Review

Ondanks falende techniek is 'Das Rheingold' subliem

Van de vier opera's die samen Wagners 'Der Ring des Nibelungen' vormen, is de eerste -'Das Rheingold' - in de enscenering die regisseur Pierre Audi en decorontwerper George Tsypin voor De Nederlandse Opera maakte de meest ingewikkelde. Hóe ingewikkeld die 'Rheingold'-enscenering is, werd donderdagavond duidelijk toen de premièregasten middenin de opera naar de foyers werden gestuurd waar ze zich gratis tegoed konden doen aan drank en spijzen.

Voor de goede orde: 'Das Rheingold' is een pauze-loze partituur, tweeëneenhalf uur doorgecomponeerde muziek waarin geen cesuur te maken valt. Bij de overgang naar het derde tafereel, als de goden afdalen in het onderaardse Nibelheim, ontspoorde de voorstelling echter. Een droge knal aan de linkerkant van het decor gaf aan dat er iets misging. De vuurkarretjes van de Nibelungen reden al op, Mime dartelde nog even over het donkere toneel, maar na een paar minuten moest dirigent Hartmut Haenchen het orkest toch aftikken.

In het decor bewegen twee enorme vlakken (een van staal en een van glas) naast elkaar omhoog en omlaag. Als gigantische tektonische platen schuiven de twee soms over elkaar heen waardoor er een enorm speelvlak ontstaat. Bij het ophalen van het linkervlak is er iets misgegaan waardoor alle computers die de decorwisselingen aansturen op tilt sprongen. Direct gevaar voor de zangers is er daarom niet ontstaan, maar eer het euvel verholpen was en de computers opnieuw waren ingeprogrammeerd was er een stief uurtje verlopen. Een paar jaar terug moest 'Das Rheingold' wegens een te enthousiast ontploffend theatraal effect ook al eens een paar minuten worden stilgelegd en tijdens de eerste voorstellingen van 'Siegfried' tuimelde tenor Heinz Kruse van het decor, waarna de voorstelling werd afgelast. Deze 'Ring' is fantastisch, maar inderdaad héél ingewikkeld.

Ondanks dit alles dirigeerde Haenchen wederom een sublieme voorstelling. Technische beginproblemen in het Nederlands Philharmonisch Orkest werden vakkundig opgelost waardoor de goden met machtige orkestrale glans hun Walhalla konden betreden. Albert Dohmen (Wotan) en Chris Merritt (Loge) dicteerden vocaal de avond. Dohmens interpratie van de oppergod blijft maar groeien, waardoor híj (en niet Bryn Terfel in Londen) de enige echte opvolger van de legendarische Hans Hotter is. Merritts vibrato is sinds 1997 nog meer toegenomen, maar het past perfect bij de glibberige, draaikonterige halfgod die hij van Audi moet spelen. Met Doris Soffel valt als Fricka niet te spotten, hoewel haar interpretatie soms wel iets té aangezet klonk.

Anne Gjevang maakte van haar korte Erda-optreden wederom een belevenis en de drie nieuwe Rheintöchter zongen glorieus. Werner van Mechelen is een sympathieke zanger, maar als invaller voor de rol van Alberich bleef hij te eendimensionaal. De allesbepalende vervloeking van de ring deed niemand huiveren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden