Review

Of hij nu mier dan wel gans wordt, telkens stuit Ti Noël op ijzeren wetten en ongelijkheid

Alejo Carpentier (1904-1980) geldt algemeen als de belangrijkste Cubaanse prozaschrijver van deze eeuw. Zijn werk wordt gekenmerkt door de zoektocht naar de Caribische identiteit waarmee hij zich nauw verbonden voelt. Het bezoek dat hij in 1943 aan Haïti brengt levert hem de roman 'Het koninkrijk van deze wereld' (1949) op - nu voor het eerst in het Nederlands vertaald - en legt tevens de grondslag van zijn literatuuropvatting.

ILSE LOGIE

De auteur laat de eerste druk van 'Het Koninkrijk' voorafgaan door het beroemd geworden essay waarin hij zijn denkbeelden formuleert over 'lo real maravilloso', het magische gehalte van de Caribische werkelijkheid.

'Het koninkrijk van deze wereld' is een tijdloze fabel die nog steeds indruk maakt. Het is wel een complex boek, dat op een uitgesproken literaire, beeldrijke en sensuele manier de Haïtiaanse onafhankelijkheidsstrijd oproept. De vertelde gebeurtenissen bestrijken de periode 1750-1830. De vier delen van het boek stemmen overeen met vier strategisch gekozen episoden uit de geschiedenis van Haïti, dat onder het Franse bewind Saint-Domingue heette - niet te verwarren met de oostelijke helft van het eiland, het toen in Spaanse handen verkerende Santo Domingo. In de 18de eeuw was de oorspronkelijke indianenbevolking er uitgeroeid en vervangen door zwarte slaven die in blanke dienst de lucratieve plantages bewerkten. Carpentiers grootste troef is wellicht de keuze van zijn hoofdpersonage, de bescheiden slaaf Ti Noël, die telkens opnieuw voor voldongen feiten wordt geplaatst.

In het eerste deel van de roman, dat nog helemaal in het Ancien Régime speelt, draait alles om de gevluchte neger Mackandal, die een grote aantrekkingskracht op de slaven uitoefent. Mackandal zet een vergiftigingscampagne op touw, en de blanken sterven als vliegen. Vanaf het begin is het duidelijk dat planters en slaven in gescheiden werelden leven. De zwarten putten hun slagkracht voornamelijk uit hun geloof in de magische krachten van de voodooriten, die voortkomen uit de vermenging van Afrikaanse tradities en rooms-katholieke gebruiken. De godsdienst van de blanken stelt daarentegen nog maar weinig voor. Wanneer de planters Mackandal dan toch te pakken krijgen, verschaft diens geloof in buitennatuurlijke krachten hem de gave om van gedaante te verwisselen: plotseling blijkt hij in het bezit van poten, dekschilden en voelsprieten.

De onoverbrugbare kloof tussen de twee bevolkingsgroepen komt het schrijnendst tot uiting tijdens Mackandals executie. In deze scène beperkt Carpentier zich ertoe afwisselend het blanke en het zwarte perspectief weer te geven. Voor de blanken sterft Mackandal op de brandstapel; de zwarten echter menen dat Mackandal de planters voor schut zet door zich op het beslissende moment te vermommen en uit het vuur weg te vliegen.

Het tweede deel is gesitueerd op het breukvlak tussen Ancien Régime en Franse Revolutie. Centraal staat een nieuw zwart offensief. Onder leiding van Bouckman zweren de slaven op 22 augustus 1791, tijdens de zogenaamde 'vuurnacht' van het Bois Caïman, hun juk te zullen afwerpen. Echo's van de Franse Revolutie hebben het eiland intussen bereikt, maar de planters achten het nobele gelijkheidsprincipe niet van toepassing op de kolonies en smoren elke poging tot opstand in de kiem. Bouckman wordt, niet zonder moeite, ingerekend.

Het derde deel kondigt zich zonniger aan. Ti Noël heeft zich, na omzwervingen op Cuba, kunnen vrijkopen en keert vol verwachting naar Haïti terug, waar Louverture en Dessalines inmiddels de Fransen hebben verslagen. In 1804 heeft Haïti, als eerste Latijns-Amerikaans land, de onafhankelijkheid uitgeroepen. Dit ging echter niet zonder slag of stoot. Nog in 1802 had Napoleon de slavernij, die in 1794 officieel was afgeschaft, heringevoerd. De Franse generaal Leclerc, die met Napoleons zus Pauline Bonaparte was getrouwd, faalde echter in zijn opdracht het eiland te heroveren.

Maar vanaf 1804 breken er, althans op papier, voor Haïti betere tijden aan. Ti Noël reageert dan ook verbijsterd wanneer hij merkt dat zwarten de pracht en praal van de Napoleontische heersers hebben overgenomen. Hij gelooft zijn ogen niet als hij voor het eerst het roze paleis Sans-Souci, een replica van dat van Frederik de Grote in Potsdam, te zien krijgt. Nog voor het tot hem doordringt dat dit nu de favoriete residentie van koning Henri Cristophe is, en dat het nu negers zijn die op Haïti de plak zwaaien en hun eigen rasgenoten knechten, is hij al gevangengenomen. Maar zelfs nadat de hooghartige verloochening van zijn eigen volk Henri Cristophe ten val heeft gebracht, is de strijd niet gestreden.

In het vierde en laatste deel krijgen de mulatten de macht in handen en herhaalt de geschiedenis zich eens te meer. Ti Noël houdt het voor bekeken en probeert Mackandal na te bootsen, maar zijn pogingen om in een dier te veranderen mislukken. Of hij nu mier dan wel gans wordt, telkens stuit hij op ijzeren wetten en ongelijkheid. Hij begrijpt dat deze afwijzingen de tol zijn van zijn gebrek aan moed. Mackandals metamorfosen waren bedoeld om zijn medemensen te helpen, niet om zijn eigen ellende te ontvluchten.

Ti Noël besluit dat voorbeeld te volgen en niet in zijn lot te berusten. Hij groeit uit tot een christusfiguur, maar dan wel een wereldse. Zijn vele beproevingen hebben hem namelijk geleerd dat utopieën weliswaar niet werken, maar toch in het hier en nu dienen te worden nagestreefd. De grootsheid van de mens zit immers 'in het feit dat hij beter wil zijn dan hij is, in het zichzelf opleggen van taken'.

Aan het Koninkrijk der Hemelen heeft Ti Noël geen boodschap, want daar is alles al voor elkaar. Daarom, zo redeneert hij, kan de hoogste graad van menselijkheid enkel bereikt worden in het koninkrijk van deze wereld. Sisyfus moet nu eenmaal zijn rotsblok omhoog duwen om er niet door verpletterd te worden, ook al weet hij dat het een generatie later misschien weer naar beneden rolt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden