Column

Norbert Elias beschrijft zo’n beetje waarom ik me gedraag zoals ik me gedraag

Beeld Maartje Geels

Ik hoop niet dat inburgeraars 'Über den Prozess der Zivilisation' van de beroemde socioloog Norbert Elias moeten lezen. 

Het zou alleen al vanwege de lengte en de breedte van de zinnen een onmogelijke opgave zijn, want Elias schreef nogal eens het afschrikwekkende Duits dat in zijn geboorteland voor wetenschappelijk wordt gehouden en dat ook in de Nederlandse vertaling goeddeels overeind blijft. Maar ook inhoudelijk zouden ze voor een zware klus komen te staan. 

Want de man die vork en zakdoek verantwoordelijk hield voor onze beschaving zet het westerse model wel erg exclusief in het zonnetje. Het schijnt dat hij met zijn verhaal eens een Keniaanse hoogleraar, die net als zijn landgenoten gewend was met zijn handen in plaats van met bestek te eten, voor het hoofd stootte. Hij hield een etnocentrisch praatje, vond de Keniaanse geleerde. 

Goed, Elias' verhaal gaat dus voornamelijk op voor de westerse beschaving. Dat we aan het eind van de Middeleeuwen met een vork in de brei begonnen te prikken in plaats van met een lepel, betekende dat we konden kiezen, selectiever werden, verfijndere eetmanieren kregen et cetera. En ook de neus snuiten, vroeger gewoon op de grond, later in de mouw van onze kleding, tenslotte in een aparte zakdoek, betekende een schrede voorwaarts op de ladder der beschaving.

Bordje op schoot

Altijd als ik deze hulpstukken gebruik, voel ik me een gebenedijd kind van de geciviliseerde wereld. Niettemin weet ik heel goed dat het ook anders kan. Sinds we het idee dat ze in Afrika of Azië half achterlijk aan de soep zaten en hun neus op barbaarse wijze ledigden, hebben laten varen is de wereld heel wat genuanceerder en diverser geworden. 

En het is ook altijd een interessante gedachte dat we, hoeveel beschaving Europa ook heeft opgeleverd, toch op het Afrikaanse continent schijnen te zijn ontstaan.

Elias schreef zijn boek eind jaren dertig van de vorige eeuw toen er nog nauwelijks Chinese restaurants in ons land waren, we niet in Azië of Afrika op vakantie gingen en Suriname en Oost-Indië nog koloniën van ons waren. Ook aten mijn grootouders niet uit de muur noch zaten ze met een bord op schoot voor de televisie. Zelf weet ik eerlijk gezegd niet goed of je een portie patat ook met je vingers mag eten en ik vraag me soms af of ik in restaurant Hong Kong stokjes of mes en vork moet vragen. 

Gratis wijsheid

Soms echter wordt ons in deze zaken gratis en voor niks wijsheid geschonken. Onlangs at ik in een restaurant waarin we bij het eten een los teentje knoflook kregen dat we zelfs met een mes of wat dan ook, (de hak van onze schoen?) maar fijn moesten zien te krijgen. Kennelijk iets authentieks ergens anders vandaan. Deze wereldburger kreeg het niet voor elkaar en vroeg tenslotte maar om gewoon wat knoflookpoeder, op het gevaar af de hele raison d'etre van het etablissement te miskennen.

Norbert Elias' civilisatieproces mag dan gedateerde en etnocentrische trekjes hebben, hij beschrijft wel zo'n beetje waarom ik me gedraag zoals ik me gedraag en dat dat het resultaat is van een eeuwenlang proces. Dank voorouders!

Lees hier eerdere columns van Rob Schouten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden