Review

Oogstrelende verfilming 'Sjakie en de Chocoladefabriek'.

Je moet van goeden huize komen wil je je wagen aan een nieuwe bewerking van Roald Dahls geliefde 'Sjakie en de Chocoladefabriek'. Dat boek leverde in 1971 al een innig gekoesterde verfilming op die kinderen van toen nu hun eigen kroost weer voorzetten.

Regisseur Tim Burton ('Beetlejuice', 'Mars Attacks!') kómt van goeden huize. Hij behoort tot de meest fantasierijke, visueel begaafde verhalenvertellers van zijn generatie en is de aangewezen persoon om het bizarre universum van Willy Wonka's chocoladefabriek vorm te geven. Zeker in gezelschap van Johnny Depp. Het gebeurt weinig dat samenwerking tussen regisseur en acteur zo vruchtbaar is geweest als met deze twee.

Depp creëerde begin jaren negentig met glansrollen in Burtons fantastische 'Edward Scissorhands' en 'Ed Wood' een persoonlijke niche die hij zorgvuldig heeft bewaakt: hij speelt het liefst (en best) goedhartige excentriekelingen. De inmiddels 42-jarige Depp lijkt de tijd van zijn leven te hebben in deze liefdevol gemaakte, bijzonder geestige vertelling over de kleine Charlie/Sjakie (Freddie Highmore) die samen met vier andere jonge uitverkorenen een dagje op bezoek mag in de chocoladefabriek van Willy Wonka (Depp). Wonka's repen worden over de hele wereld gegeten, maar het 'snoepgenie' heeft zich al jaren niet buiten vertoond en personeel lijkt de fabriek ook niet te hebben. Wat er in dat immense gebouw gebeurt, is een mysterie.

Anders dan de vier andere kinderen, zonder uitzondering verwend door streberige of onverschillige ouders, is Charlie een dickensiaans jochie dat ondanks financiële armoede gezegend is met een gouden hart en een warm huiselijk nest. Het heeft écht iets van een nest, dat door kou en gebrek scheefgetrokken

huisje waar zijn vier grootouders gezellig kwetterend in één groot bed de waterige koolsoep delen die Charlie's moeder bereidt.

Zijn deze beginscènes al van een oogstrelende helderheid, zodra het vijftal kinderen Wonka's bontgekleurde industriële kluizenaarswereld binnenstapt, valt op hoe beheerst Tim Burton zijn beelden samenstelt. Zonder het overdadige lawaai, de hijgerige montage of het hightech gesnoef dat zoveel recente jeugdfilms domineert, creëert hij scènes die simpelweg ontroeren door hun schoonheid en humor. Wonka's luilekkerland met eetbaar gras en bloemen van lolly's. De Oompa Loompa's (Wonka's kniehoge arbeidertjes) die in een rivier van chocolade een Busby Berkeley-achtige choreografie uitvoeren. En de tientallen eekhoorns die in de 'notenkamer', babyblauw en psychedelisch van vorm, gedisciplineerd hun nootjes kraken.

Johnny Depp beweegt er met hoge hoed en lange jas ontspannen tussendoor. Met zijn brede, parelwitte glimlach, fikse zonnebrillen en vale gelaatskleur oogt hij als een samensmelting van een gefacelifte stewardess, Michael Jackson en zijn eigen Edward Scissorhands. Het is een wonderlijk wereldvreemde maar hartveroverende creatie, zeker wanneer we via korte flashbacks vernemen hoe Wonka's obsessie met snoep is ontstaan.

'Charlie and the Chocolate Factory' heeft alles in zich om, net als de eerdere 'Willy Wonka & the Chocolate Factory', een klassieker te worden die generaties meegaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden