Op de natte plaat

Jacob Olie was een van de eerste fotografen die het negentiende eeuws Amsterdam vastlegde. Het Gemeentearchief Amsterdam werpt met een tentoonstelling over het werk van Olie nieuw licht op zijn werk, met name op de techniek hij gebruikte.

De ontwikkeling van de fotografie wordt in de beginfase gedragen door ware ontdekkingsreizigers; pioniers die, gedreven door nieuwsgierigheid naar het nieuwe medium, procédé na procédé uitproberen en zo de fotografische techniek langzaam verbeteren. Jacob Olie (1834) was een van hen. Net als veel van zijn vroege collega's was Olie een amateur die zijn hobby combineerde met een deugdelijk beroep.

De Amsterdammer Olie komt uit een geslacht van houtvlotters en walvisvaarders. Aanvankelijk wordt hij opgeleid tot timmerman en bouwkundige bij architect J.H. Leliman. In 1861 wordt hij tekenleraar aan de Amsterdamse ambachtschool, waar hij in 1867 directeur wordt. Zijn werk als schooldirecteur neemt zoveel tijd in beslag dat hij vanaf 1870 nauwelijks meer fotografeert en zijn oude passie pas weer na zijn pensionering in 1890 op kan pakken.

Bij zijn overlijden in 1905 laat hij een collectie achter van ruim 3200 glasplaten, ongeveer evenveel originele afdrukken in verschillende technieken, albums met foto's, 27 ambrotypieën (fotografische unica uit de begintijd van de fotogafie), een zelfgebouwde camera, honderden tekeningen en bouwkundige schetsen, handschriften, aantekenboekjes met recepten voor foto-pocédes en brieven. Het is de enige collectie van een negentiende eeuwse (amateur)fotograaf van een dergelijke omvang in Nederland.

Zijn archief is door de familie zorgvuldig bewaard en in twee delen, in 1959 en 1990 door het Gemeentearchief Amsterdam aangekocht. Zijn foto's behoren tot de meest gereproduceerde beelden van de hoofdstad. Meer nog dan tijdgenoten als Pieter Oosterhuis, Eduard Isaac Asser en G.H. Breitner heeft Olie de voorstelling bepaald die wij ons nu maken van het Amsterdam van de vorige eeuw.

Olie begint aan het eind van de jaren vijftig van de vorige eeuw te experimenteren met fotografie, een medium dat dan ruim twintig jaar jong is. Net als alle toenmalige fotografen snijdt hij zijn eigen glaspaten, maakt hij hiervoor zelf de lichtgevoelige emulsie en gebruikt hij een zelfgemaakte camera. Het negatief-procédé waarvan hij gebruik maakt is de natte-collodiumplaat. Deze techniek bestaat uit lichtgevoelige zilverzouten die aan de glasplaat worden gehecht door middel van collodium, een (vluchtig) mengsel van ether, alcohol en nitraatcellulose (schietkatoen). De lichtgevoeligheid van deze emulsie loopt snel terug, de plaat moet dan ook ter plekke geprepareerd worden en belicht vóór de oplosmiddelen verdampen.

Door de beperkingen van deze techniek zoekt hij in eerste instantie zijn onderwerpen dicht bij huis; hij maakt portretten van zichzelf, zijn familie, vrienden en bekenden en families uit de buurt waar hij geboren en getogen is: het Bickers- en Realeneiland in Amsterdam. Om ook buiten de directe omgeving van zijn huis te fotograferen richt hij donkere kamers in bij vrienden en kennissen in de binnenstad. Vanuit deze locaties is hij in staat de grachten in de binnenstad te fotogaferen.

Tegen de tijd dat Olie rond 1890 de draad weer oppakt, heeft de fotografie zich razendsnel ontwikkeld. Glasplaten zijn in de handel kant en klaar te koop en ook fotopapier wordt industrieel vervaardigd. Het is niet langer noodzakelijk om het gefotografeerde materiaal direct te verwerken, wat de bewegingsvrijheid van de fotograaf aanzienlijk vergroot. De nieuwe technieken stellen hem in staat zijn werkterrein uit te breiden naar de stadsrand en de verre omgeving van de stad.

Als geen ander heeft Olie de veranderingen in Amsterdam op het breukvlak van twee eeuwen vastgelegd. In de eerste periode (1859-1870) lijkt er sinds de 17de eeuw nauwelijks iets te zijn veranderd. In de tweede periode (1890-1905) getuigen zijn foto's van de koortsachtige bouwactiviteiten die de hoofdstad eindelijk uit haar sluimer halen. De bouwkundige Olie volgt nauwgezet de vorderingen van grote bouwprojecten als het Centraal Station en het nieuwe hoofdpostkantoor. Een mooi voorbeeld is de foto van Boerenwetering uit 1894, met rechts op de achtergrond de torens van het Rijksmuseum. De kunstenaar Olie laat zich verleiden door levendige straatbeelden, de landelijke stadsranden en de oude ambachten, ondermeer molenaars en brouwers, die dan nog volop in de stad aanwezig zijn. Zijn keuze voor perspectief en compositie is altijd weloverwogen, zijn beheersing van het licht ongeëvenaard.

De foto's van Jacob Olie zijn niet alleen historisch en documentair van grote waarde. De collectie toont ook aan hoe snel de fotografie zich aan het eind van de vorige eeuw ontwikkeld heeft. Zo hebben de vrienden, familie en buurtgenoten op de eerste foto's lang voor de fotograaf moeten poseren om vereeuwigd te worden. Zo gauw zij bewogen, bleven zij slechts als een doorzichtige geest op de glasplaat achter. De mensen die hij aan het eind van de eeuw op straat fotografeerde, konden gewoon doorlopen.

Jacob Olie experimenteerde in de begintijd met allerlei emulsies. In een aantal gevallen was het resultaat niet altijd even bevredigend en ontstond er schade aan het beeldoppervlak. In de vroege foto's is dat duidelijk te zien aan de craquelure in de emulsie op de glasplaat.

In 1992 werd door Anneke van Veen, conservator fotografie van het Gemeentearchief, begonnen aan een plan voor de conservering van de collectie Jacob Olie. Dit leidde tot de meest intensieve conserverings- en restauratieoperatie in Nederland totnutoe, waarbij restauratoren uit binnen-en buitenland betrokken waren. De collectie is gereproduceerd, gereinigd, gestabiliseerd en digitaal ontsloten. Met speciale apparatuur is de conditie van het fotomateriaal gemeten zodat in de toekomst de teruggang of verandering in de beeldlaag aantoonbaar is. De tentoonstelling Jacob Olie (1834-1905), fotograaf van negentiende-eeuws Amsterdam en de publicatie Jacob Olie (1834-1905) zijn een weerslag van de collectieve inspanning die gedaan is om het archief van Jacob Olie voor het nageslacht te bewaren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden