Boekrecensie

Onbemind Brussel lijdt onder zichzelf

Beeld Hollandse Hoogte / David Rozing

Brussel is een stad zonder gezicht, die iedereen haat en waar de verschillen groot zijn. Pascal Verbeken toont Brussel als stad van de toekomst van de wereld.

‘Sire, Ik ondergetekende, Karl Marx, doctor in de filosofie, 26 jaar oud, uit Trier in het Koninkrijk Pruisen, heb de intentie mij met vrouw en kind in de Staat van Uwe Majesteit te vestigen, en neem daarom de eerbiedige vrijheid U te smeken me de toelating te bezorgen om mijn woonplaats in België te kiezen. Met de diepste eerbied voor Uwe Majesteit, verblijf ik Uw zeer nederige en zeer gehoorzame dienaar, Dr. Karl Marx.”

Het is even schrikken van zoveel nederigheid en eerbiedigheid van de man die het einde van het tijdperk van koningen, keizers en tsaren aan de horizon zag opduiken, maar toch is dit de brief die Marx in 1845 aan Leopold I stuurde. In Duitsland was hij niet langer gewenst, net zomin als in Frankrijk trouwens, waar hij wegens van politieke opruiing werd gezocht. En dus kwam hij naar het piepjonge België, dat de liberaalste wetgeving ter wereld had, de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting garandeerde en deze politieke vluchteling dan ook met een glimlach binnenliet - nadat hij de Staatsveiligheid beloofd had zich voortaan niet meer in te laten met het schrijven van politieke tractaten, wel te verstaan. Marx ging in de Verbondstraat wonen, waar zijn linkerbuur Friedrich Engels was en zijn rechterbuur Moses Hess, de grondlegger van het zionisme.

Marx, Engels en Hess zijn maar enkele van de vele illustere namen die opduiken in Pascal Verbekens ‘Brutopia, de dromen van Brussel’, het boek dat na ‘Grand Central Belge’ en ‘Arm Wallonië’ het sluitstuk vormt van zijn België-trilogie. Het gepaste sluitstuk trouwens, want België is niet te begrijpen wanneer je zijn hoofdstad buiten beschouwing laat. Verbeken heeft geen geschiedenis van Brussel geschreven, die zijn er al genoeg. In zijn boek focust hij daarentegen op de mensen, ideeën, fenomenen en soms ook plaatsen die deze stad maken tot wat zij is, een smeltkroes waarin segregatie hoogtij viert, de derde rijkste regio van Europa waar een derde van de bevolking onder de armoedegrens leeft, en de groenste hoofdstad van het continent waar utopische stadsontwikkelaars hele wijken platgooiden om er pal in het centrum de autosnelweg van Amsterdam naar Parijs te laten kruisen met die van Londen naar Istanbul. Brussel is een stad van tegenstellingen en spanningen, blijkt vooral uit Verbekens boek, en die waren nogal eens van politieke aard.

Molenbeek

En dat zijn ze vandaag nog steeds. Na drie jaar werd Marx het land uitgezet, omdat hij zich niet aan zijn woord hield en het volk bleef opruien, maar na hem kwamen vele andere dromers en agitatoren die in Brussel een plek zagen waar de wereld veranderd kon worden, en dat niet altijd ten goede. Verbeken bezoekt zo Molenbeek, de voorstad aan de rand van Brussel, die met zijn 100.000 op elkaar gepakte inwoners veel meer is dan de wijk die de meesten in gedachten hebben. Het is een stad van salafisme en geslotenheid, merkt hij, die de meestal islamitische inwoners slechts een keer per jaar verlaten, om het vliegtuig te nemen naar het land van hun voorouders. Het is de stad ook waar het Europees terrorisme wortel schoot. Toen schrijver Abdelkader Benali na de aanslagen van 22 maart 2016 naar Brussel trok om te zien wat eraan schortte, schreef hij: “Molenbeek toont je alles wat verrot is aan Europa.”

En zo laat Verbeken in ieder hoofdstuk wel een paar relevante mensen aan het woord. Wanneer het over de EU gaat, die wel in Brussel gevestigd is maar net zomin als de salafisten buiten haar eigen bastions komt, gaat hij met Luuk van Middelaar praten. Wanneer hij wil weten hoe de onderkant van Brussel de voorbije decennia is veranderd, zoekt hij Sonia op, een raamprostituee met meer dan veertig jaar dienst op de teller die bekent dat ze tegenwoordig meer dan de helft van de potentiële klanten weigert. “Mannen zijn nerveuzer en gewelddadiger geworden,” zegt ze, “net zoals Brussel zelf.” Die vele stemmen maken van ‘Brutopia’’ een caleidoscopisch boek dat, maar misschien is dit onvermijdelijk wanneer je hetzelfde fenomeen vanuit verschillende hoeken benadert, soms in herhaling valt. Dat België op het einde van de negentiende eeuw de derde economische macht van de wereld was, na Groot-Brittannië en Amerika, krijg je een paar keer te horen, net zoals dat zowat alle Russische trams van Belgische makelij waren.

‘Brutopia’ een reisgids noemen doet het boek oneer aan. Verbeken gebruikt wel foto’s en plattegronden, maar over de traditionele bezienswaardigheden zul je bij hem weinig tot niets vinden. De huid van de stad, waar zoveel toeristen naar op zoek zijn, interesseert hem niet. Hij wil de ziel ervan tonen, en die blijkt heel diffuus te zijn. Brussel heeft geen gezicht. Mensen die er wonen zijn niet trots op hun stad en zien deze eerder als een gebruiksvoorwerp. Brussel gebruik je om je kont mee af te vegen en daarna gooi je het papier op straat. Dat er zoveel vuilnis rondzwerft, zegt veel. Misschien wel net zoveel als de grote kaalslagen. In de zeventiende eeuw had Brussel de mooiste skyline van de wereld, tot de Fransen er twee dagen lang brandbommen op afschoten en er niets meer van restte. Dergelijke vernietiging door buitenstaanders is echter zeldzaam.

Schrijver en journalist Pascal Verbeken Beeld Michiel Hendryckx

Geen sprookje

Brussel heeft vooral te lijden gehad onder zelfdestructie. Opstandige volkswijken werden platgegooid om er het reusachtige gerechtsgebouw neer te poten of om van de stad het centrum van de wereldhandel te maken. Dat laatste werd in 1967 beslist. 530.000 vierkante meter stad werd toen afgebroken, waarbij 12.000 mensen een ander onderkomen moesten zien te vinden. In de plaats zouden 80 wolkenkrabbers komen, tot 162 meter hoog. Beneden zouden de auto’s rijden en op wandelbruggen 13 meter hoger kon je dan van de ene building naar de andere lopen. De kaalslag kwam er, maar het vervolg niet, zoals zo vaak in Brussel, waar niets ooit echt gepland wordt. En gelukkig maar, denk je soms.

‘Brutopia’ is geen sprookjesboek, want Brussel is geen sprookje. Met zijn bevolking die voor 60 procent uit mensen met een migratieachtergrond bestaat - na Dubai het hoogste percentage op aarde - is het een stad waar matrassen per periodes van acht uur worden verhuurd en tegelijkertijd de weelderigste villa’s gebouwd worden aan de rand van het Zoniënwoud. Het is een plek van grote verschillen die steeds weer overstegen worden en die ons een beeld geeft van de wereldwijde toekomst, schrijft Verbeken. Hij zou wel eens gelijk kunnen hebben.

Oordeel: caleidoscopisch boek over mensen en ideeën, gepast slot van België-triologie.

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden