Opinie

Onbekommerd vief en kwiek spel in tweeduistere Hebriana

De jaarlijkse familiebijeenkomst om Midzomernacht te vieren, wordt bij de Zweedse dramaschrijver Lars Norén natuurlijk nooit een feest. Wat hij op deze nacht samenbrengt is een menselijke schroothoop. Op het achtertoneel staat het schroot letterlijk gereed; een verveloze façade van het al vrijwel vergane familiehuis.

Arend Evenhuis

Met 'Hebriana' (1989) vervolgt Norén zijn met Tsjechov verwante weg door verwoeste levens. Drie zussen, hun moeder, en twee erbij bungelende echtgenoten hebben elkaar een levenlang al niets meer te vertellen, behalve elkaar af te grauwen, permanent onderuit te halen of anderszins gif in elkaars oren te druppelen.

De identieke openings- en slotbeelden vertellen al ruimschoots hoe muurvast Noréns familie zit: de vrouwen op een canapé bijeengepropt en verbeten alsof hun leven ervan afhangt breiend, nagelvijlend en kruiswoordraadsels oplossend (steeds schichtig achterin het raadselschriftje naar de oplossing spiekend en rap terug bladerend).

De mannen lanterfanten op de grond of spelen dat peilloos treurige patiencespel. Links op het toneel, los van de familie, een naar aaierij hengelende schlemiel die als aidspatiënt in het meelijkielzog van een van de zwagers dartelt. Ondanks de Midzomernacht is het licht in vaal tweeduister gedempt.

Halverwege het stuk dient de dochter zich aan die zichzelf Hebriana noemt: een wonderlijk lieftallige verschijning met dolende ogen, knikknakkend bolletje en in zorgeloos zomerjurkje gehuld. Ze begroet iedereen met zo'n langgerekt en loom-temerig 'hèèiiiih' dat de norste baljuw van Moddergat nog voor haar zou bezwijken. Ze tekent en dicht, verhit behalve de mannenhoofden ook dat van haar moeder: ,,Zeven jaar lang heb jij nu gezwegen! En ik heb je nog nooit geschopt!'' Men zegt dat ze schizofreen is, maar Hebriana spreekt wijzere en elegantere brokkelzinnen dan de hele familie ooit bij elkaar kon hakkelen. Alle betrokkenen storten zich op haar onaanraakbare ontvankelijkheid, die zij zelf zo grimmig missen. Als er geniale schrijvers bestaan, moeten er volgens Hebriana ook geniale lezers zijn. Maar bestaan die?

Het Zuidelijk Toneel speelt 'Hebriana' in coproductie met de Toneelacademie Maastricht, en onder uitmuntende regie van Peter de Graef. Bram Coopmans, Nana de Graaff, Ali-Ben Horsting, Gaby Milder, Hadewych Minis, Léon Voorberg en Peggy Vrijens staan op het punt de toneelschool te voltooien, maar beschikken nu al over een even gedisciplineerd als onstuitbaar gevoel voor ensemblespel. Het is een lust voor oog en oor om deze zeven individueel én als troupe te zien spelen. Onbekommerd, zwierig met vaart, en met nauwgezet gevoel voor timing. Dit zevental speelt menig gevestigd gezelschap er 'simpelweg' uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden