Review

Onzichtbaar en zichtbaar protest

Het is in geen enkel Australisch museum te zien. Protestkunst van aboriginals, die hun onderdrukking in beeld brengen, is taboe. Hoewel de traditionele 'dotpaintings' van de oorspronkelijke bewoners van Australië steeds populairder worden bij blanken, zullen die niet snel schilderijen met moordtaferelen, of andere verwijzingen naar de onderdrukking van aboriginals boven hun bank hangen.

Het Wereldmuseum Rotterdam is het eerste en enige museum in Nederland dat die confronterende schilderijen laat zien, in een overzichtstentoonstelling van hedendaagse aboriginalkunst.

De actuele berichtgeving over de 'gestolen generatie', de aboriginalkinderen die vanaf 1910 tot eind jaren zeventig van de vorige eeuw stelselmatig door de Australische regering werden weggehaald bij hun ouders en in blanke pleeggezinnen werden geplaatst, was voor het museum aanleiding om aandacht aan het onderwerp te besteden. De protestschilderingen vormen de meerderheid van de tentoongestelde kunstwerken, die vrijwel alle uit de collectie van het museum komen.

De kunst van de aboriginals bestond eeuwenlang uit rituele tekeningen met symbolen en patronen op boombast, steen of op het lichaam. De tentoonstelling laat zien hoezeer dat is veranderd, er hangt zelfs een computerprint op zijde. De aboriginalkunst werd ironisch genoeg door blanken wereldkundig gemaakt: die raadden hun aan op doek te gaan schilderen en hun enorme voorouderbeelden in een wat handzamer formaat te fabriceren, zodat ze het gemakkelijker konden verkopen.

Tegenwoordig zijn de schilderijen van een aantal aboriginalkunstenaars bijzonder populair bij blanken. Dat zijn dan vooral de zogenoemde dotpaintings, traditionele schilderingen met stippen in allerlei patronen, geschilderd in zachte kleuren. Die zijn op geen enkele manier confronterend, tenminste, niet voor mensen die de stippen niet kunnen lezen. Want daarmee worden wel hele verhalen verteld, voor wie de codes kan ontcijferen. Op de tentoonstelling is een aantal stippelschilderijen te zien, waaronder een enorm doek van kunstenaar Mick Namarari Tjapaltjarri, met duizenden stippen in zachte aardetinten, waarvan je haast duizelig wordt als je er te dicht op staat. Het verhaalt over de 'Dreamings', geheime, heilige plaatsen van de aboriginals.

Toen kunst eenmaal een product werd, gingen de aboriginals het ook gebruiken voor andere doeleinden. Er kwamen steeds meer sociaal en politiek getinte werken. Vaak werden die gemaakt in gevangenissen, waar een onevenredig groot deel van de gedetineerden uit aboriginals bestaat. Kunst was een manier om de onvrede over het systeem van onderdrukking te uiten.

Kevin Gilbert (1933-1993) was één van die gevangenen. Hij zat onterecht in de gevangenis en maakte daar als eerste aboriginal linoleumsnedes. Op de tentoonstelling is een prachtige, kleurige snede van hem te zien, met een witte zwaan die, heel symbolisch, een zwarte zwaan de strot doorbijt. Op de achtergrond is de aboriginalvlag te zien, die pas vanaf 1970 bestaat.

Die vlag, symbool van de strijd voor meer onafhankelijkheid van de aboriginals, komt in veel van de getoonde schilderijen terug. Soms vaag, of klein op de achtergrond, maar soms ook overduidelijk, zoals in 'Story within a story' van Geoffry Walkundjawuy, uit 1990. Hij schilderde de vlag op een achtergrond van een traditioneel patroon. De betekenis daarvan is geheim voor buitenstaanders, terwijl de vlag voor iedereen een herkenbaar symbool is van de publieke strijd van de aboriginals. Een verhaal in een verhaal, dus.

In alle moderne protestschilderijen van de aboriginals zijn de oude rituelen en symbolen terug te vinden. Zelfs kunstenaar Ron Hurley, die opgroeide in de stad, blank bloed in zich heeft en een opleiding genoot aan een klassieke kunstopleiding, gebruikt de motieven van zijn clan in zijn werk. Hij schildert vaak belangrijke aboriginals die, ondanks hun prestaties, door de blanken genegeerd worden.

In Rotterdam hangt een schilderij van de talentvolle aboriginal-cricketspeler Eddie Gilbert, die de blanken versloeg in hun eigen sport. Hij was de eerste aboriginal die het spel op internationaal niveau speelde, maar erkenning daarvoor kreeg hij nooit. Door hem te potretteren, wil Hurley Gilbert alsnog een plaats in de geschiedenis geven.

Ook de foto's op de tentoonstelling, gemaakt door aboriginalfotografen, hebben verborgen boodschappen. Op het eerste gezicht zijn het slechts portretten, waarop de aboriginals op afstandelijke manier neergezet zijn. Maar voor de aboriginals zelf bevatten ze verborgen boodschappen over de personen op de foto, af te lezen aan bijvoorbeeld hun kleding, of de manier waarop ze in de foto geplaatst zijn.

De meeste protestschilderijen hebben een negatieve boodschap, van onderdrukking en wanhoop. 'Big Boss Hat', van Trevor Nickolss, heeft dat op het eerste gezicht ook. Het laat de onderdrukking zien, door begrijpbare beelden als een gebroken boomerang, een neerstortend aboriginalfiguur, grond die afgegraven wordt en de hoed van een blanke overheerser. Maar wie beter kijkt, ziet in het midden twee ellipsvormige figuren. Dat zijn chuiringas, rituele waarzegstokjes die door medicijnmannen gebruikt worden. Zij vertegenwoordigen de mythes van de aboriginals. De stokjes zijn nog heel, waarmee de kunstenaar misschien wel wil zeggen dat nog niet alle hoop op een betere positie voor aboriginals verloren is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden