BoekrecensieRoman

Ode aan de vrijheid

Robert Walser tartte in zijn debuut de literaire conventies van zijn tijd, maar ook die van de onze.

Simon Tanner is een Zwitserse jongeling die de lezer van nu in prettige, en wellicht ook verontrustende verwarring achterlaat. Maar welke uitwerking moet deze ‘rare snuiter’, zoals de hoofdpersoon van ‘De Tanners’ zichzelf noemt, wel niet gehad hebben op de lezer van 1907, toen de roman verscheen?

Robert Walser tartte in zijn debuut ‘Geschwister Tanner’ alle literaire conventies van zijn tijd. De plot navertellen heeft geen zin. Telkens wanneer je denkt een verhaallijn te ontwaren, neemt de auteur je verwachtingen genadeloos op de hak. We volgen Simon Tanner op zijn omzwervingen door berg en dal, zijn ontmoetingen vol min en onmin met zijn broers en zuster, en in een paar toevallige baantjes tussendoor. ‘De Tanners’ begint met een hilarische scène in een boekhandel, waar Simon een week op proef werkt. Na die week vertelt hij de boekhandelaar in een beschaafde toespraak de waarheid. “Denkt u dat het er met mijn jeugd zo slecht voorstaat dat ik het nodig heb om die in een waardeloze boekwinkel te laten verkrommen en verstikken?” Zo raast hij lekker door.

Tot zover lijkt Simon Tanner een klassieke Taugenichts, dat is – en was ook in 1907 – nog wel te plaatsen. Maar dan gaat Walser met zijn hoofdpersoon, gemodelleerd naar hemzelf, op de loop. Bij sprookjesachtige wandeltochten vol natuurlyriek komt steevast een vervreemdende twist. Op een nachtelijke boswandeling ziet Simon een vriend liggen, een dichter die doodgevroren blijkt. “Wat was een dode dan?”, mijmert hij. “Tja, een oproep tot leven. Verder helemaal niets.” Vrolijk vervolgt hij zijn weg. En hij vindt het heerlijk om op het platteland met kapotte schoenen te lopen. “Als hij geld kreeg zou hij er niet gauw aan denken zijn schoeisel te laten repareren, heel kalmpjes aan en niks gauw! Misschien zou hij er twee weken over doortreuzelen; want wat maken twee weken uit op het platteland! In de stad moest je alles snel doen, maar hier had je de schone plicht alles van de ene dag naar de andere door te schuiven, beter gezegd, het schoof helemaal vanzelf door.”

Robert Walser

Voor de fijnproevers

Je kunt Robert Walser met zijn vernieuwende, absurdistische stijl, die ook nu nog origineel klinkt, niet genoeg citeren. De filosoof Walter Benjamin meende dat Walser met elke zin zijn vorige zin wilde doen vergeten. Simon valt zichzelf inderdaad vaak in de rede, vooral als hij over de liefde filosofeert. Nu eens speelt hij de alwetende verteller, dan weer gaat hij bijna autistisch in zijn eigen gedachtenstromen op. Hij is een soort Ramses Shaffy die souverein en vol verwondering door het leven banjert, en daarbij burgerlijkheid en bureaucratie ver van zich houdt.

De laatste vijfentwintig jaar van zijn leven vond Robert Walser (1878-1956) rust in een psychiatrische kliniek, poetste er vol toewijding het zilver, en weigerde nog te schrijven. Veel lezers heeft hij nooit gekregen. Ook later werk als ‘De wandeling’ bleef voor de fijnproever. Maar door beroemde collega-auteurs werd hij direct omarmd. Voor Franz Kafka vormde Walsers proza vol existentieel gelummel een groot voorbeeld. Kafka hield van de eenvoud ervan: ‘slechts eenvoud werpt licht op de wereld’. Ook Robert Musil en Hermann Hesse waren onmiddellijk Walserfans.

‘Kippendrift’

Robert Walsers werk is een inspiratiebron voor grote collega’s gebleven, zoals Sebald en Coetzee, en recenter bijvoorbeeld de gelauwerde dichter, schrijver en vertaler Anneke Brassinga. Zij roemde in een essay Walsers heldere, ritmische taal, en benadrukte hoe gevaarlijk het is om hem te lezen: je kon je eigen ‘kippendrift’ zomaar kwijtraken. ‘Gevaarlijk’, dat is misschien wel het grootste compliment dat je een auteur kunt maken.

Walsers bedwelmende woordenroes relativeert inderdaad alle menselijke ambities. Hij laat je meegenieten, en tegelijkertijd huiveren, van de nietige plek die wij in de kosmos innemen. Toegegeven, dat zijn grote woorden. Je moet hem gewoon zelf lezen, de man die grote woorden juist verafschuwde. Altijd weer zijn er, ook in Nederland, pogingen ondernomen om Robert Walser onder de lezers te brengen. Jeroen Brouwers heeft werk van hem vertaald. En nu is het vertaler Machteld Bokhove die deze unieke auteur hier levend houdt, ditmaal samen met de jonge uitgeverij Koppernik. In 2018 verscheen bij hen al ‘De rover’. En volgend jaar brengen ze ‘De bediende’ uit. Een moedige onderneming.

Oordeel: roes van woorden, die bedwelmt.

De Tanners

Robert Walser
De Tanners
Vert. Machteld Bokhove

Koppernik; 304 blz. € 22,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden