Review

Onder de socialistisch-zionisten ontbraken de proletariërs

De enorme omvang van dit proefschrift waarop Evelien Gans onlangs aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde, en de lange tijd, acht jaar, die zij aan de voorbereiding ervan besteedde, zijn onevenredig aan de beperktheid en ook het belang van het onderwerp: de verhouding van joodse socialisten en socialistisch-zionisten in Nederland tot hun joodse afkomst en voor wat de laatsten betreft eveneens tot het zionisme.

HENRIETTE BOAS

Het onderzoek blijft vrijwel uitsluitend beperkt tot Nederland, en wat de socialisten betreft, tot de SDAP en haar opvolgster, de PvdA. Joden binnen de CPN en binnen andere linkse groeperingen krijgen nauwelijks aandacht. Wat de socialistisch-zionisten betreft (die verenigd waren in de Nederlandse afdeling van de Poale Zion, opgericht in 1933) gaat het dan ook nog om een klein groepje.

De tien uitvoerige biografieën in het proefschrift van joodse socialisten en leiders van de Poale Zion, zoals Sam de Wolff en professor Sal Kleerekoper, tonen verder aan dat op de vraag naar de verhouding tussen hun socialisme en hun Jodendom geen eensluidend antwoord is te geven en geen algemene conclusie is te trekken. Wel wordt duidelijk dat deze vraag voor Evelien Gans vooral een persoonlijk probleem is, waarop zij in de loop der jaren verschillende antwoorden heeft gezocht.

Het beperkte belang van dit onderzoek blijkt verder daaruit dat Sam de Wolff en Kleerekoper, aan wie de auteur overmatig veel aandacht besteedt, in de SDAP en de PvdA nimmer een prominente positie hebben bekleed. Ook niet vóór zij in 1933 de Poale Zion oprichtten. Het boek bevat hoofdstukken als 'De SDAP en het Joodse vraagstuk', 'Jodendom als gepasseerd stadium' (waarin wordt aangetoond dat de meeste Joden die socialist werden hun Jodendom als een gepasseerd station beschouwden), 'Het socialistisch Zionisme als politieke synthese' en 'De rode familie en de Joden'. Over de periode na de oorlog: 'De Socialistisch-Zionistische beweging en de wederopbouw', 'Botsende loyaliteiten, Poale Zion en de PvdA'; 'Op alijah. Een kwestie van gaan of blijven', en 'Joodse sociaal-democraten na de oorlog'.

Van een aantal personen in de SDAP die Gans beschrijft zijn reeds eerder uitvoerige biografieën verschenen: van vakbondsleider en Eerste-Kamerlid Henri Polak (1868-1943); van de Amsterdamse wethouder van volkshuisvesting, Salomon Rodriguez de Miranda; van de Amsterdamse wethouder voor het kunstbeleid Emanuel Boekman; van de oprichtster van de Vakbond van Naaisters en later lid van de Tweede Kamer en van de Amsterdamse Gemeenteraad, Alida de Jong; en van de bekende journalist en Vara-commentator Meijer Sluyser.

De meeste aandacht wordt echter besteed aan de twee oprichters van de Poale Zion, Sam de Wolff (1878 - 1966) en Salomon Kleerekoper (1893 - i970). Op hen en op de Poale Zion (PZ) wil ik hier iets nader ingaan.

Bij de oprichting van PZ Nederland in 1933 verkondigde Sam de Wolff dat hij verwachtte dat 'tienduizenden Joodse proletariërs' zich hierbij zouden aansluiten. In feite was het ledental in 1940, zeven jaar later, volgens eigen opgave ongeveer vijfhonderd, een getal dat beslist niet te laag was getaxeerd. Bovendien waren onder de leden vrijwel geen 'proletariërs'. Een deel bestond uit leden of reünisten van de NZSO, de Nederlandse zionistische studenten organisatie, de bekendste van wie later Jaap van Amerongen (Yaakov Arnon) zou worden.

Via hun mede-NZSO'er Leo de Wolff, de enige zoon van Sam, waren zij gewonnen voor een cursus in het socialistisch-zionisme bij zijn vader. Zij waren zeer van hem onder de indruk gekomen. Zij waren niet alleen door hun studie geen proletariërs, maar ook niet van huis uit. Jaap van Amerongen bijvoorbeeld was een zoon van een welgesteld diamantair, met een ruim huis aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam, en neef (oomzegger) van Abraham Asscher; na voltooiing van zijn studie economie kwam hij te werken op de economische afdeling van diens diamantfabriek. Na zijn immigratie naar Israël zou hij aanvankelijk hoofd worden van de diamantsector van het ministerie van economische zaken.

Andere leden van PZ waren reeds lid geweest van de Nederlandse Zionisten Bond, en vaak tevens van de SDAP. Het werkelijke aantal nieuwe personen die door PZ hun weg naar het zionisme vonden, bedroeg mogelijk niet veel meer dan honderd. Weliswaar behaalde bij de verkiezingen voor de afvaardiging naar het Zionistische Wereldcongres in de zomer van 1935 Mirjam de Leeuw-Gerzon (de lijst 'Het Arbeidend Palestina') 532 van de in totaal 1670 uitgebrachte geldige stemmen, en verwierf zij daardoor de tweede van de in totaal twee voor Nederland beschikbare afgevaardigden naar het Congres in Luzern (de eerste was de oud-Voorzitter Fritz Bernstein, met 901 stemmen).

Maar een groot deel van deze ruim vijfhonderd stemmen was afkomstig van de leden van de grotendeels uit Duits-joodse vluchtelingen bestaande Nederlandse afdeling van Palestina-pioniers, bij wie Mirjam de Leeuw-Gerzon zeer populair was; zij waren geen lid van NZB of PZ, maar mochten volgens een beslissing van de Zionistische Wereldorganisatie toch aan de verkiezingen deelnemen.

Een deel van de stemmen was afkomstig van de vrouwelijke leden van de NZB, onder wie Mirjam de Leeuw voor de WIZO, de Women's International Zionist Organisation, zeer actief was. Dit wordt evenwel door Gans niet met zoveel woorden vermeld.

Sam de Wolff behoorde tot de circa 220 Joden uit Nederland die in juli 1944 vanuit Bergen-Belsen naar het toenmalige Palestina werden uitgewisseld tegen in Palestina geïnterneerde Arische Duitse vrouwen en kinderen. Reeds een jaar later, kort na de bevrijding, deed De Wolff, via de hem bekende Willem Drees, moeite om naar Nederland terug te keren. Dit lukte hem inderdaad al in november 1945. Korte tijd later trouwde hij met de dertig jaar jongere niet-joodse verpleegster Annie Gruntjes, die in de laatste jaren van haar ziekte zijn in 1941 overleden vrouw had verpleegd en eerder had deelgenomen aan de Spaanse Brigade tegen Franco. Zij had tijdens de bezetting De Wolffs uitgebreide bibliotheek weten te bewaren. De Wolff, die op het einde van de oorlog zijn enige zoon, Leo, had verloren, keerde nooit naar Israël terug, maar bleef op de Algemene Vergaderingen van de NZB de 'burgerlijke' zionisten langdurig attaqueren. Kleerekoper, net als De Wolff accountant en later hoogleraar in de economie aan de universiteit van Amsterdam, deed dat ook. De twee waren overigens bepaald geen vrienden.

Kleerekoper was ondanks tegenstand van beider families getrouwd met een niet-joodse leerling op de hbs in Haarlem waar hij lesgaf. In 1938 werd hun huwelijk zelfs joods-kerkelijk ingezegend. Als gemengd gehuwde bleef hij voor deportatie behoed. Later verliet hij haar evenwel voor een joodse vrouw die het echtpaar Kleerekoper in huis had genomen, nadat haar man kort voor het einde van de bezetting op een onderduikadres in Amsterdam was gearresteerd en fusilleerd.

In tegenstelling tot De Wolff nam Kleerekoper in de eerste jaren na de bevrijding deel aan de wederopbouw van de joodse gemeenschap in Nederland en werd hij voorzitter van de NZB. Hij bezocht ook Israël waar hij een hem passende positie probeerde te verkrijgen. Toen dit niet lukte keerde hij verbitterd naar Nederland terug en deed in zijn afscheidsrede als NZB-voorzitter in december 1951 een zeer felle aanval op Israël, die veel toehoorders verbijsterde.

Het is ondoenlijk binnen de hier beschikbare ruimte in te gaan op allerlei aspecten van dit omvangrijke werk, dat bovendien van een zeer uitvoerig noten-apparaat is voorzien, en van een uitermate grote belezenheid getuigt. Daarom slechts twee opmerkingen tot slot, een van ondergeschikt en een van groter belang. Ondanks de zeer lange tijd van voorbereiding en haar uiterste zorgvuldigheid heeft Gans er blijkbaar niet aan gedacht de juistheid van de Nederlandse vertaling van enkele door haar geciteerde Hebreeuwse termen te laten controleren. Zo betekent Koemi, Orie, de naam van de publicatie van de Poale Zion, niet 'Sta op naar het licht', maar 'Sta op en wees een licht', en niet het woord Ahawath betekent 'liefde', maar Ahawah, terwijl Ahawath de verbogen vorm is, voor een ander zelfstandig naamwoord.

Verder is de titel 'De kleine verschillen die het leven uitmaken' wel erg nietszeggend. Zij suggereert daarmee als het ware dat er tenslotte tussen joodse anti-zionistische en zionistische socialisten weinig verschil is.

Belangrijker is het ontbreken van een evaluatie van de invloed van de Poale Zion Nederland binnen de internationale Poale Zion beweging, en speciaal die in Israël. Voorts ontbreekt ook een vergelijking van de emigratie naar Palestina en Israël van leden van de PZ en van Joden uit Nederland in het algemeen. Het aandeel van PZ-leden daarin was klein, maar het proefschrift wekt de indruk dat het zeer aanzienlijk was.

Het is overigens opmerkelijk dat in deze ruim duizend pagina's het woord 'Palestijnen' vrijwel niet voorkomt, daar dit begrip destijds in PZ nauwelijks een rol speelde. Misschien vindt Evelien Gans nog eens de gelegenheid dit loodzware proefschrift dat ook voor de betrekkelijke insiders letterlijk en figuurlijk een zware last is, te bewerken tot een beknopter en meer handzaam overzicht, met vooral aandacht voor de hoofdpunten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden