Review

NL Lounge zowel privé als openbaar

De vermoeide voeten kunnen in juni omhoog tijdens de Biënnale voor de Architectuur in Venetië. In het Nederlandse paviljoen in de Giardini wordt een lounge ingericht met gerieflijke stoelen en ontspanningsruimtes. De comfortabele omgeving zit echter vol voetangels en dubbele bodems. Zodra je als bezoeker de ruimte betreedt, ben je onderdeel van een enscenering die het spanningsveld tussen privé en openbaar verkent. Het project is een idee van het Nederlands Architectuurinstituut en wordt uitgevoerd door een team van ontwerpers en kunstenaars. NL Architects tekent het samenhangende ontwerp voor de ruimte.

NL Architects houdt van avontuur. Voor het bureau is een architectonische opgave geen abc-tje van plattegrond, wanden en routing. Context, beleving en gedrag van de gebruiker zijn minstens zo belangrijk bij het interpreteren van een gegeven opdracht. Vanuit die houding is ook door hen gereageerd op de vraag van Kristin Feireiss, directrice van het Nederlands Architectuurinstituut, om na te denken over de inrichting van het Nederlandse paviljoen binnen het door haar bedachte concept.

,,Kristin kwam bij ons met een plan gebaseerd op het thema home'', leggen Kamiel Klaasse en Mark Linnemann van NL Architects uit. ,,Vanaf dit jaar moeten de landen zelf de bewaking van de paviljoens verzorgen. Zo ontstond het idee om de inrichting van een huis te maken, waarin permanent iemand aanwezig zou zijn. In die omgeving moest een interactie ontstaan tussen de bewoner en het publiek. Op de vorige Biënnale was Kristin de participatie van het publiek in de tentoonstelling van West 8 heel goed bevallen (de bezoekers konden toen met kleine houten huisjes zelf stedenbouwkundige situaties bouwen) en dus zocht ze een vervolg daarop.''

,,Wij vonden het uitgangspunt van de interactie heel interessant, maar de oplossing te dwangmatig voor de bezoekers'', gaan Klaasse en Linnemann verder. ,,Uiteindelijk draait het om het spanningsveld tussen privé en openbaar. Wij zijn op zoek gegaan naar een soort ruimte, waarin datzelfde spanningsveld zit, maar waarin de bezoekers van de biënnale minder geforceerd aangesproken worden. Zo kwamen we uit bij de lounge als zinnebeeld van een openbare plek die een privébeleving kan geven.''

,,Voor het beheer wordt een loungekeeper aangesteld, die je de ruimte wel of niet binnenlaat. Zo'n portier heeft in de regel selectiecriteria, maar handelt ook naar eigen inzicht. Maar iedereen moet natuurlijk gewoon naar binnen kunnen. Daarom hebben we een selectieprotocol ontwikkeld, dat meer vrijheid geeft. Er komen elektronische poortjes en de bezoekers moeten de schoenen uitdoen. Overigens op vrijwillige basis.''

Eenmaal binnen treft de biënnale-bezoeker een scala aan mogelijkheden aan, die je anders ook in een lounge terugvindt: een open haard, een bar, fauteuils en televisieschermen. Daarnaast is er een aantal vervreemdende ingrediënten, zoals een massagetafel, aupingbedden en een computer met een geavanceerd ontwerpprogramma.

Klaasse en Linnemann: ,,Nagenoeg alle elementen in de lounge zijn 'object trouvées', we hebben zelf heel weinig ontworpen. Er zijn meubelen van Dum office en Jobina Timmermans, er zijn foto's van Nico Bick en een film van Rong Wrong. Daarnaast komt er een boekenkast met uitgaven van NAi Uitgevers die ook verkocht worden. Zo werkt een heel team aan het project, waar wij gewoon een onderdeel van zijn. Tezamen scheppen we een omgeving, waarin je je als gebruiker kunt terugtrekken om je eigen privé-dingen te doen, maar waarin je je er ook steeds bewust van bent niet alleen te zijn, maar in een openbare gelegenheid.''

De collectieve aanpak van de inzending sluit goed aan bij de filosofie van de Portugese architect Massimiliano Fuksas, de artistiek leider van deze biënnale. Zijn thema is 'The City', met als onderthema 'less esthetics, more ethics'. ,,We hebben met Fuksas gesproken en hij zei: 'wat je ook doet, het is nooit genoeg'. Hij wil buiten de enge grenzen van de architectuur kijken, want er zijn veel meer mensen en factoren betrokken bij het inrichten van de stad'', vertellen Klaasse en Linnemann.

,,Steeds vaker worden delen van de openbare ruimte geprivatiseerd, al staat dit in Nederland nog in de kinderschoenen. We hebben in de openbare ruimte steeds meer te maken met privatisering. De publieke ruimte wordt opgegeven als een domein dat door de overheid wordt beheerd. Een bijwerking hiervan is dat mensen steeds angstiger worden over de veiligheid in die openbare ruimte. Wij spelen daar op in, door de stalen luiken van het paviljoen permanent dicht te laten. Dit geeft het signaal af, dat er blijkbaar iets buiten het paviljoen is, waartegen je je moet beschermen. De semi-privéruimte van de lounge wordt een schuilplek.''

,,Het zou kunnen dat graffiti kunstenaars de buitenmuren van het paviljoen gaan onderspuiten. Dat zou ons niets verbazen. Graffiti is een laatste schreeuw in de publieke ruimte. Graffiti-kunstenaars zijn ook bij uitstek degenen die bezit nemen van opgegeven publieke ruimtes.''

De inzending van het Nederlands paviljoen past goed in het conceptdenken waarin Hollandse architecten goed zijn. Esthetiek is vaak een afgeleide van het concept en in dat concept speelt ethiek vaak een flinke rol, zoals Fuksas het dus graag ziet.

Als bedenker van het basisconcept verwacht Kristin Feireiss veel van het paviljoen als discussiestuk. ,,Ik heb geprobeerd een jong interdisciplinair team te verleiden op een bijzondere manier na te denken over processen die in een stad spelen. Daarin richten we ons op hoe de openbare ruimte wordt gebruikt, onder het thema 'private city, public home'.''

,,We hebben er bewust voor gekozen geen oplossingen aan te dragen voor de problematiek in de vorm van mooie ontwerpen en maquettes. We stellen juist vragen. Vandaar dat we met een breed team werken, waarin iedereen vanuit zijn eigen discipline ideeën inbrengt. Daarbij is het paviljoen als object zelf niet meer heilig. De bezoeker moet geamuseerd worden, geprovoceerd, maar ook geïnteresseerd raken in de aard van het probleem. In ons paviljoen wordt hij van kijker een actieve participant.''

De lounge wordt door de inbreng van kunstenaars, ontwerpers, architecten en filmmakers een visuele ervaring die op het eerste gezicht een comfortabele ruimte biedt om te verpozen. Vervolgens wordt je echter geconfronteerd met een grote hoeveelheid informatie. Zo komt er onder meer een film over asielzoekers, zijn er foto's over de bewaking van gebouwen, is er een website en verschijnt er een tijdschrift-vormige catalogus gemaakt door een ontwerpteam. ,,De bezoeker moet zich vermaakt hebben, maar buiten de lounge ook verder denken over het thema. Dan is de opzet van het paviljoen geslaagd'', zegt Feireiss.

De Biënnale duurt van 18 juni t/m 29 oktober. Meer informatie is te vinden op de website: www.labiennaledivenezia.net.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden