Subcultuur

Op Instagram gloreert graffiti als nooit tevoren

Beeld van het Instgramaccount van ambtenaar en CDA'er Ibrahim Wijbenga

Als ze vragen of hij aan sport doet, zegt Pieter dat hij weleens een stukje wandelt, of hardloopt als dat zo uitkomt. In werkelijkheid zijn dat slechts bijzaken bij zijn echte hobby: graffiti spuiten. Rennen doet hij alleen als hij betrapt dreigt te worden. Wie denkt dat graffiti iets is van de vorige eeuw, zit ernaast. De subcultuur die eind jaren zeventig vanuit New York naar Nederland overwaaide, is springlevend – en volwassen geworden. Mede door de komst van internet zijn er meer mogelijkheden om te zien en gezien te worden. Want daar draait het om bij graffiti: bezit nemen van de openbare ruimte en laten zien dat je bestaat. Precies wat mensen ook doen op sociale media.

Pieter is al meer dan de helft van zijn leven bezig met graffiti. Het is zijn passie, die soms tegen het obsessieve aanschurkt. Als scholier werd hij er soms de hele dag door in beslag genomen. “Als ik ’s morgens een mooie muur zag, was ik de hele dag bezig vrienden te ronselen zodat we er ’s avonds op uit konden.” Nu is hij rond de dertig en heeft hij meer rust, maar nog altijd gaat zijn hart sneller kloppen als hij ziet dat een trein gunstig op het rangeerterrein staat. Klaar om bespoten te worden.

'Graffiti-artiesten heten ‘schrijvers’ en eigenlijk willen ze allemaal zeggen: kijk eens, ik besta'Beeld Instagram account van Ibrahim Wijbenga

Voor Pieter, die liever anoniem wil blijven omdat spuiten nog altijd strafbaar is,  is graffiti trouwens geen hobby maar sport. Niet door dat sporadische sprintje, het gaat in het wereldje vooral om de competitie. Allemaal willen ze de beste zijn, de ‘strakste piece’ zetten, op de ‘linkste plek’ en het meest aanwezig zijn in de buitenruimte. En tegenwoordig spelen ook sociale media een belangrijke rol. Het is niet meer alleen belangrijk om ‘up’ te zijn in de stad, maar is het ook zaak om online ‘up’ te zijn. 

Het is best druk op de apenrots en sociale codes zijn erg belangrijk. Over elkaars werk heen spuiten is bijvoorbeeld ‘not done’. Maar vastgestelde regels zijn er niet, dus in principe kan iedereen het spel spelen zoals hij zelf wil, zegt Pieter. Het risico bestaat dat je ruzie krijgt met types die er een andere moraal op nahouden. “Ik ken wel mensen die in het ziekenhuis terecht zijn gekomen met ernstige verwondingen.” 

Graffiti is een manier om territorium af te bakenen: ‘als een hond die overal piest.’

“Graffiti-artiesten heten ‘schrijvers’ en eigenlijk willen ze allemaal zeggen: kijk eens, ik besta”, zegt Richard van Tiggelen van Dutch Graffiti Library, het instituut dat al 35 jaar Nederlandse graffiti-uitingen verzamelt. In het boek ‘Watching my name go by’ uit 1974 over graffiti in New York wordt al uitgelegd dat graffiti meer is dan vandalisme; het is voor jongeren een manier om zich te identificeren, met een handtekening die ze in de vorm van ‘tags’ (een snelle krabbel), of ‘pieces’ (een tekening met ingekleurde letters) verspreiden, een manier om territorium af te bakenen. “Als een hond die overal piest.”

Kunst wil Van Tiggelen graffiti niet noemen: “Hoogstens kunstzinnig, het is meer een vorm van expressie. Wel is het een fundament voor veel kunststromingen, zoals urban art, street art en contemporary art.” Ook straatkunstenaar Banksy begon ooit als ‘schrijver’.

Waar het in de begindagen moeilijk was om te zien hoe de cultuur zich ontwikkelde over de verschillende werelddelen en je soms met moeite aan zelf gestencilde blaadjes met foto’s kon komen, kun je nu door Instagram direct zien wat er in Berlijn, Parijs of New York gebeurt.

Beeld Dutch Graffiti Library

Voor Dutch Graffiti Library is Instagram dan ook bron van informatie en een manier om de eigen collectie te laten zien. “De wereld is open, alles is nu veel internationaler.” Maar het heeft ook nadelen, zegt Van Tiggelen. “Je mist de echte ‘beleving’. Net als bij een voetbalwedstrijd: die beleef je toch het best in een stadion.”

Pieter zet zijn werk niet zelf op Instagram, dat vindt hij niet ‘real’. Maar hij vindt het wel tof als hij wordt gezien door bekende spotters. Het gaat hem vooral om de actie van het spuiten, hij noemt zichzelf ‘een motivator’. In elke verse muur, trein of geluidsscherm ziet hij een nieuw projectje en hij geniet van de adrenaline die daarbij vrijkomt. Soms is hij wel een paar uur bezig met zo’n scherm langs de snelweg. “Bij elke auto moet je gaan liggen. Pas als hij voorbij is kun je weer een streepje zetten.” Elk canvas heeft zijn eigen charmes, maar vooral van treinen wordt hij vrolijk, omdat die het hele land doorrijden. Dan is de kans dat je wordt gespot groter. 

Jeugdliefde

Een van die spotters is Ibrahim Wijbenga, voormalig raadslid, tegenwoordig ambtenaar, lid van het CDA en een fanatieke graffiti-Instagrammer met een grote schare fans. Dagelijks trakteert hij zijn meer dan 11.000 volgers op foto’s van treinen en muurtjes in vrolijke kleuren. Ook Pieter volgt Wijbenga en hij is best trots als hij daar zijn eigen werk voorbij ziet komen. Wijbenga woont in Amsterdam, werkt in Den Haag en reist met de trein. Aanvankelijk begon hij zijn instagram-account voor de lol, ‘gewoon een beetje plaatjes van zijn dochtertje posten’. Maar toen ging hij foto’s plaatsen van de graffiti die hij tijdens het forenzen tegenkwam.

“Het voelde alsof ik opnieuw verliefd werd op een jeugdliefde”, zegt Wijbenga. Hij kan oprecht blij worden van een goed gemaakte piece, of een tof character (poppetje). Zijn echte vrienden werden stapelgek van zijn vernieuwde verliefdheid en ontvolgden hem, maar daarvoor in de plaats kreeg hij duizenden graffiti-fans terug.

Zijn passie voor graffiti deed hij op in zijn jeugd in Eindhoven. Een vriend van een vriend van hem zat in het wereldje. “We woonden in een nette en saaie buurt. En met graffiti was het alsof New York naar ons toe kwam.” Zelf was hij geen echte ‘schrijver’; hij heeft weleens een ‘piece’ gezet, “maar eigenlijk mag het geen naam hebben”.

Dankzij het spotten is hij nu toch een bekende in de Nederlandse graffiti-scene, al werd hij aanvankelijk gewantrouwd. “Als je mij googelt dan zie je dat ik actief ben in de politiek en lid ben van het landelijke platform voor jeugdcriminaliteit. Ze twijfelden aan mijn integriteit.” En als er in het wereldje twijfels bestaan over je betrouwbaarheid, kun je wel inpakken.

Sommige jongens leven voor de graffiti, die zijn werkloos en doen de hele dag niets anders. Het kan verslavend werken en als de gewone adrenalinekick niet meer genoeg is, dan lonken drugs en criminaliteit. Ook Wijbenga kreeg in het verleden wel commentaar van ongure types over zich heen, maar daar had hij maling aan. “Graffiti is onderdeel van de openbare ruimte. Als je niet wil dat ik jouw piece fotografeer, doe je het maar op een stuk karton in je achtertuin.”

Telefoon als spuitbus

Voor wie zelf ook weleens graffiti wil spuiten, maar niet de buitenruimte wil bekladden is er nu de app ‘Digital Sprayers', die gebruik maakt van augmented reality. Op een echte muur kun je een virtuele tag of pieve zetten, die anderen die de app ook hebben geïnstalleerd, op hun telefoon terug kunnen zien. 

Bedenker Jonathan Levain studeerde af aan de Design Academy in Eindhoven en wil met de app vrijheid van meningsuiting en de stem van jongeren in de democratie bevorderen. De app is voorlopig alleen beschikbaar voor iPhone, maar Levain werkt aan een versie voor Android. 

Brave vijftigers

Sociale media hebben nog een ander gevolg weet Van Tiggelen van Dutch Graffiti Library. De grondleggers van de graffiti-cultuur in Nederland, inmiddels brave vijftigers met vaste banen, herontdekken nu hun oude hobby. Het begint met het volgen van een instagram-account en dan gaat het weer kriebelen.

“Van het een komt het ander en voor je het weet, staan ze op zondagmiddag weer een muurtje te doen met oude vrienden en een biertje in de hand. Wel legaal, op aangewezen plekken, uiteraard. Zo brengen sociale media vrienden na lange tijd weer echt samen.”

Pieter is niet de echte naam van de graffiti-artiest. Die is wel bekend bij de hoofdredactie.

Lees ook:
Het lawaai in de stad aangenaam maken? Dat kan, met hulp van kunstenaars. 

Lawaai kan de stad een kwelling maken voor het oor. Maar geluid kan een stad ook veraangenamen, mits goed vormgegeven. Daarvoor heb je kunstenaars nodig, zegt de Leidse hoogleraar Marcel Cobussen.

Steeds vaker vraagt u zich af: voegen sociale media nog wel iets toe aan mijn leven? 

Nederlanders zijn het afgelopen jaar minder sociale media gaan gebruiken, blijkt uit onderzoek. Maar ze zijn nog altijd 79 minuten per dag aan hun schermpje gekluisterd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden