Review

Nooit werd de filosofie zo verteld

Volgens kenners is het het beste overzicht van de westerse filosofie ooit. Zelfs beter dan Bertrand Russells beroemde standaardwerk op dat gebied, inmiddels ruim vijftig jaar oud. Diens landgenoot Anthony Gottlieb heeft met zijn eerste deel van 'De droom der rede' nu zelf geschiedenis geschreven.

Bijna wekelijks verschijnt er wel een inleiding in de filosofie. Maar zelden is er een zo enthousiast ontvangen als 'De droom der rede' van de Engelsman Anthony Gottlieb. De geschiedenis van de filosofie zou nimmer zo goed verteld zijn. Sterker nog, Gottliebs boek maakte alle andere inleidingen overbodig, zelfs het immens succesvolle 'Geschiedenis van de westerse filosofie' van zijn landgenoot Bertrand Russell.

Het meest opmerkelijke aan 'De droom der rede' is de vaart die het boek honderden bladzijden weet vast te houden. Of Gottlieb nu schrijft over de raadselachtige Griek Heraclitus, of over de martelaar van de filosofie, Socrates, het verhaal behoudt de lichtvoetigheid van een biografie, zonder de ideeënwereld geweld aan te doen.

Gottlieb zelf meent dat zijn manier van schrijven sterk beïnvloed is door zijn dagelijks werk. ,,Ik ben redacteur bij The Economist. En hoewel ik een gepromoveerd filosoof ben, zou dit boek anders geschreven zijn wanneer ik aan de universiteit verbonden was gebleven. In de journalistiek leer je beknopt formuleren over onmogelijke onderwerpen. Na een stuk over het geheimschrift van de quantummechanica dacht ik: hoeveel moeilijker kan filosofie zijn?''

Hij verdiepte zich in de bestaande inleidingen en concludeerde dat de meeste verkrijgbare geschiedenissen van de filosofie voor de leek moeilijk waren en weinig aantrekkelijk geschreven, of juist zo verwaterd bleken dat ze onmogelijk konden boeien.

Gottlieb: ,,Natuurlijk, er zijn enkele bewonderenswaardige populariseringen van de filosofie. De meest opzienbarende is die van Bertrand Russell. Die is nog steeds het lezen meer dan waard, hoewel specialisten er hun neus voor ophalen. Maar dat boek is meer dan vijftig jaar oud, en we hebben in de tussentijd meer geleerd over de geschiedenis en de filosofie.''

,,We willen tegenwoordig ook meer weten over de relatie tussen natuurwetenschappen en filosofie, omdat de indruk gewekt kan worden dat natuurwetenschappen de plek van de wijsbegeerte hebben ingenomen. Juist die verschuivende scheidslijnen wilde ik te pakken krijgen.''

Dit thema zie je al terugkomen bij de beschrijving van Thales, de eerste echte filosoof. En de eerste verstrooide professor uit de geschiedenis. Want toen deze Griek uit Milete op een nacht de sterren observeerde viel hij in een kuil. Een oude vrouw, die zijn kreet om hulp hoorde, antwoordde hem: 'Denk je dat je iets over de hemel aan de weet kunt komen, Thales, als je niet eens kunt zien wat vlak voor je voeten ligt?'

Toch kwam Thales het een en ander te weten. Vooral over water. Dat is bij hem geen heilig mengsel van gepersonifieerde goden, maar gewoon water, waarop de aarde rustte 'omdat zij drijft, net als hout en andere vergelijkbare stoffen, die zo gemaakt zijn dat zij rusten op water maar niet op lucht.'

Hier valt wel wat tegen in te brengen. Dat deed Aristoteles dan ook. Want als de aarde ergens op rust, dan geldt dat toch ook voor het water? Maar, zo schrijft Anthony Gottlieb, ,,om zijn bewering te weerleggen moeten we met hem argumenteren, en we peinzen er niet over om bijvoorbeeld de Egyptische priesters die eer te bewijzen''.

Gottlieb: ,,Tijdens het schrijven heb ik mij voorgehouden te doen alsof ik de eerste was die het verhaal ontdekte van de geschiedenis van het denken. Ik heb zo weinig mogelijk voor waar aangenomen, en me laten verrassen. Dat was ook niet moeilijk, ik begon tamelijk groen aan dit onderzoek, mijn kennis was tweedehands.''

Vooral de rijkdom van de eerste filosofie verbaasde Gottlieb. Daarom heeft hij in zijn boek ook andere vroege denkers als Heraclitus, Empedocles, Anaxagoras en Parmenides uitvoerig voor het voetlicht geplaatst, terwijl deze wijsgeren, pre-socraten genoemd, meestal slechts gezien worden als een voorafschaduwing van het denken, dat pas echt begint te fonkelen bij Socrates en Plato.

,,Omdat de filosofie daar begint, besteed ik een derde van mijn boek aan de pre-socraten. Zij waren de pioniers, en het is opmerkelijk hoeveel zij in werking hebben gezet. Zij hebben de fundering gelegd van de westerse filosofie, een fundering waar zelfs de analytische filosofie van twintigste eeuw nog op teruggrijpt.''

In vergelijking daarmee noemt Gottlied de Middeleeuwen veel minder origineel. ,,Er werd wel goede filosofie bedreven, maar voor de hedendaagse lezer, die waarschijnlijk weinig van de toen geldende theologische aannames deelt, leek dat werk mij minder interessant.''

Gotliebb schrijft dat in het begin van de zesde eeuw zelfs bij niet-christelijke denkers langzaamaan de traditionele kenmerken van de Griekse filosofie verflauwden. ,,De rationalistische geest waarvan Thales, Anaxagoras, Democritus en Epicurus getuigden; het compromisloze dóórvragen van Socrates, de sofisten en de sceptici; Plato's liefde voor logische argumentatie; Aristoteles' brede intellectuele interesse - deze eigenschappen gingen allemaal verloren, of veranderden van aard.''

De filosofie belandde 'in een haven van vroomheid' en werd ingezet als 'de dienstmaagd van de christelijke theologie'. Dat zij ook in die functie mooi werk kan verrichten blijkt uit het deel over de Fransman Pierre Abélard (1079-1142), een scherpzinnige redenaar die bij de onschuldige Héloïse, 'een meisje van niet geringe schoonheid' een kind verwekt, later door haar oom gecastreerd wordt, en zich weer later ontwikkelt tot 'de eerste gedegen moraalfilosoof van het middeleeuwse tijdvak'.

Abélard beperkte zich namelijk niet tot het gebruikelijke moraliseren, dat weinig meer inhield dan de Bijbel of het kerkelijk gezag citeren, maar probeerde via een rationele analyse vast te stellen waarop zonde en deugd nu precies neerkwamen. Dat deed hij bijvoorbeeld door een grondige analyse van het woord 'goed'.

Toch proef je aan het einde van het boek dat Gottlieb blij is dat Descartes de dienstmaagd na zo'n duizend jaar meer bevoegdheden geeft, en het westerse denken daardoor zijn vitaliteit herwint. Hoe dat te werk ging? Anthony Gottlieb zal het in deel twee van 'De droom der rede' beschrijven. ,,Maar ik vrees dat ik daaraan nog enkele jaren moet werken.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden