Review

Olifanten langs de snelweg

Geen kant kunnen wij op: als kunstidee het tegenbeeld voor wie ons doelverdwaasd om de tijd in te halen voorbijraast, vertolken, kleine kudde, wij gedwee de kolossale zielenrust waarmee natuur zin in zichzelf had, ongehaast naar deze vreemde plek van land uit zee om te verbazen ons domein ontzworven: een stap nog en dat razen kwam tot stand.

De kunst is ons geduld, wij wachten, want pas als de mens zich straks heeft uitgestorven, zijn wij, polders weer toendra, triumfant.

C.O. Jellema

Wat ziet een dichter als hij geraakt wordt door een beeld? Een eerste regel? Een woord? Een ander beeld? Een serie gedichten en gesprekken over beelden in de openbare ruimte. Vandaag: C.O. Jellema over het beeld '5 Olifanten' van Tom Claassen.

,,Beelden langs de snelweg zijn vaak erg oninteressant. Meestal zijn het staalconstructies of tekens, dingen die je fantasie niet prikkelen. Daarom was ik zo verrukt toen ik een aantal jaren geleden deze beeldengroep voor het eerst zag staan. Ik dacht, hè gelukkig, eindelijk eens iets waar je over na kunt denken.

Het is een prachtig beeld, die kudde olifanten zo midden in de polder. Waarom staan ze daar? Zijn ze uit een circus ontsnapt? En hoe dan? Tegelijkertijd zie je Afrika voor je, waar die beesten eigenlijk thuishoren, en dan het vlakke polderland en die razende auto's. Het enige dat je kunt denken is: wat zullen die beesten zich ongelukkig voelen.

Mijn eerste gevoel was dus een gevoel van mededogen, van treurigheid ook. Wat vertechnocratiseren wij de wereld toch. Wat maken we de wereld gehaast en vaak ook lelijk en onnatuurlijk. En dan staan daar van die oerbeesten. Maar dat eerste gevoel veranderde toen ik het gedicht ging maken.

Als je gaat dichten, hoor je vaak andere gevoelens aan dan je anders zou toelaten, en komen er ideeën naar boven waar je anders aan voorbij zou leven. Zo kwam ik erachter dat de beeldengroep me ook heel veel troost biedt. De auto's zullen op een gegeven moment stoppen met razen, de wereld valt weer terug aan de natuur. En die beesten zullen daar staan. Dat vind ik een zeer troostende gedachte.

Toen ik ging dichten, heb ik geen moment stilgestaan bij wat de kunstenaar heeft bedoeld. Dat moet je ook niet doen. Je moet bedenken wat je zélf ervaart. Wat kun je ook anders? De plek is zo betekenisvol, je kunt haast niet anders dan er een betekenis voor jezelf inzien. Zo eigen je je het beeld ook toe. Sinds ik het gedicht heb geschreven zijn het nog meer míjn beelden geworden.

De laatste keer dat ik erlangs reed, een maand geleden op weg naar Amsterdam, zag ik tot mijn woede dat er graffiti op de beelden gespoten was. Graffiti op een of andere staalconstructie, daar kan ik me misschien iets bij voorstellen. Zoiets daagt uit tot vervolmaking. Maar om die olifanten te bespuiten... Ik was ra-zend. Die beesten leven toch op een of andere manier, dat heb ik vanaf het begin gevonden. Ze staan daar en ze leven.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden