Geschiedschrijving

Normaal hebben we 17 miljoen voetbalcoaches, dankzij corona hebben we 17 miljoen historici

We ervaren dit coronatijdperk als een historisch moment. Daarom schieten de initiatieven om deze tijd in foto’s, dagboeken en filmpjes te vangen als paddenstoelen uit de grond. Maar waar heeft de historicus van de toekomst behoefte aan?

Een foto van een beertje in een raam, ‘We missen jullie’ en rode hartjes op een schoolraam, in memoriams en grafieken uit de krant, beelden van lege straten, een standbeeld met een mondkapje op: de Coronacollectie, een digitaal initiatief waar mensen hun ervaringen met de coronacrisis kunnen aanbieden, loopt vol. Het initiatief bestaat nog maar een week en heeft amper bekendheid gekregen, maar nu al hebben honderden mensen iets ingestuurd, zegt Erik Schilp, een van de initiatiefnemers.

De voormalig directeur van het nooit verwezenlijkte Nationaal Historisch Museum leek het zinvol om persoonlijke ervaringen van zoveel mogelijk mensen te verzamelen. Dan hebben historici iets in handen als ze later deze bijzondere periode willen beschrijven en begrijpen.

Schilp: “In de geschiedenisboekjes staan vaak alleen de feiten en de cijfers: er waren zoveel doden, de maatregelen hebben zo lang geduurd. Maar hoe gewone mensen de situatie hebben beleefd, de emotie van het moment, blijft vaak onderbelicht. Als je wilt dat ze dat in de toekomst weten, moeten we het nu vastleggen. Want vraag je over tien jaar aan mensen hoe ze deze tijd hebben ervaren, dan volgt er niet meer dan: ik weet het niet, het ging geloof ik wel.”

Het grote verzamelen is begonnen

Gezien de respons is hij niet de enige die zo denkt. Talloze mensen vinden het de moeite waard om iets op te sturen en laten weten dat ze het een mooi initiatief vinden. Ook op andere plekken, onder andere in musea, is het verzamelen begonnen.

Historicus Luc Panhuysen begrijpt het wel. “We zijn allemaal tegelijk, alsof er een startschot heeft geklonken, in deze uitzonderingssituatie gestapt. Veel mensen kijken nu om zich heen en onderzoeken hoe wij reageren. In normale tijden hebben we 17 miljoen voetbalcoaches, nu hebben we 17 miljoen historici. Dat blijkt wel uit het feit dat deze verzamelinitiatieven zo aanslaan.”

Is dit al een bijzonder historisch moment te noemen? Panhuysen, specialist in de zeventiende eeuw, vindt het nog veel te vroeg om daarvan te spreken. “Ik zou dit eerder een ongewone situatie noemen. De pestepidemie halveerde in vijftig jaar de wereldbevolking, er zijn ergens anders in de wereld oorlogen aan de gang: we moeten het wel in perspectief blijven zien. Ik heb nog niet het gevoel op een breukvlak in de tijd te staan. Dat kan nog komen.”

Maar deze ongewone situatie werpt een bijzonder licht op onze samenleving, meent hij. “Nu we massaal in quarantaine zitten, merken we opeens hoeveel waarde we hechten aan sociaal contact, aan nabijheid. Er is sprake van sociale pijn. Die gevoeligheid komt door de omstandigheden geprononceerd naar boven.”

‘Opvallend vaak past het woord ontroering’

Die behoefte aan contact ziet Schilp terug in de inzendingen aan de Coronacollectie. “Opvallend vaak past het woord ontroering op de inzendingen,” zegt hij. “Mensen schrijven dat hun foto of object voor een traan of snik heeft gezorgd: briefjes met ‘Hou vol’, die in de bus zijn gestopt, een filmpje van een vrouw die met een versterker voor een verpleeghuis staat te zingen, beertjes, hartjes. Er zit nog geen enkele negatieve emotie, zoals boosheid, bij. Wat dit betekent? Dat mag de historicus van de toekomst bepalen.”

Ook Panhuysen wil nog geen conclusies trekken. “Stel je voor, de maatregelen duren tot 1 oktober. Hoe lang blijven mensen dan hartjes plakken? We zitten nu in de wittebroodsweken. Misschien bestormen we over een tijdje het gebouw van het RIVM. Hoe staat het met ons spreekwoordelijke korte lontje als dit langer gaat duren? Er zijn trendwatchers die voorspellen dat het consumentisme aan zijn eind komt. Dat zijn interessante gedachten. Maar ik kijk nog even de kat uit de boom.”

Zit de historicus van de toekomst wel te wachten op 17 miljoen persoonlijke briefjes en ervaringen? Hebben die waarde naast de objectievere verslaglegging die in de media wordt gedaan?

Zeker wel, zegt Panhuysen, in wiens boeken over de zeventiende eeuw dagboeken en persoonlijke brieven een grote rol spelen. “Hoe meer inzendingen, hoe beter. Het is altijd de frustratie van historici die zich buigen over bronnen van vierhonderd jaar geleden, dat alles wat vanzelfsprekend is niet wordt genoemd. Het moet ontzettend gestonken hebben als je met al die ongewassen mensen in een trekschuit zat. Maar daar wordt nooit over geschreven. Te vanzelfsprekend. Wij weten daarom nu niet hoe het toen rook.

“Voor mij is geschiedenis alleen interessant als je lange lijnen of grote waarden kunt toetsen aan bijzondere details. Dat zorgt voor een zeggingskracht waardoor het verleden overkomt. Met die hartjes en beertjes zou je later een aansprekend verhaal kunnen vertellen over hoe kleinkinderen in verschillende landen hun opa’s en oma’s de liefde verklaarden.”

‘In dagboeken zijn mensen eerlijk, niet behaagziek’

Dus kom maar op met de persoonlijke ervaringen, zegt Panhuysen namens de historicus van de toekomst. “Ik ben altijd in het bijzonder geïnteresseerd in dagboeken. Want daarin leggen mensen privé een ontdekkingstocht af. In egodocumenten zijn mensen eerlijk, niet behaagziek en ze durven tot existentiële conclusies te komen. Met een egodocument kun je ook een aansprekend persoon toevoegen aan een historisch verhaal.”

Ook Schilp denkt dat we vooral zoveel mogelijk moeten verzamelen. Hij wijst op de ervaringen van het 9/11 Memorial Museum in New York. Schilp: “Daar stuurden mensen een enorme berg foto’s, video’s enzovoorts naartoe. Die heeft het museum online gezet. Zo ook een foto van een rennende brandweerman in de Lincolntunnel. De vader van de brandweerman reageerde en wist: dit is mijn zoon, hij is omgekomen bij het blussen. Zo vormden twee mensen, de fotograaf en de vader, samen een verhaal.”

Schilp en Panhuysen vermoeden dat het delen van de persoonlijke ervaringen ook een therapeutische waarde heeft voor de inzenders.

Schilp: “Niet het verzamelen zelf, maar het meedoen geeft een goed gevoel. Dat wat jij belangrijk vindt, krijgt nu ergens een plek.” Panhuysen verwoordt het als volgt: “Je geeft iets van jezelf, maar eigent je ook iets toe. Want je hoort nu bij dit initiatief. Meedoen heft de eenzaamheid een beetje op.”

Het ene museum wacht af, het andere is al druk aan het verzamelen

Hoe schrijf je geschiedenis? Die vraag houdt veel musea bezig. Het Haags Historisch Museum roept inwoners op om bij te dragen aan een Haagse coronacollectie. Foto’s, filmpjes, dagboeken en verhalen zijn welkom, maar het museum is ook op zoek naar objecten. “We gaan ook zelf de stad in”, zegt woordvoerder Martijn van Ooststroom. “Dan vragen we: mogen wij dat spandoek straks hebben.” Daarnaast denkt hij aan anderhalvemeter-bordjes uit winkels, buttons en souvenir-T-shirts met teksten als ‘Lockdown 2020’. 

Wat straks in de vitrines zal staan op de eerste corona-expositie van het Haags Historisch Museum, kan Van Oostroom nog niet zeggen. Bij de selectie zal uniciteit een rol spelen: misschien is één mondkapje wel genoeg. “Je kunt niet alles bewaren, het gaat om objecten met zeggingskracht, objecten die staan voor een emotie of een verhaal.”

Dagelijks trekken massa’s coronafoto’s voorbij, de toekomst zal leren welke daarvan iconisch zijn. Daarom neemt het Rijksmuseum vooralsnog een afwachtende houding aan, zegt Hans Rooseboom, conservator fotografie. “Er is nog niks besloten, maar we hebben de neiging om niet achter de brandweer aan te lopen. Het kan goed zijn dat beelden die vandaag belangrijk zijn, over twintig jaar toch niet het ultieme inzicht bieden.”

Zo werd de foto ‘Migrant Mother’ (1936) van de Amerikaanse Dorothea Lange indertijd niet gepubliceerd in de krant. Terwijl de foto nu een wereldberoemd symbool is voor de Grote Depressie, de economische crisis in de jaren dertig in de Verenigde Staten. 

Sinds 1975 geeft het museum jaarlijks één fotograaf de opdracht om de geschiedenis van dat jaar te volgen (in het project ‘Document Nederland’). De fotograaf van dit jaar heeft geen speciale corona-instructies gehad. “Hij of zij krijgt altijd carte blanche.”

Vijf Rotterdamse fotografen kregen wel een speciale corona-opdracht. De Stichting Droom en daad vroeg ze onlangs om Rotterdam ten tijde van de Covid-19-pandemie vast te leggen. Een van hen is Marwan Margroun. “Ik volg mensen die ondanks de corona-dreiging gewoon aan het werk zijn”, zegt hij.

Margroun: “Ik heb een oproep gedaan via Instagram en Facebook en krijg dagelijks nieuwe tips. Voor mij is het belangrijk dat visueel wordt dat we in een andere situatie leven. De schermen in de supermarkt en de caissières met mondkapjes. Ik sta nu voor de ijssalon: je ziet een afzetlint, mensen staan op twee meter afstand van elkaar in de rij.” De foto’s van Magroun en zijn vier collega’s worden opgenomen in het Stadsarchief Rotterdam en mogelijk ook gepubliceerd.

Ook de media schrijven geschiedenis: websites van kranten worden ongekend druk bezocht, tv en radio zijn populairder dan ooit. Presentator Harm Edens legt die ontwikkeling vast in een wekelijkse webserie ‘Media in crisis’, in opdracht van het Nederlands instituut voor beeld en geluid. In aflevering 1 staat hij stil bij de televisie: redacties werken vanuit huis, publiek ontbreekt, grimeurs dragen mondkapjes, gasten en presentatoren van talkshows zitten ver uit elkaar, ze schudden geen handen meer.

Hebben de tv-makers iets geleerd van deze bijzondere periode? “Ik dacht altijd dat het publiek allesbepalend was”, zegt Arjen Lubach in de webserie. “Het ging toch om het feestje, gevierd in de zaal.” Nu richt hij zich rechtstreeks tot de kijker en dat gaat ook: zijn ‘Zondag met Lubach’ scoort beter dan ooit. Toch wil Lubach publiek in zijn studio zodra dat weer kan: “Ik heb wel weer veel zin in die bak lawaai van tweehonderd mensen.”

Lees ook:

Laat je coronaleven gloriëren in een dagboek

Hoe leg je deze unieke coronatijd in een dagboek vast? Drie grote Nederlandse schrijvers weten raad. “Blijf dichtbij huis, dan breng je op microniveau de wereldgeschiedenis tot leven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden