Review

Odyssee van een Afrikaans meisje

De Amerikaanse schrijfster Nancy Farmer mag in Nederland volslagen onbekend zijn, haar pas vertaalde jeugdroman 'Het meer van de duizend stemmen' maakt diepe indruk. Niet alleen omdat het een adembenemend spannende, maandenlange zoektocht beschrijft van een twaalfjarig meisje, moederziel alleen in een lekke boot door het Afrikaanse regenwoud (+/- 1981, vlak na de onafhankelijkheid van Zimbabwe); maar ook omdat de schrijfster overtuigend van binnenuit de Zimbabweaans-Mozambikaanse Shona-cultuur schrijft. Een heuvel heeft de vorm van het oor van een waterbok, Jezus is een ngozi: de (kwade) geest van een slachtoffer van een moord, die om wraak vraagt, en een injectienaald is een doorn.

De uitgever weet over Farmer slechts te vertellen dan dat ze zeventien jaar als wetenschapper en schrijver in Afrika woonde en voor dit boek in Amerika haar tweede Newbery Honor (een soort Zilveren Griffel) heeft gekregen. Maar ze móet wel cultureel-antropologisch veldonderzoek gedaan hebben naar het geheel van mythisch-religieuze voorstellingen bij de Shona, zo genuanceerd geeft ze die in alle complexiteit weer. Tegelijkertijd is ze westers-emancipatoir ingesteld: niet een jongen maakt de odyssee maar een meisje, Nhamo. Ze vlucht omdat ze is uitgehuwelijkt aan een wrede man met allerlei ziektes, die al drie vrouwen heeft. En hoewel Nancy Farmer de traditionele cultuur en mythologie serieus neemt, levert ze kritiek op de wrede kanten daarvan. Dat doet ze slim: via Nhamo's onafhankelijk denkende grootmoeder.

Nhamo is een intelligent Shona-meisje dat gaandeweg ook nog eens de trekken krijgt van een vrouwelijke Robinson Crusoë, vooral als ze strandt op een eiland in het Cabora Bassameer (ontstaan door de Cabora Bassa Dam in de Zambezi-rivier), en daar hutten bouwt, een tuin aanlegt, met zelfgemaakte speren op klein wild jaagt en een boom omhakt die ze wil uithollen tot een nieuwe boot. Niet dat Nhamo een soort meisjestarzan is: ze is ook bang, wanhopig en eenzaam.

Nhamo's reis is eveneens te beschouwen als een alternatieve rite de passage: onderweg wordt ze voor het eerst ongesteld, krijgt ze borstjes, moet ze tot de bodem van haar angst, moed en inventiviteit gaan om te overleven, en leert zichzelf kennen.

Het boek bestaat uit drie delen: de eerste honderdtwintig pagina's geven een beeld van het leven in het dorp van Nhamo. Nhamo - haar naam betekent Onheil - is een outcast: haar moeder is vroeger door een luipaard verslonden en dus moet zij naar Shona-gewoonte naar de familie van haar vader. Haar vader, die als een nietsnut werd beschouwd, is echter verdwenen en dus wordt ze met tegenzin opgevoed in het dorp van haar moeder.

De enige die om haar geeft is haar wijze grootmoeder. Als de cholera slachtoffers eist in het dorp wijst een malafide medicijnman, vergelijkbaar met een Surinaamse wisiman, Nhamo aan als schuldige: om de vloek af te wenden wordt zij uitgehuwelijkt aan een vreselijke man. Haar grootmoeder raadt haar dan aan te vluchten in de uitgeholde boomstam van een cholera-slachtoffer; naar Zimbabwe, waar haar vader moet wonen. Nhamo's spannende vlucht begint voor de lezer net op tijd, namelijk als de dosis culturele antropologie een overdosis dreigt te worden. Die tocht is het belangrijkste deel van het boek, waarin Nhamo het niet alleen moet opnemen tegen krokodillen, nijlpaarden, bavianen en schorpioenen - en tegen de honger! - maar ook tegen allerlei (water)geesten. Haar enige 'gezelschap' is de geest van haar dode moeder, en de geest van de eigenaar van haar bootje. Nhamo praat met hen, en vertelt hen verhalen, alsof zij lijfelijk bij haar zijn. Beiden reageren en geven goede raad. Als Nhamo uit eenzaamheid kontakt maakt met een troep bavianen, herinnert dat aan 'De bavianenkoning' van Anton Quintana (1982), waarin ook een uitgestotene moet overleven in de Afrikaanse wildernis.

Het laatste deel, haar thuiskomst, ziek en ondervoed, in Zimbabwe en later bij de familie van haar vader, is als het rustig uitkabbelen van woeste golven. De kennismaking met modern Afrika is minder sensationeel - op de landmijnen langs de grens na - al blijft de vermenging van oude tradities en moderne gebruiken intrigerend.

De vele sprookjesachtige verhalen die Nhamo steeds vertelt, hebben twee kanten: ze geven een kijkje in de rijkdom van de absurdistische mondelinge literatuur van de Shona, maar halen ook de vaart uit het hoofdverhaal. Toch horen ze erbij. Want Nhamo vertelt ze alleen wanneer haar realiteit daar aanleiding toe geeft, als mythologisch commentaar op de werkelijkheid. Al met al is 'Het meer van de duizend stemmen' een schitterende roman, waarin de odyssee van een tienermeisje staat voor de zoektocht van een heel volk in verandering.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden