Opinie

Oosterse verstilling ontmoet westerse gejaagdheid

ROTTERDAM - De Rotterdamse Dansgroep is niet meer. Met Dance Works Rotterdam als nieuwe naam herrees het met vers dansbloed opgepepte groepje van acht dansers onder leiding van choreograaf Ton Simons uit de puinhopen die vorig jaar met de Cultuurnota van de Raad voor Cultuur waren veroorzaakt.

Simons en de zijnen wachten nog op de definitieve akkoordverklaring door staatssecretaris Van der Ploeg, maar in een nieuw advies van de Raad voor Cultuur kregen zij in elk geval voor de komende drie seizoenen het groene licht voor hun 'pure dans'. Paul Selwyn Norton hield hun eerste seizoensvoorstelling ten doop en deze Engelse freelance-choreograaf greep dat aan voor een verrassende wending in zijn eigen loopbaan. 'Oblique' noemt hij zijn streven om onder het middenrif van vijf dansers eeuwenoude Aziatische danstradities met transatlantische postmoderne dans te laten versmelten.

In zandkleurige maillots onder prachtig doorschijnende witte broeken betreden zij één voor één de door blauwe en witte neonbuizen afgegrensde ruimte en laten een klein half uur zien hoe de kracht van oosterse verstilling zich door westerse gejaagdheid laat modelleren en vervormen. Het fascinerende van die onverwachte danscoalitie vol wringende armen, hakkende voeten, vervloeiende torso's is de greep die Norton als onzichtbare dirigent op die botsing van schijnbaar tegengestelde dansidentiteiten houdt. Het lijkt wel of hij zijn vijftal tegelijkertijd als Aziatische beelden van zandsteen en beeldhouwers van hun eigen vlees en bloed wil presenteren.

Dansers drijven in die door dans te scheppen ruimte en tijd als boetseerbare wolken op en uit elkaar; ze manipuleren voortdurend elkaars en eigen ledematen met hun hakkende katak-dans, uitstekende heupen en gedraaide polsen. Op het geruis van holle percussieklanken transformeren zij nu eens tot gespierde slierten, dan weer tot staalkleurige menselijke staketsels die zinderen in een alles verzengend geel of juist verkillend blauw schijnsel. ,,Ik kijk graag naar de dynamiek van een school vissen of de logistiek van het verkeer, hoe patronen zich vormen en weer uiteenvallen'', laat Norton in een begeleidende tekst weten. Zijn ode aan het dansende lichaam anno 2001 laat zich ervaren als een regelrechte hommage aan alle dansculturen in een globaliserende wereld.

In het internationaal samengestelde dansgroepje te Rotterdam strijden niet beeldende poseerkunst of ongeremde dansdrift om voorrang, maar is de vlakke vloer een speurtocht naar de raakvlakken en overeenkomstem. Het resultaat van die synergie is wonderlijk mooi. Helaas wordt die complexe interactie niet waargemaakt door het doffe en holle cultuurrelativisme dat uit het elektronische palet van Wiebe de Boer en Han Otten opstijgt. Hun collage stelt zowel westerse als oosterse oren danig op de proef en logenstraft het universele credo dat ritme de bodem van alle dans is.

Ook in 'Racing Thoughts', de première van Ton Simons, worden de zintuigen belaagd, met minder gelukkig resultaat. Klank, beeld en beweging zijn losgekoppeld, tuimelen als drie dolle honden over elkaar. 'Racing Thoughts' moet het landschap in het brein verbeelden. De gedachten van het dansende lichaam vormen vooral een rusteloze chaos, scratchend door het muzikale universum dat van Bartóks duo's voor twee violen, Fred Firths 'Traffic continues' tot Jimi Hendrix' 'Message to Love' en teksten van John Cage reikt. Goddank zorgt een aria uit Mozarts 'La clemenza di Tito' voor pauzes om op adem te komen. Op de achterwand tikt een time-code-recorder de minuten en seconden opmerkelijk langzaam weg, bij opnames van een oog, neus, mond, hand en oor.

Halverwege de choreografie worden ook batterijen lichtspots verreden. Het moge duidelijk zijn: 'Racing thoughts' slaat niet alleen op de grillige wegen die dans als amalgaam van zintuiglijke prikkels in onze hersenpan aflegt. Deze choreografie laat ook onze waarneming op hol slaan. Waar Norton juist een complexe synergie laat ontstaan, daar streeft Simons naar de sensatie van ontregeling en deconstructie. Met de emoties die dit moet oproepen, wil het bij mij niet zo vlotten.

Zowel de overheersende filmbeelden als de voortdurend wisselende geluidsstroom doet al het gekrioel, gekiep en gekantel der ledematen tot een zwarte, stroopachtige smurrie verbleken. Soms doemen in die lavastroom nog voeten, handen en hoofden op, als de smachtende signalen van een stel schipbreukelingen. Uitzondering vormt een prachtig duet voor Caroline Harder en Josien Kuijpers, die als een Siamese tweeling nog voor enig visueel houvast zorgen. Vreemd misschien, maar met deze schedellichting lijkt Ton Simons meer naar het verleden bij Werk Centrum Dans-de Rotterdamse Dansgroep te verwijzen, dan naar een toekomst die hij met zoveel noeste dansvlijt en in het zweet van de dans zelve wil opdiepen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden