Architectuur Biënnale

Ook de architectuur moet inclusiever

Het Nederlandse paviljoen van de Architectuur Biënnale in Venetië, door Afaina de Jong en InnaVisions.  Beeld Cristiano Corte
Het Nederlandse paviljoen van de Architectuur Biënnale in Venetië, door Afaina de Jong en InnaVisions.Beeld Cristiano Corte

Op de Architectuur Biënnale in Venetië moet het strakke, mannelijke, witte, westerse Bauhaus plaatsmaken voor het Neuhaus. Dat is vrouwelijk, van kleur en queer.

Arme Gerrit Rietveld. Is hij nu opeens de witte, westerse, heteroseksuele man wiens machts­positie tanende is? Zijn sobere paviljoen in de Giardini in Venetië, waar afgelopen weekend (22 mei) na een jaar uitstel de zeventiende Architectuur Biënnale begint, heeft een injectie van felle kleuren en ronde vormen gekregen. Om een nieuwe tijd aan te kondigen waar een veelkleurige samenleving zijn, en zeker ook háár, ruimte opeist.

Niet alleen het paviljoen van Rietveld, het hele Biënnale-terrein ademt een sfeer van vroeger, vindt Guus Beumer, die al jaren de Nederlandse inzending verzorgt. “Er zijn een paar landen die hier net als Nederland een eigen paviljoen hebben. Daar begint het al mee. Het is georganiseerd rond een bepaald idee van nationalisme.” Hij staat voor de deur van het witte paviljoen in Venetië, waar de Nederlandse delegatie via een Zoom-bijeenkomst de pers in Nederland te woord staat en het paviljoen laat zien.

De westerse en mannelijke blik overheerst nog altijd in de architectuur. Dat vond de organisatie van de Biënnale blijkbaar ook. Als thema werd daarom de vraag geformuleerd: ‘How will we live together?’ (Hoe ­zullen we samenleven?). Waarop de Nederlandse delegatie de wat filosofische wedervraag formuleerde: ‘Who is we?’ (Wie is we?).

Ook de dieren en de planten horen erbij

Een heleboel, zo blijkt. Ten eerste een divers scala aan mensen: ‘vrouwelijk, van kleur en queer’. De architectuur, en met name de stedenbouw, moet veel meer op hen worden toegesneden. Maar ‘we’ is ook ‘meer-dan-menselijk’: de dieren die in de stad wonen en de planten die wortelen in de stadsgrond horen ­erbij en moeten een volwaardige rol krijgen.

Curator Francien van Westrenen wil iets doen aan de monocultuur in de architectuur. Bij Het Nieuwe Instituut in Rotterdam, dat de Nederlandse inzending verzorgt, was ze al veel langer bezig met dit thema. Twee jaar geleden begon het project Neuhaus, een reactie op Bauhaus uit de jaren twintig dat een grote vernieuwing bracht in de architectuur met zijn sobere, zakelijke architectuur. “Bauhaus stelde de mens centraal. Dat heeft ons niet het beste gebracht, zeker als je het interpreteert als de westerse, mannelijke mens”, zegt Van Westrenen.

Architect Afaina de Jong werd gevraagd om het kleurige interieur van het Rietveldpaviljoen te ontwerpen, dat de basis is voor diverse installaties die in woord, beeld en geluid de discussie op gang moeten brengen over inclusiviteit. “Weten wij ontwerpers eigenlijk wel voor wie we ontwerpen?”, vraagt zij zich af.

Voedselbos in Amsterdam-Zuidoost

Kunstenaar Debra Solomon houdt zich vooral bezig met de dieren en de planten: “We zijn allemaal onderdeel van een stedelijk ecosysteem. Dat moet werken als een liefdesrelatie, wederkerig.” Ze ontwierp twee rhizotrons bij de ingang: buizen waarin wortelstelsels van planten te zien zijn. En ze doet verslag van de ontwikkeling van een voedselbos in Amsterdam-Zuidoost, waar buurtbewoners nieuwe groene ruimte creëren.

Het is meteen het meest concrete onderdeel van de tentoonstelling. Zo’n Architectuur Biënnale kan een vrij abstract gebeuren zijn, en dat is bij deze Nederlandse inzending niet anders. Het uitgangspunt is helder, maar de uitwerking lijkt toch wat meer voor een gespecialiseerd publiek dat de theorie en terminologie helemaal beheerst.

De presentatie is vanwege de ­coronacrisis ook online te bekijken, maar dat zal voor veel mensen die het jargon niet beheersen best pittig zijn. Woorden als ‘transgressie’, ‘spatiëren’ en ‘appropriatie’ maken de teksten (in het Engels) er niet begrijpelijker op. En dat wringt een beetje, als het centrale thema juist inclusiviteit propageert.

Het Nederlandse paviljoen is online te bezoeken op: whoiswe.nl

Lees ook:

Merel Pit mist vrouwelijke rolmodellen in de architectenwereld

Waarom werken er zo weinig vrouwen als architect? In het machowereldje ontbreekt het aan rolmodellen, denkt Merel Pit. Ze geeft ze een podium in haar boek Mevrouw de Architect.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden