Reizen

Op de Kaapverdische Eilanden zijn ook nog stille paradijsjes te vinden

Kaapverdië Beeld Annemarie Bergfeld

Twee van de Kaapverdische Eilanden slibben dicht met toeristen. De overige lijken in een andere wereld te liggen: stille paradijsjes voor wandelaars. De Nederlandse driemasttopzeilschoener Oosterschelde doet ze elke winter aan.

Het logboek ligt opengeslagen in de stuurhut. ‘Rain’ staat er met vette blauwe letters. Het dikke uitroepteken erachter benadrukt de verbazing van kapitein Maarten nog eens. “Ik zeil hier nu negen jaar, maar dit heb ik nog nooit meegemaakt.” Kaapverdië in de wintermaanden staat voor lange, zonovergoten dagen. En zomerse, maar niet té warme temperaturen en een constante oostenwind waarop het goed zeilen is. 

Het eiland Sal en een deel van Boa Vista trekken zonzoekers naar snel uit de grond gestampte hotelboulevards. De andere zeven eilanden van het land, 500 kilometer uit de kust van Senegal, kennen amper toerisme. De onderlinge verbindingen zijn niet altijd betrouwbaar en meestal traag. Dé manier om dit gevarieerde eilandenrijk te ontdekken is per eigen vervoer. Laat de Nederlandse schoener Oosterschelde nou elke winter tussen de eilanden doorlaveren. De onderlinge afstanden zijn net mooi binnen een dag of nacht, of soms een etmaal, te overbruggen.

Zeilen hijsen

Vóór de afvaart uit Palmeira is er instructie. De kapitein en stuurman razen door de betekenis van de verschillende lijnen, schoten, stagen, vallen, blokken en takels heen. “Zó zet je een lijn vast, zó zorg je dat je er niet in verstrikt raakt.” En verder moeten we de aanwijzingen van de matrozen volgen. Na de alarmoefening en de indeling in wachten - er moet wel gewerkt worden - kunnen de zeilen gehesen. Het zijn er twaalf in totaal. Met een ervaren bemanning kunnen ze in twintig minuten ‘staan’, met een groep nieuwkomers, zoals wij vandaag, duurt het eerder anderhalf uur.

Matroos Mo, nog geen 20, heeft de wind er prettig onder. Ze posteert vijf man aan stuurboord en vijf aan bakboord om het grootzeil omhoog te sjorren. Daarna volgen voormarszeil, stagfok, kluiver, bezaan. En de rest. “Is er ook iemand die de mast in wil?” Als een trotse dame koerst het schip op de Atlantische golven af, licht op haar linkerzijde hellend.

Emmers op het hoofd

Eerste bestemming: hoofdeiland Santiago. Door de laaghangende bewolking kan de wandeling naar de hoogste berg Monte Malagueta de volgende dag niet doorgaan. In plaats daarvan laat een gids ons de grootste kapokboom ter wereld zien, de kleurrijke markt in Assomada, een vogelmeer en een Chinees tempeltje. De hele wereld kwam op het strategisch gelegen Kaapverdië voorbij, maar met de Chinezen ontstond een speciale band. Omdat China de Kaapverden in hun onafhankelijksstrijd tegen Portugal steunde, kreeg het land als enige buitenlandse macht visrechten in de nationale wateren. Met de vissers kwamen de handelaren; er is geen winkeltje dat niet door een Chinees gerund wordt.

Kaapverdië Beeld Annemarie Bergfeld

Het mooiste van het eiland vind ik de baai van Tarrafal, waar ook de Oosterschelde geankerd heeft. Vissersbootjes liggen op het strand, op de afbrokkelende kade verkopen vrouwen de vangst. Ze kletsen, ze lachen, ze zingen met een transistortje mee. Is de vis verkocht, dan verlaten ze de kade, de lege teilen en emmers op het hoofd. Ze willen best op de foto. Prachtige, kleurrijke plaatjes.

IJzeren regelmaat

Weer en wind mogen onberekenbaar zijn, aan boord heerst een ijzeren regelmaat. Klokke half acht, half twee en half acht luidt kok Richard de bel voor de maaltijd in de salon. Om tien uur is er koffie, om vier uur thee. Aan dek, ook al maakt de thee flinke slagzij in de mokken en waaien de koekjes de trommel uit. Elke dag begint met een briefing waarbij kapitein Maarten uitgebreide informatie over het te bezoeken eiland geeft. “Vandaag doen we iets wat geheel tegen onze natuur ingaat”, begint hij op maandag. “We zetten jullie op een ferry.” Wie de wandeling in de kratervallei van Cova de Paúl op Santo Antão niet heeft gemaakt, is niet op de Kaapverden geweest, maar het eiland heeft geen plek waar de Oosterschelde veilig kan ankeren.

Verrassing: de ferry vanuit São Vicente blijkt de vroegere Oost-Vlieland, bekend van het traject Harlingen-Vlieland. De schuine blauwe strepen van de firma Doeksen staan nog op de romp. De wandeling over het steil dalende ezelpad is indrukwekkend mooi. De hellingen zijn bekleed met kleine akkertjes, door muurtjes omrand. Hier verbouwen de Kaapverdianen koffie, bananen, cassave en bonen. En suikerriet natuurlijk, voor de nationale drank grogue.

Vliegende vissen en dansende dolfijnen

De volgende dag is de zon er weer, om niet meer weg te gaan. Back to normal, lijkt het. Alleen ligt nu de wind dwars, die komt opeens uit het westen. “Nog nooit meegemaakt”, verbaast de bemanning zich. De golven die van de oceaan komen aanrollen, zwellen aan tot zeven, acht meter. We schommelen hevig, ankeren op het vaste stekje aan de westkant van Boa Vista blijkt gekkenwerk. Dus blijven de zeilen in top en vaart de Oosterschelde de nacht weer in, op zoek naar een geschikt plekje aan de luwe oostkant. Dat er niet blijkt te zijn.

Het is een reis vol verrassingen. Zelf viel me na een paar dagen op hoe weldadig het is om mensen om je heen te hebben die niet in de weer zijn met mobieltjes of tablets. Mijn telefoon lag vanaf dag één onder het hoofdkussen in de hut - want er was toch geen wifi. We keken naar hoge golven en overweldigende sterrenhemels, naar vliegende vissen en dansende dolfijnen. We maakten stevige wandelingen, praatten met handen en voeten met de levenslustige Kaapverdianen, hielpen de kok, kregen colleges meteorologie en navigatie, dansten aan dek en tafelden tot diep in de avond.

De Oosterschelde (bouwjaar 1917-1918, lengte 50 m, zeiloppervlak 890 m2) bleef als enige over van de ooit omvangrijke Nederlandse vloot driemastzeilschoeners. In de Tweede Wereldoorlog liep het schip op een mijn en kwam in Scandinavië waar de masten eraf werden gesloopt. In 1988, weer in Nederlandse handen, begon een jarenlange restauratie. Nu zeilt het schip met gasten over de wereldzeeën. De thuishaven is Rotterdam.

Tussen half december en begin april maakt de Oosterschelde acht elfdaagse reizen langs zes van de Kaapverdische Eilanden, met een mooie mix van zeilen en excursies aan land. Er kunnen 24 gasten mee, verblijf in twee- of vierpersoonshutten. De voertaal aan boord is Engels. Zie ook oosterschelde.nl en kaapverdischeeilanden.org.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden