Review

OCTAVIO PAZ EN DE GESTOLDE TIJD Politici: herlees onze klassieken

Boeken van Octavio Paz in Nederlandse vertaling (tenzij anders vermeld uitgegeven bij Meulenhoff): Zonnesteen (poezie en essays), De kinderen van het slijk (essay, De Arbeiderspers), Het labyrint der eenzaamheid (essay), De boog en de lier (essay), Wolkenvelden (essays), Het vuur van iedere dag (poezie), De levensboom (essays), Nachtmuziek over San Ildefonso (poezie), De kunst van Mexico (essays).

ILSE LOGIE

U heeft poezie ooit de 'koningin der kunsten' genoemd. In uw gedichten maakt u gretig gebruik van metaforen om tegenstellingen in kaart te brengen en op een onverwachte manier te laten versmelten. Vanwaar die niet aflatende drang?

“De 'koningin der kunsten' was misschien wat veel gezegd. Laat het ons houden op 'taal in haar meest perfecte vorm' of 'centrale en universele bezigheid van de mens'. Ik beweer dat poezie niet wereldvreemd is, integendeel. Te zelden staan we stil bij het feit dat we aan de lopende band vergelijkingen maken, al van kindsbeen af. De mens is een dier dat vergelijkt, en deze eigenschap onderscheidt hem van alle overige dieren. Zowel taal als filosofie en wetenschap berusten grotendeels op dat belangrijke principe, alleen krijgt de analogie in die onderscheiden disciplines op een heel eigen manier gestalte. In de poezie wordt de analogie inderdaad meestal door de metafoor tot uitdrukking gebracht. 'Als', ook wanneer het achterwege blijft, verzoent tegenstelling zonder ze te onderdrukken. Via analogieen stelt de dichter zich te weer tegen de verbrokkeling die hij om zich heen waarneemt, de metafoor is een instrument dat hem greep doet krijgen op de werkelijkheid, dat de wereld bewoonbaar maakt. Analogieen zijn bij machte tijdelijk onze eenzaamheid op te heffen, kortstondig de illusie te doen ontstaan dat het universum organisch in elkaar zit. Poezie is, kortom, een levensvoorwaarde.”

Poezie is volgens u onderworpen aan een apart tijdsregime. U zegt bij voorbeeld: “de werking van poezie bestaat uit een omkeren en doen zwenken van de tijd. Poezie is dan ook onherleidbaar”.

Onherleidbaar waartoe en ten opzichte waarvan?

“De historische tijd is een opeenvolging van minuten en verstrijkt volgens een min of meer regelmatig persoon. Toch, en ook hier verwijs ik uitdrukkelijk naar het leven, zijn er onmiskenbaar momenten waarop de tijd als het ware stilstaat, ogenblikken van hevige intensiteit die ons treffen als bliksemschichten. Wanneer we verliefd worden, wanneer iemand die ons dierbaar is, sterft, of wanneer we vreselijk eenzaam zijn - ter gelegenheid van dergelijke ervaringen leren we onszelf kennen. De vluchtige tijdstroom wordt bruusk onderbroken, ons tijdsbesef krimpt of zet uit, stort in elkaar of licht op. De poezie probeert door te dringen tot deze onontgonnen en soms onvermoede gebieden. Je zou die tijd 'gestolde tijd' kunnen noemen, tijd die op het kookpunt wordt gebracht en daardoor een andere samenstelling krijgt. Vandaar dat poezie niet kan worden omgezet in armere taal dan die waarin ze oorspronkelijk werd verwoord, zonder aan kracht in te boeten. Die kracht van de poezie zouden we opnieuw naar waarde moeten leren schatten want sinds decennia hebben we afgeleerd dergelijke maatstaven te hanteren.”

In uw prachtige liefdesgedicht 'Geloofsbrief' lijken verzen als 'Wellicht is liefhebben leren/lopen in deze wereld' te suggereren dat liefde naast kunst de meest geeigende toegangsweg is tot de ervaringswereld.

“Dat is ook zo. De hele 20ste-eeuwse poezie suggereert dat trouwens. Binnenkort verschijnt in Madrid een nieuwe essaybundel van mij, die 'La llama doble' (de dubbele vlam) gaat heten. Daarin baken ik de verschillende verschijningsvormen van dat liefhebben af. Dat is geen overbodige luxe, aangezien die begrippen door elkaar worden gehaspeld. Maar seksualiteit, erotiek en liefde komen voort uit onderling sterk verschillende drijfveren.

De drie niveaus kunnen samenvallen, maar hoeven dat niet te doen. De seksualiteit is het grote vuur waaruit zowel de erotiek als de liefde opvlamt, vandaar mijn titel. Seksualiteit komt bij alle levende wezens voor en is op voortplanting gericht. Erotiek is al exclusiever menselijk, en de meerwaarde die seksualiteit in dit stadium verkrijgt, dient op rekening te worden geschreven van de verbeeldingskracht van het individu. Erotiek situeert zich in een magnetisch veld, produceert genot en is bij uitstek egocentrisch. Dat genot heeft nog maar weinig uitstaans met de voortplanting, je zou zelfs kunnen zeggen dat het het voortplantingsmechanisme bewust negeert. Wat de liefde betreft, het is een schaars goed van een andere orde. Liefde veronderstelt immers wederkerigheid, een voortdurende inspanning om zich in de ander in te leven. Liefde is onbaatzuchtig, is datgene wat we overhouden wanneer alle maskers zijn afgelegd, het is de ene kwetsbaarheid die opbotst tegen de andere.

Tegenwoordig brengen we die aandacht en rust nog zelden op, want liefde heeft onze tijd tegen. Van de drie categorieen is de liefde er het belabberdst aan toe. Toch is het vooral die liefde die in mijn poezie als bron van kennis fungeert, liefst met inbegrip van de twee overige dimensies.'

Er bestaat voor u een opvallend vruchtbare wisselwerking tussen scheppend en kritisch werk.

“Voor mij vullen deze twee activiteiten elkaar aan en bieden ze samen weerwerk tegen de politiek. Alhoewel ook tussen kritiek en politiek nauwe banden bestaan. In mijn nieuwe boek komt een hoofdstuk voor, 'De slaapkamer en het marktplein', waarin ik de tegenstelling tussen de twee hoofdbekommernissen van de westerse maatschappij, het prive-leven en het democratische samenlevingsmodel, uitwerk. Als we denken aan het liefdesdrama van Romeo en Julia, zien we hoe dat uiteindelijk verweven was met een politiek geschil. En anderzijds denk ik dat de invloed van de hartstochten op staatslieden als Stalin enorm is. Daarom tracht ik gevoel en rede aan bod te laten komen. Mijn grote voorbeelden zijn veelzijdige kunstenaars als Dante, Milton, Hugo, Eliot, Machado of Montale. Die fundamentele gespletenheid ontleen ik ook aan de avant-gardetheorieen die mijn werk hebben gevoed, de 'traditie van de breuk' die ik in 'De kinderen van het slijk' heb toegelicht.”

In uw laatste bundel kritische opstellen, 'La otra voz' (De andere stem), pleit u voor de inschakeling van de poezie op de scholen, in het denken, op de politieke tribunes.

“De poezie moet steeds dat tegengeluid laten horen. Het failliet van de politieke systemen, zoals nu weer dat van het communisme maar net zo goed dat van het liberalisme, werpt nieuwe vragen op waarop de politici het antwoord schuldig blijven. Grote verschrikkingen als oorlog en werkloosheid zijn nog steeds de wereld niet uit. Om inzicht te verwerven in ambitie of afgunst, is de lectuur van 'Macbeth' of van de tragedies van Sofocles bijzonder heilzaam. Ik raad alle politici dan ook aan onze klassieken te herlezen. Cijfers en statistieken alleen schieten nu eenmaal te kort als het erom gaat de wereld te verklaren, want die zit boordevol hartstocht. Bovendien ben ik een groot voorstander van vakoverschrijdende samenwerking tussen kunstenaars en wetenschapsmensen. Toen ik in Texas de Belgische fysicus Ilya Prigogine ontmoette, onderhield die me de hele avond over het rekensysteem van de Maya's dat volgens hem fascinerende overeenkomsten vertoont met denkbeelden uit de hedendaagse wetenschap. Ook uit deze vorm van dialoog kunnen nieuwe denkpatronen groeien.

Voorts is die andere stem ook de stem van de dichter als dichter, de erkenning van die vreemde krachten in hemzelf, van die ondergrondse dimensie waar Freud op heeft gewezen.'

Aan het einde van de twintigste eeuw hebben de idealen van het verleden en de toekomst veld moeten ruimen voor de heerschappij van het heden, van de snelle consumptie en de oppervlakkige communicatie. Toch bent u hoopvol gestemd aangaande de overlevingskansen van de poezie. Hoe rijmt u dat?

“Voor een zeventiende-eeuwse burger zou wat nu gebeurt onwaarschijnlijk hebben geleken. Vroeger was alles duurzaam, je ziet het aan de bouwwerken die onze voorgangers hebben nagelaten, burchten en kathedralen die nog steeds overeind staan. Elk jaar een nieuwe auto, het is waanzin. Het spreekt vanzelf dat we onze planeet in gevaar aan het brengen zijn, Mexico City is al onleefbaar. Onze spilzieke levensstijl druist regelrecht in tegen elke vorm van gezond verstand. En ook op moreel vlak raken we stilaan door dat wegwerpdenken aangetast, bejaarden worden uit de maatschappij verwijderd, kinderen worden seksueel misbruikt, dat is geen toeval meer.”

Maar is dat nu niet net de onvermijdelijke schaduwkant van het enige systeem dat min of meer lijkt te werken, de markteconomie?

“Helaas wel. Het is een logisch uitvloeisel van industrialisering en reproduceerbaarheid. Alles gaat steeds sneller, er komt een inflatie van waarden. Als je daar met artistieke ogen naar kijkt, zie je dat die duizelingwekkende snelheid de verschillen opheft, dat de 'postmoderniteit' zichzelf uitholt. Weliswaar hebben we op vele gebieden vorderingen gemaakt, maar ons denken werd intussen wel erg drastisch onttoverd. Vroeger geloofde men dat er achter elke boom een nimf schuilging, de natuur was sacraal. In onze huidige samenleving is de dichter nog zowat de enige die vasthoudt aan dat wonderlijke, ondoorgrondelijke karakter der dingen. Het zich in de toekomst al dan niet handhaven van de poezie wordt bijgevolg de graadmeter van onze geestelijke gezondheid.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden