Boekrecensie

Oostende door de blik van schrijvers en kunstenaars

Schilder Koen Broucke (l) en auteur Koen Peeters (r) bij het schilderij van Broucke dat gebruikt is voor het omslag van 'Kamer in Oostende' Beeld Flip Van Doorn

Koen Peeters schreef een een impressionistische roman over Oostende,  stad aan de zee. 

Een roman noemt Vlaming Koen Peeters (1959), met ‘De mensengenezer’ de winnaar van de ECI literatuurprijs 2017, zijn boek ‘Kamer in Oostende’. En wel hierom: “hier en daar lopen de zaken enigszins door elkaar. De tijd klopt niet altijd. Hotelnamen bijvoorbeeld, en ach, dat personages in een roman de naam dragen van echte mensen, mag niet betekenen dat ze dat ook zijn. Vaak lijken ze erop, maar het is veel ingewikkelder. Ik heb overdreven, soms flink gelogen. Ach, fictie.” Aldus het nawoord.

Dat kan niet verhelen dat ‘Kamer in Oostende’ authentiek aandoet, je zou het ook wel een reisboek kunnen noemen. Samen met de schilder Koen Broucke onderneemt Koen Peeters talloze expedities door Oostende, op zoek naar het verleden, naar verdwenen huizen en hotels, naar bekende personages die hier ooit hebben rondgelopen maar vooral toch op zoek naar de huidige én de vervlogen atmosfeer van de stad aan zee. Het is een bekend stramien in zijn boeken, in ‘Bellevue, schoonzicht’ (1997) wandelde hij door industrieel Brussel, in ‘Acacialaan’ (2001) door straten waar Louis Paul Boon ooit woonde.

Oostende is een dankbaar object voor zijn wandelzucht. Talloze grootheden hebben Oostende, de stad aan zee in het verleden aangedaan, zoals ze Nice aandeden of Biarritz: Stephan Zweig en Joseph Roth liepen er rond, Proust bezocht het, Nabokov bivakkeerde er, het is de stad van de schilder James Ensor en van zijn bentgenoot Léon Spilliaert, Hugo Claus begon er zijn carriere, maar ook mindere goden als de dichter Paul Snoek, de vergeten schrijver Durilleux.

Een spiritueel beeld

Peeters en Broucke lopen hun sporen na, de plekken waar ze waren, wat ze er deden en niet deden. Ze spreken met ooggetuigen van vroeger, hospita’s, hoteliers, Peeters beschrijft die gesprekken, Broucke schildert zijn impressies: “gewoon, vertel wat er toen gebeurde. Vertel het opnieuw. En nog ‘s. Ga terug, ga ter plekke terug. Kom, we gaan een keer samen terug, we vertellen en spelen het na. Hoe was dat toen precies? Op een bepaalde plaats, op een bepaald moment gebeurt het dan. Een licht valt op de feiten. Plots is er een logica, een noodzaak, een spiritueel beeld. Het is amper na te vertellen of te begrijpen wat er dan gebeurt.”

‘Protocollen’ noemen de schrijver en de schilder hun bezigheden, alsof het echt, haast wetenschappelijk onderzoek is, maar feit is dat dit toch vooral een impressionistische zoektocht is geworden. Door met de blik van die oude schrijvers, schilders en andere passanten te kijken roepen ze vooral een mentaal beeld van Oostende op, met de zee niet alleen als altoos aanwezig decorstuk maar ook als een soort terminus: hier eindigt het land. Of misschien is de zee zelfs hoofdpersoon want Peeters laat haar zo nu en dan zelf spreken: “Ik heb ook zo mijn periodes. Dan ben ik rood. Donkerrood. Het blijft een rare plek, dat strand, dat podium van zand, die laatste drempel. Ik zie jullie daar de hele tijd lopen: het schrijvertje, het schildertje. Ik kan jullie amper uit elkaar houden. En maar kijken.”

Omslag ´Kamer in Oostende´ Beeld De Bezige Bij

Moderne sjamaan

En passant krijgen we doorkijkjes van vroeger, de rijke Stefan Zweig die arme ploeteraar Joseph Roth onderhield, Hugo Claus die er in zijn jeugd door een kunstminnende hotelier werd gefêteerd, de schilder Ensor van de skeletten en de maskers die door Madame Blavatsky zou zijn geïnspireerd. Over alles hangt een waas van melancholie, maar ook van onvolkomenheid en vaagheid. Karakteristiek is het bezoek van de twee kunstenaars aan de dichter Hedwig Speliers die in zijn jeugd Ensor nog zou hebben gezien, of toch niet – ze komen er niet goed achter. Zo is dit geen boek van feiten maar van vervloeiende herinneringen.

De Vlaamse literatuur is altijd fracties lyrischer en sensitiever, minder zakelijk en rechtlijnig, geweest dan de Noord-Nederlandse letteren en dat proef je heel goed in een boek als dit. Peeters wil niet in de eerste plaats de gebeurtenissen registreren maar wat er achter zit: “Dat wil ik vasthouden: het menselijk lawaai en gefluister, het echte leven in voorwerpen.”

In ‘Meneer Sjamaan’ noemde Peeters zichzelf een moderne sjamaan, geen new age-zwever maar iemand die achter alle uiterlijkheid van de moderne wereld de geest van iets wil ontdekken oproepen. Dat is precies wat hij doet in ‘Kamer in Oostende’, dat ondanks de weemoedige atmosfeer toch wonderlijk licht aanvoelt.

Koen Peeters
Kamer in Oostende
De Bezige Bij; 272 blz. €23,99

Lees ook:

Koen Peeters durft de vraag te stellen waar veel schrijvers zich lang niet meer aan gewaagd hebben

Rob Schouten besprak ook Peeters’ existentiële roman‘De mensengenezer’: sterft de mens een zinloze dood of kan hij wat uitrichten aan zijn leven?

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden