Review

'Norma' getroffen door de wet van Murphy. Zieke Miricioiù geeft na een akte op. Lucia Aliberti zingt de opera uit.

Het had de kroon op haar Amsterdamse carrière moeten worden, maar het werd een regelrechte nachtmerrie. In de nieuwe enscenering van Vincenzo Bellini's 'Norma' die De Nederlandse Opera helemaal rondom Nelly Miricioiù had opgebouwd, moest de prima donna assoluta maandagavond wegens een keelontsteking na de eerste akte opgeven. In de tweede akte 'liep' Miricioiù de rol wel op het toneel, maar kreeg Norma de stembanden van de Italiaanse Lucia Aliberti die in bescheiden avondtenue bezijden de orkestbak met partituur in de hand stond te zingen.

Aliberti redde zo de avond, maar ook zij kon niet voorkomen dat de wet van Murphy, in de eerste akte al onherroepelijk in werking gezet, zijn greep tot de laatste maat deed gelden. De rode keel van Miricioiù haalde hart en ziel uit de voorstelling en met het omvallen van deze centrale domineesteen donderden ook alle andere stenen om. Deze nieuwe 'Norma' kreeg zodoende geen moment vleugels en toen aan het slot -Miricioiù en Aliberti stonden bedremmeld naast elkaar- de tenor, de dirigent én de regisseur loeiende blijken van afkeuring uit de zaal over zich heen kregen, restte er maar een conclusie: wat een afschuwelijke avond!

Nelly Miricioiù zong bij De Nederlandse Opera (DNO) al in reprises van 'Tosca' en 'Luisa Miller', maar het was in de ZaterdagMatinee dat zij als belcanto-zangeres jarenlang furore maakte. Toen DNO eindelijk besloot om 'Norma' te gaan doen, kon men voor deze ultieme belcanto-opera uiteraard niet om publiekslieveling Miricioiù heen. De repetitie-periode verliep volgens velen in volkomen harmonie; alles leek vooruit te wijzen naar een enerverende en succesvolle première.

Vlak voor de generale repetitie op vrijdagavond sloeg het noodlot toe. Allergie op de stembanden luidde de eerste diagnose, later gevolgd door keelontsteking. Lucia Aliberti werd vanuit Italië ingevlogen, een klein wonder want Norma-zangeressen zijn dun gezaaid en meestal volgeboekt. Aliberti zong de hele opera tijdens de generale-met-publiek zodat Miricioiù haar stem kon sparen. Zaterdag, zondag en maandag begon het zenuwslopende wachten op herstel van Miricioiù. Ze kreeg grote hoeveelheden cortisone toegediend, waardoor ze zich naar eigen zeggen voelde 'als een lopende bom'. Ondanks de grote risico's die zingen met keelontsteking met zich meebrengt, besloot Miricioiù maandagmiddag om drie uur dat ze het wilde proberen. De bijzondere enscenering en het Amsterdamse publiek waren te belangrijk voor haar.

Maar het was vanaf het begin duidelijk dat hier slechts een schim van de normale Miricioiù stond te zingen. De beroemde en beruchte aria 'Casta diva' (Kuise godin), waarmee Norma het toneel betreedt, klonk als ingehouden, heel voorzichtig gezongen gebed nog wonderbaarlijk gaaf en stijlvol. Na een verder tamelijk wanhopig verlopen akte, waarin Miricioiù's collega's ook op hun tenen liepen, hoopte eigenlijk iedereen dat Miricioiù zou stoppen en dat deed ze dan ook.

De rest van de avond was een vreemde, onthechte aangelegenheid waarover nauwelijks enig muzikaal oordeel valt te vellen. Voor Aliberti was het natuurlijk niet niks om uit de zaal geplukt te worden en zomaar eventjes vanaf de zijlijn te zingen, maar haar Norma kwam geen moment van de grond. Inmiddels is ook zij vervangen. In de bak ging met het Nederlands Kamerorkest onder Julian Reynolds het nodige mis. Reynolds gedegen partituurstudie leverden toch een paar hele goede momenten op, zoals het magische voorspel tot de tweede akte. Van de zangers maakte verder niemand een verpletterende indruk, buldertenor Hugh Smith (Pollione) niet en de vreemd onevenwichtig zingende Irini Tsirakidis (Adalgisa) ook niet.

De enscenering van Guy Joosten maakt van de Gallische hogepriesteres Norma, de hogepriesteres van het operabedrijf. De diva als spil waaromheen zich alles in het operahuis beweegt. Je zou haast denken dat Miricioiù's ziekte en opgave bij het concept hoorde, gezien de theatrale commoties rondom notoire afzegdiva's als Callas en Caballé. Maar Miricioiù heeft die reputatie absoluut niet en Joosten bekende na afloop: ,,Deze draai aan het verhaal had ík zelfs niet kunnen verzinnen!''

Joostens door het premièrepubliek luid afgekeurde concept is een wonder van logica en biedt interessante bespiegelingen over het operabedrijf en over de rol en het karakter van een stersopraan in een Callas-rol bij uitstek. Wel heel toevallig dat de twee sopranen die van hun generatie het vaakst met Callas werden vergeleken nu noodgedwongen samen op het podium stonden. Het verhaal begint als een opera-in-een-opera, maar allengs worden de scheidslijnen tussen theater en werkelijkheid ambivalent. De kinderen die de diva met de tenor in het geheim heeft verwekt zijn dik en vervelend. Een diva kan volgens Joosten geen kinderen hebben; die verraden haar leeftijd maar. Aan het slot bestijgt Norma niet de brandstapel, maar loopt zij het theater uit. Adalgisa staat in Norma-kleren klaar als de nieuwe diva. Prachtig bedacht was het koor-tableau in de tweede akte. Het zag er magnifiek oubollig uit, alsof Joosten alvast tegen de boe-roepers wilde zeggen: 'Zo lullig had ik het ook kunnen ensceneren!' Klasse hoor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden