recensie

Onderhuidse erotiek en omhelzingen als een aria in ‘Dood in Venetië’

‘Dood in Venetië’ van Internationaal Theater Amsterdam en het Koninklijk Concertgebouworkest. Beeld Jan Versweyveld

Theater
Dood in Venetië
Internationaal Theater Amsterdam &
Koninklijk Concertgebouworkest
★★★★☆ 

De schepper en zijn kunstwerk. Om die relatie, in persoonlijke en artistieke zin, draait het in ‘Dood in Venetië’. En daarmee geeft Ramsey Nasr zijn (geschreven voor een combinatie van toneel en muziek) theaterbewerking van Thomas Manns beroemde novelle ‘Der Tod in Venedig’ (1912) een verrassende extra dimensie.

Het verhaal over een oudere schrijver, die op vakantie in Venetië een fatale liefde opvat voor de jonge Tadzio, heeft de vorm van een scheppingsproces gekregen. Aan het begin zie je Thomas Mann – eerder zelf diep onder de bekoring van een tienjarige jongen gekomen – worstelen met zijn schrijverschap. Naast zijn schrijftafel de kinderwagen met jongste telg, die zijn vrouw Katia bij hem heeft gestald.

Alter ego

De omslag komt als Mann een alter ego verzint op wie hij zijn geheime innerlijke verlangens kan projecteren. Mooi moment: terwijl diens naam Gustav von Aschenbach op papier geschreven en op het transparante doek voor het orkestgedeelte geprojecteerd wordt, stapt deze het toneel op.

Vanaf dan neemt de voorstelling, na het (atonale) voorspel, onmiskenbaar de kleur aan van een gesproken opera (melodrama). Tekst en loopjes zijn heel precies op de muziek afgestemd, muziekfragmenten (onder meer Webern, Monteverdi, Strauss) spelen suggestief in op de inhoud, een spaarzame omhelzing oogt als een aria, terwijl Mann (Steven Van Watermeulen) en Von Aschenbach (Ramsey Nasr) in een continu duet van maker en personage om elkaar heen cirkelen.

‘Dood in Venetië’ van Internationaal Theater Amsterdam en het Koninklijk Concertgebouworkest. Beeld Jan Versweyveld

Wonderlijk hoe het, op papier wel erg ambitieuze, samenwerkingsproject tussen Internationaal Theater Amsterdam en het Koninklijk Concertgebouworkest tot een even betekenisvol als harmonieus geheel heeft geleid. Spectaculair sober. Op een glanzende vloer (Jan Versweyveld) en een indrukwekkend fraai uit karretjes uitgestrooid goudgeel strand. Met soms daarop een met vriendjes dollende Tadzio of dan weer een hemelse countertenor.

Esthetisch als ooit

Even esthetisch als ooit in zijn klankrijke compositie ‘India Song’ (1999, naar Duras) geeft regisseur Ivo van Hove hier de onderhuidse erotiek vorm. Qua enscenering roept ‘Dood in Venetië’ associaties op met ‘Vivaldi – Dangerous Liaisons’ (gevaarlijke liefdes!) door Opera2day. Met superstrak uitgevoerde decorwisselingen, snel neerdalende kostuumhaken, een breed inzetbare entourage van gedisciplineerde figuranten.

Een tikkeltje afstandelijk en iets te lang uitgesponnen is Dood in Venetië. En wonderschoon en veelzeggend. Intrigerend door beide tegenspelers. Zoals Mann zijn eerst nog minzame fictieve ik aanzet tot iets (‘raak aan’) wat hij zichzelf niet toestaat en zich ten slotte na voltooiing weer even in zijn burgerlijke huwelijk schikt, is adembenemend kuis: de inborst blijft smeulen.

Dood in Venetië is tot en met tot en met 13 april te zien in Theater Carré te Amsterdam. Voor meer informatie zie ita.nl.

Elke week nieuwe voorstellingen, besproken door onze recensenten. U leest ze hier.

Lees ook:

De toneelbewerking van ‘Dood in Venetië’ onderzoekt morele grenzen

In ‘De dood in Venetië’ beschrijft Thomas Mann uit eigen ervaring de hartstocht voor een beeldschone jongen, een kind nog. Ramsey Nasr bewerkte de tekst en zet de schrijver naast zijn alter ego op het toneel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden