Review

Ondra en de Praagse opstand

In de Duitse en Engelse taalgebieden is hij al enige tijd bekend. 'Jonge wilde uit Praag', 'een Tsjechische Jean Genet', 'cultschrijver van Generatie '89', 'shooting star van de Praagse letteren', dat waren zo de karakteriseringen die hem ten deel vielen. Jáchym Topol is in de internationale literaire wereld met open armen ontvangen.

Met enige vertraging bereikt zijn ster nu ook Nederland. De vertaling van zijn werk begint bij zijn derde roman, 'Nachtwerk'. De bijzondere kwaliteit van dat boek staat er garant voor dat ook eerdere romans en dichtbundels de weg naar de vertaler zullen vinden. En pas dan zal duidelijk worden met wat voor opmerkelijk meerzijdig talent we hier van doen hebben.

Alleen al zijn drie romans laten heel verschillende Topols zien. Vóór 'Nachtwerk' schreef hij 'Zuster' (1994) en 'Engel' (1995). Die boeken hebben hem de geur van wildheid bezorgd. Ze spelen zich af rond de 'fluwelen revolutie' die in 1989 aan het communistische bewind een einde maakte. Het milieu is het halfduister van Praagse randgroepen. Daar gebeurde alles wat jarenlang verboden was, een rauwe uitbarsting met maar één motto: vrijheid. Om dat te beschrijven vond Topol een heftige taal uit, die hem bij zijn generatiegenoten onmiddellijk cultstatus verschafte.

'Nachtwerk' is een totaal ander boek. Het speelt niet ten tijde van de laatste, maar van de voorlaatste revolutie: Praag 1968. De schrijver zelf was pas zes jaar oud, toen de Russen de opstand kwamen neerslaan. De hoofdpersoon van 'Nachtwerk' is iets ouder, een pre-puber, die in het verhaal zijn onschuld verliest. Anders dan in zijn eerdere romans is het milieu niet de stad, maar het platteland. Een heel merkwaardig platteland, dat door Topol is bevolkt met mysterieuze figuren die allemaal een verhaal, of beter: een legende, met zich meedragen.

In het begin van het boek worden het jongetje Ondra en zijn manke kleine broertje door hun vader op diens vlucht voor de Russen meegesleept naar opa op het platteland. Opa sterft en vader duikt verder onder; zo begint voor het tweetal een tijd waarin ze vrijwel helemaal op elkaar zijn aangewezen. Topol beschrijft hun lotgevallen grotendeels vanuit het perspectief van Ondra, een jongetje voor wie de wereld een magisch universum is op de grens van droom en werkelijkheid.

De omgang met de dorpsbewoners verloopt stroef, als stadse kinderen stuiten ze op nogal wat achterdocht. Een even vrolijke als geslepen oom ontfermt zich over hen. Hij is de lokale losbol en rebel, zit vol grappen en verhalen, en speelt een cruciale rol wanneer de Russische inval ook het dorp bereikt. Door hem komt Ondra regelmatig in het dorpscafé, waar hij niet alleen het meisje van zijn dromen ziet, maar ook getuige is van het verraad dat de dorpsbevolking in die hopeloze tijd verscheurt.

Ondra zoekt zijn heil in de bossen en aan de rivier. Topol maakt daar een landschap vol magie van. Het stikt er van de plekken waar volgens dorpslegenden mensen zijn vermoord, vrouwen zijn verkracht en doodsrituelen hebben plaatsgevonden. Door dit huiveringwekkende decor dwaalt Ondra nu eens alleen, dan weer met de plaatselijke jeugd, die zijn aanwezigheid pas na de nodige inwijdingsrituelen accepteert.

Door de broeierige werking van On-dra's fantasie komt de lezer slechts stukje bij beetje meer over zijn achtergrond te weten. Het blijven vage verhalen die slechts contouren laten zien van wat er gebeurd kan zijn. Verhalen over het wisselende lot van zijn vader, een uitvinder, die aan een raadselachtig project werkte, waarvoor, zo blijkt ineens, het dorp als laboratorium werd gebruikt. Verhalen ook over zijn moeder, die haar enige dochter voor haar ogen overreden zag worden en toen via de drank in een inrichting belandde. En over het kleine broertje, een gevoelig en vroegwijs knaapje, dat zijn dronken moeder troostte door voor haar het verloren zusje te spelen.

De omgang tussen Ondra en 'de Kleine' (hij blijft het hele boek lang zonder naam) en vooral hun dialogen zijn van een bevreemdende schoonheid. Ze zijn in jongenstaal geschreven, stoer en plat, en zijn doortrokken van de fantasieën waarmee kinderen de onbegrepen delen van de werkelijkheid opvullen. De scènes waarin Ondra met de Kleine op zijn rug door huis, dorp en bos dwaalt, vormen de magistrale hoogtepunten van de toch al zo aan magie rijke roman.

En die magie wordt bittere magie, wanneer aan het slot, nadat de Russen het dorp hebben bezet en hun vader gevangen is genomen, het twee-tal op een ijsschots achterblijft.

'Kijk, licht, zei de Kleine.

Op de oever, waar het dorp zich moest bevinden, hoog in de zwarte duisternis sprong een lichtje op.

Vast mensen met lantaarns, zei de Kleine.

Misschien

Of die ruimteschepen van jou, ha.

Denk het wel.

Of het valt uit een ster.

Ook dat zou kunnen.'

Het is het verstilde einde van een in stuwend tempo geschreven roman, waarin Topol overtuigend bewijst een machtig schrijftalent te zijn. Hij maakt het de lezer overigens niet altijd even makkelijk. Het is vaak ongewis wie er aan het woord is, de schrijver wisselt op de meest onverwachte momenten van perspectief. Dan is ineens niet meer Ondra de hoofdpersoon, maar de veldwachter of een van de vele meisjes die in het verhaal voorkomen. Ook dat draagt bij aan het magisch realisme van het boek.

De schrijver is al met talloze grootheden vergeleken. Met Jean Genet, Allen Ginsburg, William Burroughs. Die vergelijkingen slaan vooral op zijn poëzie en zijn eerdere romans. Zelf heeft hij eens Isaac Bashevis Singer als zijn voorbeeld genoemd. Dat gaat op voor 'Nachtwerk', want ook Singer schreef veel verhalen vanuit een jongetjespespectief. Geen voorbeeld, maar absoluut verwant is Jacques Vogelaars 'Dood van een meisje van acht', dat immers ook over kinderen op een van magie doortrokken platteland gaat.

In zijn eigen Tsjechië is Topol vooral herkend als de stem van de postrevolutionaire generatie. Een generatie die vrij is van de obsessies waarmee de dissidenten van eertijds nog altijd worstelen. Als redacteur van verschillende tijdschriften heeft hij die generatie in de schijnwerpers geplaatst. Aan die activiteiten heeft hij inmiddels een einde gemaakt. Nu wijdt hij zich aan zijn eigen ontwikkeling. Met 'Nachtwerk' laat hij het stadium van de literaire belofte achter zich. Jáchym Topol is op weg naar de status van fenomeen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden