Review

Om de toekomst van het Noordse ras

Historica Barbara Henkes schreef een boek over de gevaarlijkebetrekkingen tussen wetenschap en politiek, aan de hand van delevens van vier Nederlandse folkloristen, die dweepten metGermaanse voorouders en Arische cultuur.

Henkes probeert in 'Uit liefde voor het volk' een oordeel over'goed' of 'fout' uit te stellen, en de biografieën zelf debetekenis van de zogenaamde volkskunde te laten vertellen. Zijplaatst zich nadrukkelijk in een stroming van nieuweoorlogsgeschiedschrijving, die in de eerste plaats wil begrijpen.Chris van der Heijden, met zijn 'Grijs verleden' (2001), een boekover het dagelijks bestaan in de Tweede Wereldoorlog, is debelangrijkste exponent van dit revisionisme. Hij wees er op datveel van de fascistische ideeënwereld in de jaren dertiggemeengoed was. Ook Henkes beklemtoont in haar boek deverwantschap tussen de voorstellingen over volk en natuur die bijlinks en rechts circuleerden. Socialistisch of fascistisch, deSturm und Drang van de jeugdbeweging (om maar iets te noemen) wasdezelfde.

In de 'volkskunde' werden antiburgerlijke sentimentengekoesterd en gepolijst. Voor de oorlog werd de verzameling vanlandelijke eigenaardigheden die volkskunde was, aangevoerd terondersteuning van een Nederlandse, of Groot-Nederlandseidentiteit. Na 1940 drongen de Duitsers er bij de Nederlandsevolkskundigen op aan dat zij ook politieke consequenties zoudentrekken. De meesten van hen werden enthousiasteVolkstum-propagandisten.

De vier geportretteerde mannen hebben hun sporen verdiend opeen terrein dat voor de oorlog in groeiend aanzien stond. Maarin veel opzichten - financieel bijvoorbeeld - bloeide devolkskunde, de verzameling en catalogisering van de Nederlandsefolklore, het uitbundigst tijdens de oorlog. Er werdgevolksdanst, er werden zonnewendefeesten gehouden, en er werdeindeloos gepalaverd over hoe zuiver Germaans de afkomst van eenhuwelijksgebruik, een dialect of een boerenwoonhuis wel niet was.Alles omwille van een mythisch verleden en de toekomst van hetNoordse ras.

Hoe de volkskunde na de oorlog in het slop raakte ismeesterlijk geboekstaafd door J. Voskuil, alias Maarten Koning,die ook jarenlang gefascineerd werd door de antecedenten van deafdeling Volkskunde van Het Bureau waar hij werkte. Degene dieVoskuil in 1957 in dienst nam was P. J. Meertens (1899-1985),alias 'Meneer Beerta'. Meertens, die zijn naam gaf aan hetInstituut voor dialectologie, volkskunde en naamkunde waar hetin Het Bureau allemaal om draait, is de interessantste van devier folkloristen. De drie andere figuren werden in hunwetenschappelijk onderzoek overduidelijk door ambitie enfanatisme gedreven. Maar Meertens had althans enige bedenkingentegen de richting die 'het volk van dichters en denkers' wasingeslagen, en heeft daar, zij het bescheiden, lucht aan gegeven.

Inderdaad, de levens van de Nederlandse volkskundigen inoorlogstijd spreken voor zich, maar het effect is anders danHenkes bedoeld had. Het probleem met Henkes' onderneming is dathaar poging om langs biografische omwegen iets te redden uit devolkskundige inboedel meteen al weinig kans van slagen had. Inde eerste plaats was er nauwelijks sprake van enige wetenschapvan betekenis. Het kost de grootste moeite in het boek ook maareen zinnige gedachte van de volkskundigen te onderscheiden. Voorde oorlog bestond het hele vak uit streekromantiek en curiosa diemet wilde hypothesen in een volks verband werden gebracht. Hetvertoonde gelijkenis met het opgewarmd traditionalisme datvolgens sommigen ook nu weer in Nederland de rijen moet sluiten.Maar in de oorlog was het een pedant excuus voor racistischezelfverheffing en uitsluiting.

Om dezelfde reden is de opschorting van een moreel oordeelover die baaierd van onnozele en kwaadaardige onzin onbegonnenwerk. Van begin af aan dringt zich aan de lezer onweerstaanbaarhet 'foute' karakter op van de keuzes die de volkskundigengemaakt hebben, in hun werk en in de politiek. In de praktijk isde schrijfster dan ook om de haverklap bezig haar volkskundigenzachtjes te verontschuldigen, om er vervolgens snel aan toe tevoegen dat het systeem dat zij steunden toch maarverschrikkelijke wandaden bedreef. Bovendien heeft Voskuil Henkeshet meeste gras voor de voeten weggemaaid: “Ik wou die Inleidingtot de Wetenschap der Volkscultuur met Lien en Gert behandelen“,zei Maarten tegen de boekenkast. “Ik heb hem dit weekend nog eensdoorgelezen, maar het is eigenlijk een verdomd interessantboekje.“

“Ik dacht dat die man een nazi was“, zei Ad van achter zijnboekenkast.

“Jawel, maar historisch gezien. Zo dacht hij niet alleen. Zodachten ze allemaal, ook de mensen die geen nazi waren.“ (HetBureau 4, Het A.P. Beerta-Instituut, 750)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden