Opinie

Onderbelicht meesterwerk

Met het nieuwste programma 'Grootmeesters van de dans' wil Het Nationale Ballet ook het ballettechnisch niveau bewijzen dat dit gezelschap in veertig jaar bereikt heeft.

De lat ligt meteen hoog, want geopend werd met 'Capriccio' (oorspronkelijke titel 'Rubies') waarmee Balanchine in 1967 het Capriccio voor piano en orkest van Stravinsky aangreep voor pure edelsmeedkunst in ballet. In een setting van acht meisjes en vier jongens laat Mister B. een lange danseres en een solistenpaar als robijnen schitteren: zij staan hoog en speels op de spitzen en hij koketteert met bravoure als een schuinsmarcheerder.

Geen hoogstandje wordt door Anna Seidle, Yumiko Takeshima en Viacheslav Samodurov vermeden: alledrie zijn scherpslijpers in hun vak. Wat 'Capriccio' vooral zo opwindend maakt zijn de kwinkslagen met ballet als veredeld circus, acrobatisch vertoon, show en cake walk-variaties. Stralend in een zee van licht laten de dansers hun rood-gouden tuniekjes glinsteren en lijken hun onderlijven in witte maillots op zilveren messen. Kort en goed: een voltreffer. Wordt er ergens ter wereld -behalve bij het New York City Ballet zelf- met zoveel flair en sensuele swing hulde aan schatmeester Balanchine gebracht?

Zo fonkelend deze opening, zo duister schimmig het premièreonderdeel 'The Cage', eveneens op muziek van Stravinsky. In deze choreografie uit 1951 heeft Jerome Robbins de tweede akte van het romantische ballet 'Giselle' op zijn castrerende gehalte doorgelicht. Stellig in reactie op de psycho-terreur van Martha Graham bewerkte hij het 19de eeuwse erfgoed op een geruchtmakende manier tot een expressionistisch drama over een sekte Amazones die mannen als spinnen of bidsprinkhanen in hun web lokken en direct na copulatie meedogenloos vermoorden. Hun dijen zijn wurgende tangen en hun voeten zijn priemen.

Het ballet was in Nederland voor het eerst te zien toen het New York City Ballet in 1952 in het Holland Festival optrad. Pogingen van hogerhand om deze uiting van zedenbederf te verbieden konden voorkomen worden en de rel droeg ertoe bij dat 'The Cage' een legende werd, met name door de indrukwekkende hoofdrol van Nora Kaye (de Amerikaanse Zizi Jeanmaire). Zittend op de dertiende rij van het Muziektheater Amsterdam wilde ik graag geloven dat Nathalie Caris haar beroemde voorgangster evenaarde en misschien zelfs wel overtroefde. Maar in de belichting van Jennifer Tipton was het domweg niet te zien. Tipton, toch niet de minste in haar vak, wenste dirigent Jan Stulen en het Noordhollands Philharmonisch Orkest zelfs beter uit te lichten dan alle Amazones en hun twee slachtoffers op het podium. Om stapeldol van te worden. Geen gelaatsuitdrukking viel te onderscheiden en noch de wreedheid noch dat dramatische omslagmoment waarop de vrouw realiseert dat zij de man tussen haar knellende dijen bemint was in de verste verte te herkennen. Ik tuurde naar dit 'meesterwerk' als naar een volgeskribbeld manuscript bij flakkerend kaarslicht. Slechts bewegende contouren dansten voor mijn ogen.

Hoe belangrijk licht voor en op dans is, werd direct daarna bevestigd toen Jan Hofstra voor zijn jarenlange dienstbaarheid als belichter en toneelinspiciënt geridderd werd. Toer van Schayk hield een liefdevolle speech en las ook een lange brief van Rudi van Dantzig (aanstichter van deze terechte verrassing) voor.

Ook 'Symphonic Variations' van Sir Frederick Ashton is een gouden klassieker, niet uit de Amerikaanse maar de Engelse ballettraditie. Sir Fred bewees hiermee al in 1948 zijn kundigheid in melodisch voortkabbelende patronen. Drie gratiën en drie goddelijke balletatleten moeten hun gevoel voor harmonie etaleren, in een groen gele ruimte vol golvende (stippel)lijnen. Zo sappig en bijna spartelend van plezier Balanchine balletvirtuositeit laat zijn, zo braaf en vooral bloedserieus zet Ashton de muziek van César Franck in ballet om. Het orkest wilde de hoge sprongen, snelle voeten en precisiewerk maar geen vleugels geven. Helemaal mis, vooral bij de blazers, ging het in de orkestbak in het slotballet, op Bachs Brandenburgse Concerten nrs. 2 en 3. De Française Maguy Marin maakte er elf jaar geleden het zogenaamde Dikkertjes ballet 'Groosland' op. Gehuld in lagen rubber zijn twintig slanke dennen en woudreuzen van Het Nationale Ballet in hun fysieke tegenpolen veranderd: hun dans is aandoenlijk en koddig gedribbel. Vijf minuten is dit grapje leuk en dan weet je wel dat corpulentie heel sierlijk en ritmisch kan zijn als er een balletdanser(es) onder zit. Tot de 'grootmeesters' van het 20ste eeuwse ballet kan Maguy Marin zeker niet gerekend worden. Dat neemt niet weg dat de dansers van Het Nationale Ballet ook 'Groosland' meesterlijk dansen. Een fraai, zeer contrastrijk programma.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden