat je op school krijgt voorgeschoteld. Toen ik hem had gelezen, vond ik het moeilijk om weer naar school te gaan. Ik was ongeschikt geraakt voor de lessen Nederlands, want ik wist het ineens beter.

Hermans schreef met een totale inzet, vanuit een noodzaak. Het was voor hem erop of eronder. Het ging hem om de ontmaskering van oplichters, om het doorprikken van hypocrisie, ook al gooide hij daarmee zijn eigen ruiten in. Met de furie waarmee hij alles en iedereen te lijf ging, bestreed hij ook zichzelf. Dat is een zeldzame kwaliteit die hij deelde met Multatuli. Ik hoop dat hij nog lang wordt gelezen.

Elsbeth Etty, neerlandica, recensente en columniste: Van zijn karikaturale vrouwbeeld heb ik persoonlijk weinig last

Hermans was een briljant romancier. Mijn twee favoriete romans van hem zijn De donkere kamer van Damokles en De tranen der acacia’s. Die heb ik nog geregeld herlezen. De Tweede Wereldoorlog speelt in beide een belangrijke rol. Dat blijft een actueel onderwerp, zeker door de manier waarop Hermans erover schrijft: raadselachtig, multi-interpretabel. Elke generatie zal er weer iets anders in lezen.

Hij schrijft vaak over het grensgebied tussen collaboratie en verzet. Dat is een universeel thema waar een grote spanning in zit. Kwesties als afzijdigheid of verzet spelen eigenlijk bij alle conflicten. Hermans zet je erover aan het denken, ook als je niets met de Tweede Wereldoorlog hebt. Hij schetst de worsteling in het individu zelf: wat moet je doen? En, terugblikkend: was het goed of slecht wat je hebt gedaan? Het wordt bij hem absoluut niet eenduidig. Het is altijd meerlagig, hét kenmerk van goede literatuur.

Stilistisch vind ik hem niet verouderd; hij was van het modernisme, waardoor hij prima leesbaar is gebleven. Van zijn karikaturale vrouwbeeld heb ik persoonlijk ook weinig last. Je moet dat in zijn tijd plaatsen. Hella Haasse heeft er een mooi essay over geschreven. Zij vond Hermans’ vrouwbeeld niet kwalijk. Integendeel, ze gaf diverse voorbeelden van vrouwelijke personages die Hermans wel degelijk had uitgediept.

Behalve romancier was hij ook polemist. Op dat vlak vind ik hem niet erg sterk. Zo’n boek als Mandarijnen op zwavelzuur is ontzettend gedateerd, terwijl ik toch best hou van een potje literair schelden. Maar je kunt er nu nauwelijks meer om lachen, ook omdat we degenen over wie hij schrijft niet meer kennen.

Verder heeft Hermans ook literaire kritieken geschreven. Dat was echt van dik hout zaagt men planken. Ik heb er een hoofdstuk aan gewijd in de bundel Hermans Honderd, die op 1 september verschijnt. In zijn kritieken stelt hij niet het werk dat hij bespreekt centraal, maar zijn eigen opvattingen. Hij misbruikt het besproken werk als kapstok voor zijn eigen ideeën. En zoals hij postuum tekeerging tegen Menno ter Braak, dat was ver beneden niveau – een heksenjacht.

Kortom, Hermans is gedateerd als polemist en onbruikbaar als criticus. Maar zijn romans blijven absoluut overeind.

Mechteld Jansen, neerlandica en literair stadsgids bij Booklovers’ Tours in Amsterdam: Een beklemming die waarachtig aanvoelt, als het leven zelf

Ik hou erg van Hermans’ werk. Zijn thema’s zijn nog steeds actueel. Hij schrijft over mensen die worstelen met hun bestaan. Zijn personages vragen zich af: hoeveel begrijp ik van de wereld om me heen? En als ik van een verkeerde veronderstelling uitga, wat blijft er dan van me over? Raak ik dan vermorzeld tussen mijn eigen ideeën en die van de machthebbers?

Dit lijkt op de manier waarop veel millennials nu in het leven staan. Zij hebben geen huis en geen vaste baan, en zijn niet in de positie om daar iets aan te veranderen. Qua thematiek en levensgevoel zou Hermans’ werk hen toch moeten aanspreken?

De donkere kamer van Damokles is een goede eerste kennismaking met zijn wonderlijke universum. Je raakt verdwaald in een wereld waarvan je niet meer weet hoe die in elkaar zit. Ook Paranoia is heel knap. Het roept een beklemming op die waarachtig aanvoelt, als het leven zelf.

Hermans heeft ook veel humor. Zijn werk zit vol taalgrapjes en leuke gedachtesprongen. Absalom, die verstrikt raakte met zijn haardos, laat hij bijvoorbeeld rijmen op kapsalon. Grappig is ook de brief waarmee Hermans in 1971 de P.C. Hooft-prijs weigerde. De minister van cultuur had hem 18.000 gulden beloofd, maar dat bleek een dag later een typfout; het was maar 8000 gulden. Hermans schreef toen: ‘Men kan nauwelijks verwachten dat een schrijver zich bijzonder vereerd zal voelen wanneer hij bekroond wordt door een minister wiens handtekening van de ene op de andere dag fl. 10.000 in waarde daalt.’

Stilistisch is zijn werk nu minder toegankelijk. Zijn boeken zijn te traag en te taalrijk. Veel woorden moeten we nu opzoeken, zoals neuswarmer (korte pijp) en cognossement (document voor vrachtvervoer op zee). Zijn denigrerende vrouwbeeld stoorde me ook weleens, bijvoorbeeld in de roman Au pair. Maar je moet dat in de tijd zien. En je kunt niet van een misantroop verwachten dat hij voor de helft van de mensheid een uitzondering maakt.

Voor NPO’s Docs heb ik meegewerkt aan een Hermans-podcast die op 1 september verschijnt. Je hoort er een historisch interview met hem. En hij leest voor uit zijn ­poëtische roman De God Denkbaar, Denkbaar de God. Erg leuk om naar te luisteren.

Lees ook:

Tien jaar na zijn dood houdt ‘De Aanslag’ Harry Mulisch nog altijd fier overeind

Hoe houdbaar is het werk van Harry Mulisch? Tien jaar na zijn dood scoort de schrijver nog altijd goed, al lijken zijn symboliek en zijn vrouwelijke personages ietwat achterhaald.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden