Opinie

Ontluisterende Lulu nog net aangrijpend

AMSTERDAM - Als Lulu ten tonele verschijnt draagt ze witte kniekousjes, een foeilelijk speelpakje en wippende staartjes boven haar oren. Is dit de vrouw, wier schoonheid we net hebben horen bezingen. Deze puber, verkleed als klein meisje?

Hanny Alkema

Wanneer zij zich even later heeft omgekleed in een doorschijnend pierrotkostuum en de voor een schildersessie vereiste poseerhouding heeft aangenomen, is zij nog steeds niet dat betoverende schepseltje waar de mannen net de mond vol van hadden. Sterker nog, die mannen lijken alle aandacht voor haar alweer verloren te hebben. Vooraan, op een kluitje, bespreken zij -de vette ouwe echtgenoot Goll, de niet minder oude minnaar-cynicus Dr. Schön, diens toneelschrijvende zoon Alwa- een ander kunstonderwerp met natuurlijk een aantrekkelijke diva, terwijl de schilder Schwarz, die de computerkunst heeft omarmd, voor de vorm wat op zijn laptop frummelt.

Het is een confronterend beeld dat de eenzame gestalte van Lulu daarachter naakter maakt dan wanneer zij ontkleed zou zijn. Een lustobject - meer betekenis heeft zij niet voor al die zogenaamde aanbidders. Hiermee lijkt regisseur Theu Boermans eerder een hard oordeel over de intenties van mannen te vellen dan een visie op de figuur Lulu zelf te poneren. Het zet me even flink op scherp. Even.

Deze 'Lulu' (geschreven door Frank Wedekind, 1864-1918) van De Theatercompagnie wordt een van de merkwaardigste voorstellingen die ik de laatste tijd heb gezien. Wat aanvankelijk een inktzwarte boodschap lijkt, begint zich de komende bedrijven steeds meer richting parodie te bewegen. Het is of Boermans na dat eerste snoeiharde beeld vooral naar lucht heeft gezocht, naar hartelust citerend uit andere stukken en voorstellingen, de tekst doorknedend met actualiserende vondsten en andere flauwiteiten. De mannen huppen rond als geile malloten, elkaar als kleine kinderen het speeltje Lulu betwistend. Trappelvoetend rent de bedrogen schilder zijn zelfmoord tegemoet, al net zo zwaar hijgend als eerder Goll blaast de neergeschoten Dr. Schön zijn laatste adem uit, als in een melodrama, en terwijl de zoon zonder zichtbare wellust aan z'n gerief komt via voetgewriemel, mag de oberende koetsier snaaks grappen dat hij hier normaal de schoorsteen veegt.

Het is in alle opzichten ontluisterend. Van maar het lichtste greintje erotiek is geen sprake, dat is ook nadrukkelijk niet de bedoeling. Gevoel ontbreekt. Je vraagt je af waarom er dan toch zoveel wordt gestorven, als niemand zich werkelijk om een ander bekommert, laat staan om Lulu. Als seksobject maakt zij het als Mignon, Nellie, Eva, Katja of desgewenst als Lulu immers iedereen naar de zin, dus wat zeuren ze nou. Bij totale gevoelsarmte ontbreekt de grond om daar slachtoffer van te worden. Daar is Theu Boermans evenmin uitgekomen, waardoor zijn 'Lulu' drakerige trekjes krijgt. Pas in het tweede deel, wanneer Lulu's neergang een feit wordt, begint de voorstelling aan kracht te winnen, wellicht omdat daar Lulu voor het eerst zelf haar lot in de hand neemt en daardoor haar tragiek zichtbaar wordt.

Halina Reijn speelt Lulu als een gedresseerd hondje dat, naïef en ongegeneerd tegelijk, alles doet wat van haar wordt verwacht. In of uit de kleren heeft geen enkel belang, laat staan een esthetisch. Exemplarisch voor haar gebrek aan eigen wil is de voortdurende aanwezigheid van Schigolch, haar vermeende vader die haar sinds haar vroegste jeugd heeft misbruikt en geprostitueerd. Een knappe louche vertolking van Jan Decleir die zich de tic van een trilhand heeft aangemeten alsof die het masturberen nooit meer kan laten. Afstotelijk schokkend is het moment dat hij met twee van die vingers bij Lulu naar binnen dringt om een dure eed te zweren.

'Lulu' wordt gepresenteerd als een reconstructie in een pasgemetseld pand (decor: Bernhard Hammer) van grijze betonblokken met op de vloer de witgekrijte omtrekken van de slachtoffers die straks zullen vallen. Maar de reconstructie komt, net als het pand, nooit af. In het tweede deel wordt de planken vloer successievelijk verwijderd en strompelen de personages, net als in Luk Percevals 'Ten Oorlog', door een waterbassin af op het zekere, fatale einde. Wanneer Lulu in handen van rippende Jack valt en zij haar hulpgeroep het publiek inslingert, toont Halina Reijn haar zoals zij is: ontluisterd en kwetsbaar. Dat is toch nog een aangrijpend ogenblik.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden