Review

Nuttig naslagwerk tegen mishandeling van kerkelijke kunst

Mieke van Zanten, Gids voor Behoud en Beheer van Kerkelijk Kunstbezit, SDU 'sGravenhage, ¿ 39,50. Colleges van kerkvoogden kunnen de gids bestellen tegen overmaking van ¿ 7,50 op postgiro 109978 t.n.v. de Vereniging van kerkvoogdijen te Dordrecht o.v.v. Gids Kerkelijk Kunstbezit.

Wie, zeg maar, als kerktoerist rondtrekt, komt geregeld bovenstaande droeve toestanden tegen. Meestal gebeurt het onopzettelijk, zoals de kosteres die wanhopig vroeg wat ze moest doen, nadat ze het fraaie doophek in rococostijl een 'lekker sodasopje' had gegeven. Het resultaat van haar ijver was een wit uitgeslagen hekwerk. Weer een andere koster had - uit angst voor zijn cultuurhistorisch bewuste dominee - een poetslap nonchalant op een 11e-eeuwse altaarsteen gedrapeerd om de olievlek van de grasmaaimachine te camoufleren.

Daarnaast zien sommige kosters zichzelf ook als vaklui die gerechtigd zijn eigenhandig 'restauraties' ofwel 'reparaties ' uit te voeren, zonder enig vooroverleg. Zo bleek de in een kerkbeschrijving vermelde “primitief gesneden adelaar onder de kanselkuip” door de koster kort tevoren door een nieuwe, onbewerkte stut vervangen te zijn. De adelaar lag in de schuur. . .

Het zijn eigen ervaringen die ik hier beschrijf, nog niet zo lang geleden meegemaakt en het betekent dat dit soort rampen nog steeds plaatsvinden.

Leken

Het grote probleem dat hier speelt, is natuurlijk het feit dat het gaat om voorwerpen die eigenlijk als museumstukken kunnen worden beschouwd, maar die in beheer zijn bij - weliswaar vaak goedwillende - onwetenden, leken. Dat geldt niet alleen de kosters, maar ook de kerkvoogdijen, de parochiebesturen en zelfs hun voorgangers. Als verweer wordt nog wel eens door hen ingebracht dat het in de kerk toch om de 'levende gemeente' gaat en niet om deze dode voorwerpen. Wat ze daarbij vergeten is dat de levende gemeente in de loop der eeuwen deze stukken wel bijeen heeft gebracht en dat het getuigen zijn van het beleden geloof.

Voor de Stichting kerkelijk kunstbezit in Nederland reden om de 'Gids voor Behoud en Beheer van Kerkelijk Kunstbezit' uit te brengen. De Stichting, die zich bezighoudt met de inventarisatie van het kerkelijk kunstbezit, komt bovenstaand wanbegrip met grote regelmaat tegen. Ook hun inventarisatoren worden niet overal met open armen ontvangen - sommige kerken vinden de honderdvijftig gulden die ze voor de inventarisatie (belangrijk onder meer in geval van diefstal) moeten neertellen al te veel gevraagd. Het staat hen vrij om te weigeren, wat dan ook gebeurt.

Hoe droevig dit ook zij, de uitgave van de gids is zeker niet overbodig en overtuigt misschien zelfs deze halsstarrigen.

Het gaat, zo staat op de omslag, om een praktische handleiding. En dat is maar goed ook, want nu worden de zorgers voor het kerkelijk erfgoed er met de neus op gedrukt wat hun te doen staat in bepaalde problematische situaties.

Wie hout of zilver verkeerd behandeld heeft, vindt in deze gids een antwoord op de vraag wat te doen. Een aantal hoofdstukken is gewijd aan kunstvoorwerpen van verschillende materialen, zoals bijvoorbeeld hout, textiel, edelmetalen, papier en glas-in-lood. De hoofdstukken zijn veelal voorzien van droef stemmende illustraties, voorbeelden waarbij het volslagen mis is gegaan. Wanneer er nog hoop op herstel is, betekent dat meestal een kostbare restauratie, uitgevoerd door een deskundige.

Natuurlijk is het belangrijk dat zulke ongelukken voorkomen worden en daarom geeft Mieke van Zanten, de auteur van de gids, allerhande praktische tips. Hoe bijvoorbeeld kazuifels en toga's moeten worden opgeborgen (nooit in plastic!) en in wat voor kasten. Hoe men met boeken om dient te gaan - wie kent niet de kanselbijbels met hun 'ezelsoren', die te danken zijn aan de schurende togamouwen van de predikant? Iets zorgvuldiger gebruik verricht al wonderen.

Niet alleen worden materialen besproken, ook wordt aandacht besteed aan algemenere zaken, zoals de verwarming van het kerkgebouw. Heteluchtverwarming blijkt funest, want al wordt het gebouw zo in een mum van tijd verwarmd, voor het hout is de uitwerking ervan rampzalig: volgens Van Zanten kun je het hout bijna horen krimpen en scheuren. Maar het advies van deskundigen dat de beste verwarming geen verwarming is, zal ook niet door iedereen enthousiast worden begroet. Gelukkig blijkt de auteur daar begrip voor te hebben en adviseert onder meer niet voor te grote temperatuurwisselingen te zorgen.

Zo staat deze gids bol van praktische wenken. Vooral daarin schuilt de meerwaarde van deze publikatie, want op die manier kan ze als naslagwerk dienen. Voor degenen die zorg dragen voor het kerkgebouw is het kortom verplichte kost. De Stichting kerkelijk kunstbezit stimuleert de aanschaf van deze 'oecumenische' gids - bruikbaar voor alle geloofsgenootschappen - door deze via bepaalde kerkelijke kanalen voor het onwaarschijnlijk lage bedrag van ¿ 7,50 beschikbaar te stellen. Achterin het boek wordt een uitvoerige lijst van nuttige adressen gegeven, variërend van kerkelijke organisaties tot en met Anjerfondsen voor de noodzakelijke restauratie-subsidies.

Liefde

Toch wordt één ding bij dit alles over het hoofd gezien: het begrip en de liefde voor het eigen kerkgebouw. Als die er niet zijn, wordt het niks. Zelfs geen gids kan daar verandering in brengen. Kosters die tegen een fraai 18e-eeuws eiken portaal trappen - ik spreek weer uit eigen ervaring - en verzuchten dat dat “kreng hoognodig dient te verdwijnen”, zouden zelf moeten verdwijnen. Of niet soms?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden