RecensieKlassiek

Op het puntje van je stoel door muzikale bezieling

Koning Willem-Alexander overhandigt de Erasmusprijs aan John Adams. Beeld ANP

Klassiek
Radio Filharmonisch Orkest
John Adams
★★★★☆

Erg goed en mooi: wederom een eerbetoon aan Reinbert de Leeuw tijdens de ZaterdagMatinee. De componist en kersverse Erasmusprijswinnaar John Adams, die een volledig programma met eigen werk dirigeerde, nam de microfoon ter hand en liet weten de uitvoering van ‘Harmonielehre’ op te dragen aan zijn onlangs overleden collega.

En het leek wel alsof het stuk van deze Amerikaanse publiekslieveling een extra dramatische ondertoon meekreeg. In Harmonielehre, dat zowel het minimalisme als laatromantische harmonieën in zich draagt, gingen de cellisten van het Radio Filharmonisch Orkest mild en soepel te werk en klonken de roffels achter op het podium dubbel dreigend. De algehele ­bezieling onder de musici bracht een waarachtige luisterervaring teweeg.

Vóór Harmonielehre hadden we de punt van de stoel al bereikt in Adams’ pianoconcert ‘Must the ­Devil Have All the Good Tunes?’ uit 2018. De noten die Vikingur Ólafsson voor zijn rekening nam, een ­indrukwekkende hoeveelheid, stonden genoteerd op zijn iPad. Nonchalant hobbelde hij er de trap mee af. Een snelle, kordate buiging volgde. En die laatste beweging verried hoe de muziek onder zijn handen zou gaan klinken.

In dit derde pianoconcert van Adams, dat zijn Nederlandse première beleefde, zit veel wat een beetje Adams-adept al kent, maar dat maakte de sensatie er niet minder om. Voor een uitverkochte Grote Zaal van het Concertgebouw leverde Ólafsson een ritmische krachttoer af binnen drie aaneengesloten delen. Van lyriek is nauwelijks sprake in dit concert, de inventieve drive daarentegen kent geen grenzen.

Soms zochten orkest en solist ­elkaar, niet alles liep op z’n strakst, maar de altijd wat onderkoelde toon van de IJslander Ólafsson sloot naadloos aan op Adams’ flitsende idioom. Hoe spannend, dat ongemak in de hoge strijkers en die ­unheimische fluiten of de trage donkerte van de basgitaar. Ólafsson zette er wufte pianonootjes en een quasi-improvisatorisch lijntje ­tegenover.

Ook de ouverture ‘I Still Dance’ (2019) was nog niet eerder in ons land te horen. De aanstekelijke swing – net als de andere composities no-nonsense gedirigeerd – werkte al geweldig; de laatste ­seconden waarin het stuk opeens, en toch volkomen logisch, tot stilstand kwam, waren ronduit verbluffend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden