Recensie Boek

Oek de Jong over de oerkrachten die een mens bewegen

Oek de Jong Beeld Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier

Ook in ‘Zwarte schuur’ portretteert Oek de Jong gedetailleerd en precies met een schildersoog.

Sinds zijn eerste roman ‘Opwaaiende zomerjurken’ schrijft Oek de Jong bij voorkeur over gevoelige, kwetsbare, kunstzinnige mannen die gekweld maar ook verrukt worden door dierbare herinneringen aan vroeger, aan thuis, aan het land waar ze opgroeiden (meestal Zeeland), aan eerste erotische ervaringen en liefdes. Indertijd kwam er, bij monde van literatuurhoogleraar Ton Anbeek, nogal wat commentaar op deze sensitieve, introverte personages; Anbeek wilde dat ze, in navolging van helden uit de Amerikaanse literatuur, streetwise werden, avontuurlijker, extraverter, deelnemers aan de grote wereld.

En al is de Nederlandse literatuur sinds de jaren zeventig, waarin De Jong debuteerde, grosso modo inderdaad brutaler en aardser geworden, Oek de Jong bleef zichzelf, in al zijn hoofdpersonen. Ook in zijn jongste roman ‘Zwarte schuur’.

Drift teistert Maris

Maris Coppoolse, geslaagd schilder, wordt geplaagd door een trauma uit zijn jeugd, als veertienjarige; de dood van een vriendinnetje Matty met wie hij zijn eerste erotische ervaring zou hebben in een boerenschuur. Was het een ongeluk? Moord? Oek de Jong laat Maris het hele verhaal vertellen maar het is zíjn versie, de broers van Matty denken er heel anders over, ook jaren na dato nog.

Op zichzelf heeft zo’n overduidelijk jeugdtrauma haast iets banaals, allerlei schrijvers schermen er tegenwoordig mee, alsof je niet volwassen kunt worden zonder een aangrijpende jeugdherinnering, maar De Jong geeft zijn thema de nodige diepgang mee. Door het hele verhaal heen (en ook ‘Zwarte schuur’ is op het eerste gezicht vooral een epische vertelling, over een man in wording) voel je het schemeren van grotere menselijke oerinstincten: agressie, erotiek, perversiteit. Hoe intelligent, gevoelig en neurotisch zijn personages ook zijn, De Jong maakt altijd subtiel duidelijk dat grotere krachten dan alleen zijn verstand de mens bewegen.

In het geval van Maris is dat vooral drift. Matty is er het slachtoffer van, maar ook andere vrouwen in zijn leven worden er mee geconfronteerd, het is drift uit een soort schaamte, verlegenheid, aarzeling. Het is de onbeheerste reactie op de mislukte poging jezelf te beheersen. Het is een boze macht waaraan je ten prooi kunt zijn. En daarnaast is er de erotiek, nooit helemaal zuiver en mooi, maar ook verminkt, vermengd met levens- en doodsverlangen.

Huysmans als inspirator

Maris, de schilder, wordt aangetrokken door schoonheid maar nog meer door mismaaktheid, hij schildert de door polio verlamde Manuela, heeft een verhouding met de uitgemergelde junk Ilse, is (net als de hoofdpersoon uit Huysmans’ bezeten roman ‘Là bas’ trouwens) gefascineerd door de gemartelde Christus van Grünewalds Isenheimer Altaar, door de oorlogsfoto’s van zijn stiefdochter Stan, dochter van zijn vrouw Fran; het lijkt of hij alle uitwassen van het leven tot zich wil laten doordringen, in een poging zijn eigen verminkte ziel onder ogen te komen: “‘Ik voel me verbonden met iedereen die verminkt of misvormd is.’ Hij zei het vol woede en legde op de woorden ‘verminkt’ en ‘misvormd’de grootst mogelijke nadruk, hij spuwde ze uit. Zelfs door Fran voelde hij zich nu niet begrepen, afgewezen. Hij omklemde zijn glas – wat haar niet ontging – maar liet het los. Een tijdlang zat hij voorovergebogen, met zijn ellebogen op zijn bovenbenen, en liet zijn hoofd hangen. Hij wierp een blik op de bergplanten op tafel. De planten met hun sierlijke en verfijnde vormen leken Frans subtiele innerlijke wereld te verbeelden. Hij was maar een bruut.”

Zo doet De Jong dat, als een schilder die niet alleen aandacht heeft voor de grote dramatische momenten maar ook voor de details, de onvermoede en onbedoelde context, de planten op tafel tijdens een emotionele uitbarsting. Dat maakt dat al die heftige emoties opgaan in een tapijt van andere gewaarwordingen, ze zijn organisch met elkaar verbonden.

Dat is dunkt me de kracht van Oek de Jong, dat hij het leven weet te beschrijven in al zijn ruwheid en onbehouwenheid maar ook in zijn ingekeerdheid en schoonheid. Het verhaal dat hij er in ‘Zwarte schuur’ omheen plooit, van het moeizame huwelijk tussen Maris en Fran, van Maris’ obsessie voor allerlei, niet zelden krachtige en opportunistische vrouwen, van onverwachte ontmoetingen en confrontaties, is zijn zoveelste verbeelding van het menselijk tekort, dat toch ook de menselijke schoonheid is. Het kleurt ook de psychologisch niet helemaal verklaarbare plotse toenadering aan het eind tussen Maris en Fran (waardoor getriggerd? Omdat Maris uitdagend met Albertina en Manuela omgaat?), het leven is nu eenmaal ongerijmd. Ook die ongerijmdheid zet Oek de Jong in de verf. Niets is bij hem eendimensionaal, ook schoonheid niet, hij kijkt met een schildersoog: “Op het strand keek hij naar Fran terwijl ze de zee in liep. Hij vond haar mooi, en mooi wilde voor hem altijd zeggen: karakteristiek.”

Rijk innerlijk leven

Oek de Jong probeert als schrijver steeds iets van het levensgeheim en de ziel der mensen te ontraadselen of althans weer te geven. Hoewel zijn hoofdpersonen daarbij soms op het randje van overgevoeligheid balanceren zijn het geen kwezels, daarvoor zijn hun affecten te sterk en te authentiek, hun innerlijke levens te rijk en te getormenteerd.

De meest ontroerende zin in het hele boek vond ik ergens verscholen tussen allerlei gebeurtenissen en verwikkelingen, als Maris in het water staart en er staat: “Er was een oneindigheid in de dingen, plotseling.” Het zijn dat soort oceanische ervaringen die Oek de Jong zonder schaamte oproept en benoemt, dwars door alle oppervlakte en avontuur heen. Een haast religieuze ervaring. Je kunt er niet goed de vinger op leggen en dat is maar goed ook, het doordesemt het hele boek, de rampzalige gebeurtenissen evengoed als de sensuele momenten. En dat zijn de meest memorabele boeken, die waarvan je het geheim niet ontraadselt.

Oek de Jong
Zwarte schuur
Atlas Contact; 489 blz. € 34,99

Lees ook: 
De roman zal overleven

De literatuur heeft eeuwen van brandschattingen en andere massale vernielingen overleefd. Dat stemt tot optimisme.

In de stilte van het weidse water

In Domburg, waar Mondriaan zijn ‘Pier en oceaan’ schilderde, vindt Abel vakantiewerk, kijkt naar de zee en ontdekt de erotiek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden