Review

Onvervulbare dromen in het tropisch regenwoud

Rodrigo Rey Rosa: Wat Sebastiaan droomde. Vert. Paul Menken. Menken Kasander & Wigman, Den Haag; 194 blz. - ¿ 37,50.

ILSE LOGIE

De tot voor kort enige schrijversnamen met internationale weerklank - die van de sociaal bewogen Miguel Angel Asturias (nog een Nobelprijswinnaar) en van Augusto Monterroso, beoefenaar van de minimalistische fabel - hebben immers onlangs versterking gekregen van Rodrigo Rey Rosa, wiens 'Bomengevangenis/ De schepenlichter' vorig jaar opvallend gunstig werd onthaald.

Van de auteur weten we enkel dat hij bijna veertig is, een verwoed reiziger, en dat hij tot de vriendenkring van Paul Bowles behoord heeft. Zijn tweede verhalenbundel, 'Wat Sebastiaan droomde', heeft een minder spectaculaire en minder erudiete toonzetting dan de eerste, maar bevestigt over de hele linie dat Rey Rosa een naam is om te onthouden. Of hij nu traditionele thema's zoals militaire repressie of de onuitroeibaarheid van oude Maya-gebruiken behandelt, dan wel trendy onderwerpen als de onzekere toekomst van het regenwoud of multi-etniciteit, hij doet het allemaal net een kwartslag anders, nu eens abrupt eindigend, dan weer suggestief, maar nooit voorspelbaar en zonder verkwisting van middelen.

In de met veel spankracht geschreven titelnovelle, de evenwichtigste en langste van de vier, heet het hoofdpersonage Sebastiaan Sosa. Hij is een man met niet nader omschreven intellectuele bezigheden. In een impulsieve bui heeft deze eenling de stad vaarwel gezegd om zich te vestigen in de Petén, het noordelijk gelegen, snikhete laagland van Guatemala, waar het tropische regenwoud heer en meester is en nog tal van archeologische terreinen op opgraving liggen te wachten. Zijn vader verklaart hem voor gek, maar Sebastiaan is niet van zijn voornemen af te brengen. Hij koopt een gigantisch stuk grond waarop hij eigenhandig een soort paalwoning bouwt. Geheel duidelijk staat zijn eenzame zoektocht naar premoderne vormen van authenticiteit hem niet voor ogen. Zijn belangrijkste streefdoel ligt erin de kunstmatige, cartesiaanse scheidslijn tussen mens en ding, tussen subject en object, tussen rationele gedachten en hersenspinselen uit te vlakken. Dit verlangen komt al meteen tot uitdrukking in zijn bouwtechniek, want ook hier gaat het erom “al het mogelijke te doen opdat je, terwijl je binnen bent, het gevoel hebt buiten te zijn” en vice versa.

Aanvankelijk lijkt Sebastiaan in zijn opzet te slagen. De roes die de hitte teweegbrengt, het obstinate gesjirp van de krekels en de verstrengelde takken van de mangroven aan de oevers van het water zorgen ervoor dat hij de werkelijkheid en haar spiegelbeelden niet langer uit elkaar kan houden. En toch gaat het mis.

Al snel dringt het tot Sebastiaan door dat hij zich deze plekken, waar een primitieve logica heerst, niet zal kunnen toeëigenen zolang hij de denkschema's waarmee hij is opgevoed en die een belangrijk deel van zijn identiteit uitmaken, niet overboord gooit. Maar huiveren bij het aanschouwen van Maya-grafstenen of rituele offerdiensten bijwonen, gaan hem dan weer te ver.

Van meet af aan krijgt Sebastiaan het aan de stok met een aantal mannen uit de buurt die zonder zijn toestemming zijn grondgebied als hun jachtterrein beschouwen. Uit milieu-overwegingen is Sebastiaan hevig tegen jagen gekant, en toont zich op dit vlak dan ook onvermurwbaar. In de contacten die hij met de lokale bevolking heeft, blijkt dat landschap en klimaat in zijn dorpsgenoten een ondoorgrondelijke mengeling van naïeve vriendelijkheid en brutale hardvochtigheid naar boven hebben gebracht, en dat onder een kalme oppervlakte van stugheid iets gewelddadigs schuilt waar Sebastiaan zich moeilijk mee kan verzoenen.

De droom waar alles om begonnen was, is dat ook geen lang leven beschoren. De gemeenschap begint Sebastiaan steeds ostentatiever het leven zuur te maken, en wanneer ze hem zelfs de schuld in de schoenen schuift van een misdaad die hij niet heeft gepleegd, komt het hoofdpersonage tot het inzicht dat zijn uitgangspunt - de betrekkelijkheid van 'binnen' en 'buiten', de doordringbaarheid van cultuur en natuur - op een vergissing berustte.

Sebastiaan gaat zich onbehaaglijk voelen en begint de koloniale muren waartussen hij is opgegroeid te missen. Hij verlangt ernaar zich ergens thuis te voelen. Uiteindelijk dwingen de toegenomen pesterijen hem ertoe tralies voor zijn hut aan te brengen, wat hem de verzuchting ontlokt dat de eenheid waar hij naar streefde, nu verder weg ligt dan ooit.

Met heimwee denkt hij terug aan de kloof die hem in het begin van de mensen uit de streek had gescheiden, aan de tijd toen hij nog illusies koesterde, vóór het tot hem was doorgedrongen dat de werkelijkheid in de Petén in fundamenteel andere banen werd geleid, en aan andere principes gehoorzaamde; aan sacrale principes die weliswaar dichter bij de oorsprong stonden en daarom meer tot de verbeelding spraken, maar principes die niettemin ook schaduwzijden vertoonden waar hij gaandeweg en vaak geschokt achter kwam.

Toch is het de traditionele dorpsgemeenschap die uiteindelijk het onderspit delft. De van overal toestromende archeologen krijgen het voor elkaar dat de jacht in dit deel van Guatemala, dat immers erg rijk is aan vindplaatsen, formeel wordt verboden, zodat de plaatselijke bevolking voor de toekomst aangewezen is op de cavia- en paca-fokkerijen. Sebastiaan krijgt dus onrechtstreeks wel zijn zin (jachtverbod en een gereglementeerd bosbeheer). Maar tegen de tijd dat het zover is, heeft de lezer al uitgemaakt dat, paradoxaal genoeg, juist het verdwijnen van die onberedeneerde oerhandelingen Sebastiaans utopische streven in een organische kringloop te worden opgenomen, voorgoed onuitvoerbaar heeft gemaakt.

Sebastiaan valt nergens met zichzelf samen, behalve dan in de prachtige novelle die Rey Rosa over hem heeft geschreven. Alleen daar kan de droom even tot een tastbare werkelijkheid worden omgebogen: in een doortimmerd verhaal dat, naar analogie met de hut van het hoofdpersonage ('een waar staaltje van houtbewerking' waar 'niet één spijker' de gaafheid van schendt), een schoolvoorbeeld is van functionaliteit en glasheldere vormgeving, waaruit elk overbodig detail werd geweerd, en waar 'binnen' (literatuur) en 'buiten' (leven) bladzijden lang naadloos in elkaar overgaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden