Review

Op een multicultureel eilandje

David Mitchell staat bekend als een vertelvirtuoos. Maar zijn nieuwe roman over de Nederlands-Japanse liefde, spreekt niet alleen het hoofd aan, vindt Rob Schouten.

Rob Schouten

Historische romans gaan over historische gebeurtenissen, natuurlijk, maar de meeste historische romanschrijvers gooien er ook graag wat fictie door, bij voorkeur een liefdesgeschiedenis. Dat geeft het verhaal rond de historische feiten niet alleen een warme gloed maar stelt de schrijver ook in staat om cultuur, zeden en gewoonten onder een speciaal licht te benaderen en meer nog, om een eeuwig thema der mensheid uit te beelden.

In de roman ’De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet’ van de Britse schrijver David Mitchell (1969) gaat het om de amourette tussen de achttiende-eeuwse Japanganger Jacob de Zoet en de plaatselijke schone Orito. Het verhaal speelt zich af op het eilandje Deshima, voor de kust van Nagasaki, bekend terrein voor de Nederlandse lezer die vroeger op school leerde dat het de enige plaats in Japan was waar Europeanen zich mochten vestigen en bewegen.

Van de zeventiende tot de negentiende eeuw hadden de Hollanders er een factorij van de Oost-Indische compagnie, die behalve als handelsbasis ook fungeerde als culturele stepping stone tussen het Westen en het Verre Oosten. Allerlei geleerden arriveerden er om van daaruit de Japanse cultuur te verkennen. Omgekeerd was het een venster van Japan op het Westen. Onder het bewind van Napoleon was Deshima zelfs de enige plaats waar de Nederlandse vlag nog wapperde.

Het eilandje zelf, piepklein, was een multiculturele smeltkroes waar allerlei Europeanen en Japanners zich door elkaar heen bewogen met alle integratieproblemen van dien. Een geschikt decor dus om onze huidige maatschappij te weerspiegelen.

David Mitchell, postmodern verteller uit de school van Italo Calvino en bekend van boeken die meestal druk heen en weer bewegen door locaties en culturen, heeft in deze roman met Deshima juist een begrensd en stabiel oord gekozen. Ongetwijfeld werd hij aangetrokken door het multiculturele aspect van het eilandje, maar de gebeurtenissen spelen zich in een klein kader af.

Jacob de Zoet, Zeeuws domineeszoon, arriveert in 1799 op Deshima, met het werk van de verlichte econoom Adam Smith in zijn kontzak. Daar stuit hij op een gefossiliseerde samenleving, zowel van Hollandse als van Japanse kant. Hollands rol is als wereldmacht allang uitgespeeld maar ons land bezit nog steeds zijn bevoorrechte positie in Japan. De factorij wordt echter geteisterd door de corruptie en de geldzucht van de bewindvoerders. Japan is nog altijd een gesloten maatschappi, maar staat op het punt open te breken.

In dit overgangsklimaat bloeit de liefde op tussen Jacob de Zoet en de Japanse vroedvrouw Orito. Dat kan natuurlijk niet. Orito verdwijnt naar het vasteland om in een klooster te treden, Jacob verbijt zijn liefde en probeert de verloederde factorij tegen Britse aanvallen te beschermen. Het klooster waarin Orito is getreden blijkt er in het geheim onoorbare praktijken op na te houden. De mismaakte kloosterlingen (ook Orito heeft een brandvlek in haar gezicht) worden systematisch door monniken verkracht en de kinderen die er het gevolg van zijn worden geofferd. Aan het eind wordt het misdadige klooster, waaruit Orito vlucht maar weer naar terugkeert, ontmaskerd en ontmanteld.

De gebeurtenissen op Deshima en het Japanse vasteland vinden plaats aan de vooravond van een nieuwe wereld met nieuwe verhoudingen. In dat opzicht verwijst ’De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet’ onmiskenbaar naar onze eigen tijd en zie je er iets in terug van de strijd tussen het zelfvoldane Westen en de onbekende, eeuwenoude macht van bijvoorbeeld de islam. Tegelijkertijd heeft Mitchell er een spannend avonturenboek van gemaakt, een kostuumstuk ook. Zo fungeren de talloze vertaalproblemen tussen de leergierige Japanners en de Nederlanders als symbool voor culturele misverstanden maar toch ook als grappige couleur locale: „Kobayashi vraagt naar de uitdrukking ’op klaarlichte dag’. ’Begrijp elk afzonderlijk woord, maar betekenis van geheel is onduidelijk. Kunnen wij zeggen ’Ik breng bezoek aan goede vriend Tanaka op klaarlichte dag’? Ik denk wellicht niet...” Jacob verduidelijkt de criminele connotaties. „Vooral wanneer het misdrijf op schaamteloze wijze, en zonder vrees voor straf is begaan. ’Mijn goede vriend Motogi werd op klaarlichte dag beroofd.’”

De vertaling is trouwens een huzarenstukje. Je hebt als Nederlandse lezer geen moment het gevoel een vertaalde roman te lezen. Dat gevoel van authenticiteit is natuurlijk ook de verdienste van de schrijver die als het ware zijn eigen biografie (hij leefde als leraar zeven jaar in Hiroshima, waar hij ook zijn Japanse vrouw ontmoette) transformeerde tot historische roman.

Vooral de gebeurtenissen in het klooster grijpen je bij de keel: de vanzelfsprekende achterlijkheid en onwrikbaarheid van religieuze gewoontes, die door de komst van de nieuwkomer allengs eroderen.

Tergend knap is de vlucht van Orito uit het klooster beschreven, en de meegesleepte lezer is bijna teleurgesteld als blijkt dat ze zich op het laatst toch bedacht heeft en naar het klooster is teruggekeerd om haar werk als vroedvrouw voort te zetten. Je merkt dat Mitchell een meester is in moderne verteltechnieken, ontleend aan films maar evengoed aan boeken als ’De Da Vinci Code’.

David Mitchell is wel vergeleken met een begenadigd buikspreker, hij kan zich in alle mogelijke omstandigheden en personages verplaatsen. Bovendien beoefent hij meerdere genres, naast romans ook poëzie en zelfs het schrijven van libretti. Maar, zeggen sommige critici, waar staat hij eigenlijk zelf voor? Heeft deze technische grootmeester wel een eigen geluid? Ook ’De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet’, dat in het Engels trouwens een lyrischer titel draagt ’The thousand autumns of Jacob de Zoet’, demonstreert Mitchells opmerkelijk vermogen tot culturele vereenzelviging. In zijn belangstelling en begrip voor de Nederlandse cultuur deed deze schrijver me denken aan de Britse historicus Simon Schama, wiens persoonlijkheid je terugvindt in zijn historische beschouwingen. Iets soortgelijks doet Mitchell als romancier. Het is geen lege virtuositeit, maar gesublimeerde diepgang. Dat maakt ’De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet’ tot een bewonderenswaardig boek. Niet zomaar knap, maar knap en doorleefd, en dat is een niet alledaagse combinatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden