Review

Onno Mus had haar verlaten! Zij stond alleen in de hotelkamer!

Astrid Roemer: Lijken op Liefde. De Arbeiderspers, Amsterdam; 251 blz. - ¿ 29 90.

Over de geëngageerde houding van Astrid Roemer zegt haar beeldspraak vanzelfsprekend niets. De van oorsprong Surinaamse schrijfster is uitstekend thuis in de problematische maatschappelijke verhoudingen in haar tweede - of moet ik zeggen: eerste - vaderland. Bovendien heeft zij een politiek hart.

Anders dan illustere voorgangers als de Antilliaanse schrijver Cola Debrot en de Surinaams-Indiaanse Albert Helman zocht zij geen politieke carrière aan de overkant van de oceaan, in een van de voormalige koloniën, maar hier in Nederland. Roemer heeft zich een fervent strijdster tegen racisme getoond en bezette zelfs, uit mededogen voor de situatie van migranten, gedurende vier tumultueuze jaren een zetel in de Haagse gemeenteraad.

In 'Lijken op Liefde' is de politiek op twee verschillende niveaus aanwezig. Om te beginnen in letterlijke zin: in de roman, die in de nabije toekomst speelt, wordt in Paramaribo een proces gehouden gehouden dat tegen hooggeplaatste verdachten van de Decembermoorden, die in werkelijkheid in 1980 in Suriname plaatsvonden. Maar de belangrijkste manier waarop de politiek op de roman een stempel drukt, is een overdrachtelijke.

Roemer vertelt in 'Lijken op liefde' het verhaal van de bijna 65-jarige Cora Sewa, geboren Dumfries, die lang geleden buiten haar wil betrokken was geraakt bij de moord op An Andijk, de dochter van notabelen. Cora was direct na de moord in 1974 door An Andijks minnaar, de invloedrijke diplomaat Cor Krommeling, gevraagd het toegetakelde lichaam van An Andijk af te leggen. “Ik heb bloed aan mijn handen”, beseft Cora achteraf. “Haar bloed. Ik heb recht op een verklaring.”

Cora Sewa raakt op haar oude dag nog geobsedeerd door de vraag wie An Andijk heeft vermoord. Na het afleggen van Andijks lijk heeft Cora zwijggeld ontvangen. Van dat geld maakt zij meer dan twintig jaar na dato een reis naar Nederland, waar zich een in een bankkluisje brieven van An Andijk bevinden, die haar op het spoor van de moordenaar zouden kunnen zetten.

Zij verlaat voor het eerst van haar leven Suriname en begint aan een reis langs talloze getuigen, van wie sommigen ook in 'Gewaagd leven' al een rol speelden. Uiteindelijk blijkt de waarheid, zoals immer, diffuus. Net als het proces voor het tribunaal loopt haar reis op niets meer uit dan een melancholieke terugkeer naar de geborgenheid van haar eigen huis, de 'Plantage Jericho'.

In de zoektocht van Cora Sewa naar de ware toedracht van An Andijks dood weerspiegelen zich de afwegingen, omwentelingen en onverwachte confessies tijdens het tribunaal in Paramaribo. Tot zover is met de opzet van het boek niet veel mis. Toch hebben deze inhoudelijke ingrediënten - een verhaal over de reis van een door het leven getekende Surinaamse vrouw in den vreemde, en de politiek correcte boodschap - niet het recept voor een mooie roman opgeleverd. Astrid Roemer heeft 'Lijken op Liefde' namelijk geschreven in een opgeblazen en veel te opzettelijke stijl.

Alleen het veelvuldig gebruik van het uitroepteken toont al aan hoe Roemer zichzelf overschreeuwt. Dat mag een flauw detail lijken, maar na vier opeenvolgende zinnen als: “Ze was in de val gelopen! De brieven uit de kluis waren verdwenen! Onno Mus had haar verlaten! Zij stond alleen in de hotelkamer!” kan ik geen uitroepteken meer zien.

Roemer legt tegelijk een verbluffende ijver aan de dag om alles wat ze vertelt te versieren met een overdosis couleur locale en Surinaamse stopwoordjes - “Ik heb je gemist, noh?!” - en een stapeling van opgedofte en krukkige metaforen. Roemers stijl heeft tot gevolg dat je je nu juist niet in Paramaribo of op 'Plantage Jericho' waant en maar zeer zelden een treffend beeld krijgt van Cora Sewa.

Wat te denken van een vrouw die op één bladzijde haar huwelijk beschouwt als een marmeren ei in een kommetje en haar vader ziet als een pot chutney, “zacht, zoet, troostend”. Maar ja, Cora is dan ook niet iemand die haar kleren ophangt, maar bedenkt: “Haar kledingstukken hadden ontspanning nodig: een hanger en kastruimte om uit de kreuk te raken.” En, o ja, huilen dat doet Cora niet, ze laat in plaats daarvan “een helder soort water vanaf haar hart, keel en ogen naar buiten.”

Dit soort proeven van mislukte mooischrijverij mogen buitengewoon irritant en heel soms lachwekkend zijn, het meest heb ik me nog verbaasd over Roemers vergelijkingen die simpelweg onbegrijpelijk zijn. Wat verstaat Roemer bij voorbeeld onder dit onheilszwangere beeld? “Een gemeenschap die zo voorspelbaar was als een baarmoeder en zo gesloten als zaadballen.” Pardon, noh?! En wat bedoelt zij - en dan houd ik er maar mee op - met de metafoor “alsof zij een punt was zomaar ergens midden in een verhaal na een mooie zin als: En zij leefden nog lang en gelukkig.”

“En zij leefden nog lang en gelukkig”, de clichéregel die alle sprookjes van de wereld besluit, midden in een verhaal? Ik vrees dat ik op dit punt (nee, niet dat punt “zomaar ergens midden in een verhaal”) zeker wist dat de bespreking van Roemers sprookje geen happy end zou krijgen. Waar ze probeert poëtisch en sensitief te zijn, schrijft ze overdreven en knullig. Met haar stilistische krullendraaierij heeft Astrid Roemer in één moeite door haar eigen roman de nek omgedraaid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden