Interview Eli Content

‘Of mijn droom van Israël is uitgekomen? Ik heb mijn droom hier verwezenlijkt, als schilder.’

Beeld Nienke Fonk

Kunstenaar Eli Content schrijft elke dag een liefdesbrief, en hangt twee keer per maand een nieuw gedicht voor zijn raam. In het Joods Historisch Museum is een overzichtstentoonstelling te zien van zijn veelzijdige werk.  

Geboren als vluchteling in Zwitserland, opgegroeid in Hilversum, kok op de grote vaart, slagersknecht. Boer op een kibboets, militair in het Israëlische leger. Autodidactisch schilder, boekenveelvraat, kunstdocent, buurtdichter. Het is een willekeurige samenvatting die van het leven van Eli Content te maken is.

Overal ­horen verhalen bij. Neem de poëzie. Al veertig jaar hangt Content ­elke twee weken een ander gedicht voor zijn raam, dat hij met de hand heeft gestempeld. “Het is mijn ode aan de Nederlandse taal en het haalt dichters uit de vergetelheid.” Vandaag is het een weemoedige Jan Arends die voorbijgangers tot denken aanzet.

“Een tijd terug hoorden we buiten hard gehuil. Een klein jongetje kon het niet verdragen dat zijn gehaaste vader het gedicht niet wilde voorlezen. Fantastisch toch? We krijgen briefjes van mensen die zich herkennen in een ­gedicht over eerste liefde of over rouw. Hele generaties in deze buurt zijn met die gedichten opgegroeid”, fluistert Content vanaf een ziekenhuisbed in zijn woonkamer. Het is er rommelig ­gezellig met wanden vol schilderijen, want de etage is tevens het atelier van zijn vrouw Karina Content-Schaapman, auteur van de ‘Muizenhuis’-bestsellers, voormalig raadslid en onderwijsactivist.

Content was vijf jaar gestopt met ­roken toen de stembandkanker hem alsnog inhaalde. Dat is alweer zo’n twintig jaar geleden, maar een effect van de bestralingen is dat hij zijn stem kwijtraakte en er vorig jaar weefsel in zijn keel begon af te sterven. De laatste weken in het ziekenhuis was het kantje boord, toen Content moest vechten tegen legionella en een longontsteking. Een aantal dagen van het padje af, vastgebonden vanwege een delier. “Rokers, doe het niet”, luidt het nieuwjaars­advies van Content.

Zodra hij kan, maakt hij een schilderij voor de longafdeling

Nu voelt hij zich ‘slappe hap’ en ligt hij thuis bij te komen. Aan een infuus, een morfinepomp en met een slangetje in zijn neus voor sondevoeding. Dat laatste is blijvend. “Prima, want slikken en verslikken was een drama”, zegt hij vlak voordat een rochel moeizaam in een bakje belandt. Zodra het kan maakt hij een schilderij voor de longafdeling, want het personeel was ronduit fantastisch. “Engelen!” Zijn tweede grote doel: een wandeling naar het Waterlooplein om als vanouds te snuffelen tussen de tweedehands boeken.

Beresjiet, het Paradijs, 2013

Hoewel hij bijna horizontaal ligt en fluistert, blijven zijn openheid, energie en blik op de wereld aanstekelijk. ­“Iedereen die Eli kent, wordt verliefd op hem”, zegt Marije van der Laan later die dag. Zij werkt in de boekhandel van het Joods Historisch Museum (JHM), en blijkt zijn oud-leerling van de kunstacademie in Kampen te zijn. Daar gaf Content les van 1982 tot zijn pensioen in 2005. Onlangs is de docent Content lovend beschreven in kunsttijdschrift Mister Motley, als inspirator en de man die de wereld naar het strenggelovige Kampen bracht. “Klopt helemaal”, bevestigt Van der Laan. “Hij was een fantastische docent.” Spontaan vult ze aan: “Nadat ik als alleenstaande moeder bevallen was, kwam hij jaren één keer per week bij me koken. Dat is wat het voor hem betekent een goed Mensch te zijn.”

Om de hoek van het JHM is de Portugese synagoge, waar de kunstenaar zaterdags, als het even kan, de dienst bezoekt. Een bezorgde vrijwilliger vraagt: “Hoe gaat het met Eli?” Content beschilderde er een ruimte met tekeningen die het paradijs voorstellen.

Deze Loofhut was aanleiding voor de Franse uitgeverij Gallimard om Content te vragen een prentenboek van het scheppingsverhaal te maken. “Een fantastische opdracht! Ik kreeg alle vrijheid en heb er een jaar aan gewerkt. Maakte geknield in mijn atelier op een kussentje doeken van twee bij drie meter.” Het resultaat, een bijzonder prentenboek voor oud en jong, verscheen in 2016.

Content is verliefd op letters, vooral Hebreeuwse

De achtergrond op een van die doeken in de Loofhut bestaat uit Israëlische kranten. Content is verliefd op letters. Nederlandse letters, maar juist ook Hebreeuwse letters. Die komen in meerdere schilderijen terug. “Zij hebben iets extra’s, iets magisch. Je kunt er een verhaal mee vertellen, ermee tellen, en ze zijn een symbool. Neem Alef, de eerste letter van het alfabet, tevens de eerste letter van de naam van God, die ook het cijfer 1 kan betekenen.” Amsterdam heette vroeger in het Jiddisch Mokum Alef, stad A. Content vertelt hoe alle letters zich presenteerden voor God, maar werden afgewezen, op de Bet (B) na, waarmee het Oude Testament begint. “De Alef is zo ingetogen, zo geluidloos, dat zij is vergeten. Daarom beginnen de Tien Geboden ermee.”

Nieuwjaarswensen op Chinees krantenpapier, 2009

Zijn ouders zijn in 1942 getrouwd in de Hollandse Schouwburg, waar alle Amsterdamse Joden zich moesten melden voor ze gedeporteerd werden. “Mijn moeder verkocht rookworst bij de Hema, maar werd ontslagen omdat ze Joods was en verdiende toen geld als kinderoppas. Mijn vader was vertegenwoordiger in vlees.”

“Mijn moeder, een eenvoudige vrouw die nooit verder dan Zandvoort was geweest, vertrouwde het niet en wilde ervandoor.” Het paar zocht vergeefs onderduik in Twente. “Toen ze ­terugkwamen was er net een razzia op het stationsplein aan de gang.” Via België en Frankrijk bereikten ze Zwitserland, waar Content in 1943 is geboren. “Vrucht van de vlucht. Mijn ouders wisten niet of mijn grootouders nog leefden. Ik ben vernoemd naar mijn opa Eliazer.” De voornaam Eli heeft ook al een van de Joodse namen voor God erin. “Wie begint zijn leven met zo’n verhaal? Mooi toch?”, fluistert hij, breed glimlachend.

‘Ik heb het Nederland kwijtgescholden’

Terug in Amsterdam bleek echt elk familielid vermoord door de nazi’s. Na die schok kwam meer slecht nieuws: een ­rekening van de overheid van 22.000 gulden voor het verblijf in Zwitserland. Alles was tot op de penning bijgehouden en moest worden afgerekend. Van de ­kamers in simpele hotels, het schoenenlappen tot het eerste rompertje en pyjamaatje van Eli. Zijn vader pleitte voor compassie maar moest genadeloos afbetalen. Door die jarenlange schuld was emigreren naar Amerika niet mogelijk. “Ik heb het Nederland kwijtgescholden”, reageert Content droog. Zijn ouders konden de leegte in de stad waar tienduizenden Joden ‘verdwenen’ waren niet aan, en verhuisden naar Hilversum.

Daar ervoer het gezin in de jaren vijftig en zestig virulent antisemitisme. ‘Schijtlaars’ was zo’n scheldwoord dat Content hoorde, om aan te duiden dat Joden waren afgeslacht zonder terug te vechten. Of: ‘Ze zijn vergeten je te vergassen’. Zijn vader was weer vertegenwoordiger in vlees, nu bij slagers in het Gooi. “Dagelijks kwam hij vol haat thuis vanwege alle vernederingen om zijn Joods-zijn.”

Op zijn achttiende trok Content naar Israël en ging daar vrijwillig het leger in. “Heel wat voor een Nederlandse jongen. Maar ik voelde dat als opdracht. Wat er met mijn familie gebeurd was, mocht nooit meer voorkomen. Gelukkig heb ik geen oorlog meegemaakt.”

Het antisemitisme is in Nederland nooit ver weg, zelfs nu nog. Een paar jaar terug hoorde hij in zijn treincoupé een paar jongens zeggen: ‘De beste Jood is een dode Jood’. Content vloog eropaf: “Moet je een klap op je bek hebben?” Exit vervelende jongens.

‘Ik ben blij dat Israël bestaat, maar het doet niet wat ik wil’

Wat hij van het huidige Israël vindt? “Het is heel ingewikkeld. Ik woon hier, ik kan het niet oplossen.” De zondagse tv-serie waarin comedian Raoul Heertje zijn Joodse roots in Israël zoekt, volgt hij. “Soms snapt Raoul het niet. Zoals wanneer de rabbi zegt dat Joods zijn ­betekent je gedragen als een goed mens, en Raoul maar doorgaat.” We doen ons best, zegt Content. “Dit is ­onze opdracht: de wereld verbeteren.”

Licht en duisternis, 2014-2015

Content zou in Israël mensen samen willen brengen, zoals pianist Daniel Barenboim deed met zijn Israëlisch-Palestijnse orkest. Nu hij steeds in bed ligt, is muziek luisteren de enige afleiding. ­Tekenen, schrijven, het kost te veel moeite. Hij vraagt Karina een dikke Mozart-cd van Barenboim te halen. “Ik ben blij dat Israël bestaat”, vervolgt hij. “Maar ze doen niet wat ik wil. Niemand doet wat ik wil. Of mijn droom van het land is uitgekomen? Ik heb mijn droom hier verwezenlijkt, als schilder.”

Zijn weg uit het slagersmilieu naar de kunst was ook een bijzondere. “Als je als kind meer wilt dan je aangeboden krijgt, ga je zoeken.” Als tiener liep Eli de Hilversumse boekhandel binnen om de modernekunstboeken te bekijken, of de expositieruimte van ­affiches in de lithodrukkerij. Wat hem bijstaat: een gedichtenbundel van Hugo Claus, Cobra, Picasso, Corneille. “Ik begreep er de ballen van, maar vond het spannend.”

Na terugkeer uit Israël ging Content in zijn vrije tijd schilderen en dichten. In 1974 werd hij aangenomen bij Ateliers ‘63 in Haarlem, waar volwassenen een jaar begeleid werden door kunstenaars. “Ik schilderde heel abstract en minimalistisch, omdat het ­afbeelden van godenbeelden religieus niet is toegestaan. Ik kreeg direct erkenning met een expositie in het Stedelijk Museum in Amsterdam in 1976. Ik was geschokt over het succes. Het leverde me veel vrienden in de kunstwereld op.”

Landschap, 2016

Later begint Content wel de verbeelding van de wereld te schilderen. Er volgen exposities in Londen, New York, Madrid, Kassel en Nederlandse musea. In het JHM is het hele jaar in het kindermuseum op zolder het speciaal ­gemaakte Droombos van Content te zien. Dat bestaat uit felgekleurde menshoge figuren van karton. “Het leukste is om voor kinderen te werken. Je kunt helemaal losgaan en hoeft niet te denken hoe het hoort.”

Hoofdtrekker in het museum is de overzichtstentoonstelling ‘So much I gazed on beauty’ van het werk van ­Content. De abstracte begintijd plus de modernere figuren in klodderdikke olieverf. Soms doet felrood in combinatie met kleine dieren denken aan Chinese of Indiase invloeden. En overal duiken die Hebreeuwse letters op. “Een beetje veel geslachtsdelen”, becommentarieert een bezoekster. “Het gaat over de schepping”, reageert de schilder in zijn ziekbed: “Het scheppingsverhaal is het mooiste wat er bestaat, de rode draad in mijn werk.”

Inspirator Content knikt tevreden

Thuis aan de Amstel is nog meer moois te zien. Helaas is dit de privécollectie van Karina: handgeschreven liefdesbrieven van Eli. “Zij is mijn alles, mijn ziel en zaligheid.”

Sinds de twee elkaar vijftien jaar ­geleden ontmoetten, krijgt zij elke dag een liefdesbrief. Kasten vol zijn het inmiddels. Elke voorkant is een kunstwerkje op A4-formaat, je kunt er complete wanden in het Stedelijk Museum mee bedekken. Een greep uit 2019 toont een variatie van kleuren, vormen, letters en materialen die zo breed is, dat zelfs een kunst-uilskuiken zin krijgt direct op papier aan te slag te gaan. Inspirator Content knikt tevreden, tussen zijn lakens en plastic slangetjes.

De expositie ‘So much I gazed on beauty’ is tot 10 mei te zien in het Joods Historisch Museum. Een catalogus en het prentenboek ‘Au Commencement’ (In den beginne) zijn in het museum te koop.

Lees ook:

Het Holocaust Namenmonument komt er, ondanks protest van de buurt

De buurt moet buigen, het Holocaustmonument mag er komen. Daaraan ging een jarenlange strijd met omwonenden vooraf. ‘Fantastisch’, reageert de voorzitter van het Auschwitzcomité.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden