null Beeld Jildiz Kaptein
Beeld Jildiz Kaptein

SchrijversinterviewNiña Weijers

Niña Weijers: ‘Literatuur kan laten zien hoe dingen níet met elkaar te verenigen zijn, hoe ambigu het leven is’

Literatuur lijkt tegenwoordig vooral morele zuiverheid te moeten bieden, ziet Niña Weijers. Zij houdt juist van romans die laten zien hoe ambigu het leven is.

Wilfred van de Poll

Zelf doen heet het nieuwe boek van Niña Weijers (1987), een bundeling van columns en een aantal essays. Het boek is opgedeeld in hoofdstukken met enige thematische ­overlap, al blijft die samenhang losjes. Toch is er een rode draad, vertelt Weijers in een hip koffietentje in ­Amsterdam-West, in de buurt van waar ze woont.

“In veel van mijn stukken gaat het om autonomie of juist afhankelijkheid, om hoe die twee zich tot elkaar verhouden. De titel verwijst daarnaar. Zelf doen, iedereen kent die kreet wel uit zijn kindertijd. Ik herinner mij dat ik als kind altijd alles zelf wilde doen. Zo zie ik mijzelf nog steeds graag: als autonoom, niet afhankelijk van anderen.”

Dat zelfbeeld wringt met de realiteit, schrijft u in het voorwoord. U beschrijft hoe een kennis van uw ouders u vertelt over de eerste keer dat ze u ontmoette: als meisje op het schoolplein, verlegen schuilend achter de brede rug van uw vader.

“Dat vond ik ontzettend confronterend. Zo lang ik me kan herinneren wilde ik niets liever dan zelfstandig zijn. Ik herinner me nog scherp dat ik mijn vader, op de eerste dag dat ik naar school ging, op de gang van me ­afschudde. Ik wilde alléén de klas in. Het zelf doen. Maar kennelijk heeft er ook een andere versie van mijzelf ­bestaan, een meisje dat juist graag schuilde bij papa.

“Die versie was ik vergeten, want die past niet bij hoe ik mijzelf zie. Autonomie is een belangrijke pijler onder mijn zelfbeeld. Ssst.”

Haar hondje, een vierjarige dwergteckel, blaft naar een binnenkomende cafébezoeker. “De grap is dat mijn autonome zelfbeeld voortdurend onderuit wordt gehaald. Je kunt nooit helemaal onafhankelijk zijn. Dat wíl ik ook niet, ik wil wel degelijk ook afhankelijk zijn. In het boek voer ik vaak vrienden op. Die vriendschappen zijn belangrijk voor me, ik heb ze nodig. Het is de kunst om die afhankelijkheid toe te laten en toch autonoom te blijven.”

Wat betekent autonoom zijn voor u?

“Dat je je niet helemaal verliest in iemand anders. Dat je trouw blijft aan jezelf.”

Welk zelf dan precies? In uw tweede roman ‘Kamers antikamers’ deconstrueert u juist het idee van een eenduidig zelf, met een harde kern. U speelt met het idee dat iedereen meerdere identiteiten en zelven heeft. Dat je verschillende verhalen over jezelf kunt vertellen. Toch kun je ontrouw aan jezelf zijn?

“Nou, ik geloof misschien niet helemaal in zo’n vaste kern, inderdaad. Maar wel in een afbakening. Er zijn grenzen die iemand anders, of jijzelf, niet mag overschrijden. En je voelt het als dat gebeurt, al probeer je die waarheid soms uit de weg te gaan, weg te moffelen.”

Ze neemt een hap van haar bananenbroodje. “Net als wanneer apparaten stukgaan in mijn huis. Dan bedenk ik allerlei omwegen en vergeet zo’n ding te repareren. Op een gegeven moment zie je niet eens meer dat je huis met touwtjes aan elkaar hangt. Zo kun je in jezelf waarheden uit de weg gaan.

“Ik merk dat ook in het schrijven. Soms gaat het niet en dat is meestal omdat wat ik aan het schrijven ben niet oprecht is. Waarmee ik bedoel: dat ik niet aan het schrijven ben wat ik zou moeten schrijven. Dat ik ­ergens omheen draai waar ik niet omheen zou moeten draaien.”

Niña Weijers (1987) studeerde literatuurwetenschappen in Amsterdam en ­Dublin. Ze debuteerde in 2014 met de roman De consequenties, waarvoor ze de Anton Wachterprijs en de Opzij Literatuurprijs won. In 2019 volgde ­Kamers antikamers. Sinds 2016 heeft ze een tweewekelijkse column in weekblad De Groene Amsterdammer. Ze is ­redacteur bij literair tijdschrift De Gids.

Uw columns gaan vaak over de vraag of u kinderen wilt. Sinds acht maanden heeft u een zoon. Verandert dat uw blik op afhankelijkheid en autonomie?

“Ja, heel erg. Het kind dwingt me mijn afhankelijkheid in te zien. Je kunt niet meer verhullen dat je afhankelijk bent als je een baby hebt.

“Voor ik zwanger werd, was ik altijd bang mijn autonomie te verliezen als ik een kind zou krijgen. Ik was vooral bang dat ik niet meer zou kunnen schrijven, er de rust en leegte niet meer voor zou vinden. Maar de afhankelijkheid vindt op concreter niveau plaats, ontdek ik nu. Nu komt mijn moeder elke week een dag oppassen. Ik ben nog nooit zo afhankelijk van mijn moeder geweest in mijn volwassen leven. Dat is best wel een rare ervaring. Ik heb haar ineens weer echt nodig, terwijl ik daarvoor bij alles in mijn leven dacht: ik kan het zelf. Boeken schrijven, wonen, een hond nemen, mijn eigen inkomen genereren. Vanaf mijn vijftiende had ik altijd bijbaantjes.

“Maar een kind opvoeden, dat is nou echt iets wat ik niet zelf kan doen.

“In mijn columns zie je hoe ik van twintiger dertiger word en me afvraag hoe ik nu mijn leven moet invullen. Ik was bang voor een burgerlijk bestaan. Ik dacht: o jee, als ik een kind krijg, dan stopt het leven. Ik zag het ­moederschap als een eindpunt.

“Het is een grappige ervaring dat nu de baby er eenmaal is, de werkelijkheid heel anders blijkt. Sommige dingen zijn inderdaad truttig, maar het meeste is ­behoorlijk spectaculair. Het opgroeien van zo’n mensje, dat is echt bijzonder om te zien. Dat je denkt: wow, hij zit nu gewoon boterhammen te eten! Ik heb veel vrienden die geen kinderen hebben, zoals mijn beste vriendin Maartje Wortel, die ook schrijft. Ik vond het lastig dat er iets heel essentieels was dat ik niet met haar kon delen. Zij zei: baby’s interesseren me niet echt. Wat een heel valide positie is. Dat zei ik vroeger ook.”

Jullie hadden een gezamenlijke desinteresse.

“Haha, inderdaad. En nu vind ik het jammer dat ik niet kan delen wat voor wonder het moederschap blijkt te zijn. Mensen kunnen zich vaak heel goed voorstellen dat het zwaar is, dat je niet kunt slapen. Maar het mooie, het overrompelende ervan, is moeilijk uit te leggen.

“Als je naar ouderschap kijkt lijkt het een ­homogene ervaring, een stramien waar je in terechtkomt. Als je het meemaakt, blijkt het een uniek, bizar avontuur. Over die kant van het ouderschap hoor ik niet zoveel mensen.

“Ik merk dat ik nog niet zo goed op die ervaring kan reflecteren. Met de vader van het kind, ook een schrijver (Arnon Grunberg, red.), heb ik het daar soms over. We vinden het jammer zo weinig aantekeningen te hebben gemaakt van de eerste maanden. Maar het is zo nabij dat het bijna onecht voelt om erop te reflecteren in schrift. Ik heb afstand nodig om over iets te kunnen schrijven. Ik ben geen dagboekschrijver, nooit geweest.”

Terwijl uw columns wel vaak over uw dagelijks leven gaan. Misschien vormen die samen een soort dagboek.

“Toen ik stukken aan het selecteren was voor het boek – de hele vloer lag bezaaid met columns – voelde dat inderdaad als de balans opmaken: wat heeft mij de afgelopen zes jaar beziggehouden? Dan zie je ook je ­beperkingen: heb ik het hier nu wéér over? Maar die ­onderwerpen waar je steeds over schrijft, die definiëren je als schrijver.”

Onderwerpen die veel terugkomen in uw columns zijn vrouw-zijn en ­feminisme. Ziet u daar een ontwikkeling in uw denken?

“Zeker. Ik ben me de afgelopen jaren bewuster ­geworden van het feit dat ik onderdeel ben van een wit, geprivilegieerd soort feminisme. De genderdiscussies hebben een enorme ontwikkeling doorgemaakt, dat heeft mij beïnvloed. De hele opdeling in man en vrouw wordt nu ter discussie gesteld.”

Ze denkt na. “Het gekke is dat ik mezelf tegelijkertijd juist meer als vrouw ben gaan zien. Een paar jaar terug beweerde ik nog dat vrouw-zijn maar een van de vele ­categorieën was die je als mens bepalen en schreef ik zinnen als: ‘als ik schrijf, ben ik vrij van gender’. Ik vond dat je als schrijver onzijdig kon zijn. Maar nu denk ik meer: nee, ik schrijf wel echt als een vrouw.”

U ziet uzelf als een vrouwelijke schrijver?

“Ja, hoewel ik mezelf altijd schrijver zal noemen, niet schrijfster. ‘Vrouwelijke schrijver’, dat is zo’n hokje waar je van buitenaf ingeduwd wordt. Ik en een aantal generatiegenoten met mij werden daar extra hard ingeduwd, omdat het ineens opviel dat er veel meer vrouwen debuteerden dan voorheen.

“Een uitstekende ontwikkeling en een terechte ­inhaalslag, maar het werd ironisch genoeg ook weer een bevestiging van het hokje.”

null Beeld Jildiz Kaptein
Beeld Jildiz Kaptein

Hoe uit zich dat in uw schrijven?

“Ik weet niet of ik de aangewezen persoon ben om deze vraag te beantwoorden, maar in mijn romans zie ik wel een ontwikkeling. Mijn debuut, De consequenties uit 2014, zou je een vrij mannelijk boek kunnen noemen. Ik wilde serieus genomen worden. Het is een stellig, zelfverzekerd boek: kijk mij hier eens over deze dingen ­nadenken. Ik wilde er stáán en vooral niet iets autobiografisch schrijven.

“Ik denk dat ik in de loop der jaren meer heb toegelaten dat ik niet zo’n stellig persoon ben. Mijn tweede ­roman, Kamers antikamers uit 2019, is minder lineair, minder eenduidig. Persoonlijker, verwarrender. Dat past bij mij: ik ben altijd zoekende, ook in mijn columns.”

In uw columns verzet u zich ook tegen kunst die te stellig is, een duidelijke boodschap biedt.

“Inderdaad. Ik merk dat het gebruikelijk is geworden om normatief naar kunst en literatuur te kijken. Dat vind ik een grote valkuil. Literatuur lijkt tegenwoordig vooral morele zuiverheid te moeten bieden. Of anders wel troost; ik zie een therapeutisering van de literatuur. Romans moeten mensen helpen om met het leven om te gaan, zozeer zelfs dat literatuur soms bijna zelfhulp wordt.”

De hond blaft. “Een bepaald soort engagement is nu heel populair in de literatuur. Het gaat heel erg om het bekritiseren van systemen, structuren. Racisme, seksisme, de klimaatcrisis. En het gaat er vaak over aan de goede kant te staan, de juiste morele positie in te nemen, de juiste taal te gebruiken. Ik lees dat bij veel Angelsaksische schrijvers van mijn generatie en ik vind het heel saai en voorspelbaar. Mijn lievelingsboeken gaan meestal over mensen die niet zo bezig zijn met hun moraliteit, of wel, maar erin verstrikt raken.”

Aan welke romans denkt u?

“Ik houd van Russische personages die drinken, ­liegen, liederlijk of juist heel lamlendig zijn, zoals Oblomov. Tsjechov heeft eens, op heel jonge leeftijd, een heel gekke roman geschreven waarin iedereen alle kanten op gaat, Drama op de jacht. Ik ben net begonnen in de verhalenbundel De wereld is niet stuk te krijgen van Maxim Osipov, een levende Rus. Ongrijpbaar op een heel goede manier. Een boek dat voor mij belangrijk was, en dat heel erg gaat over allerlei vormen van grensoverschrijding en morele ontoelaatbaarheid, is I love Dick van Chris Kraus. Literatuur kan laten zien hoe dingen níet met elkaar te verenigen zijn, hoe ambigu het leven is. Een roman kan bij uitstek de plek zijn om grijze zones te verkennen en het moreel verwerpelijke.”

“Ik merk die nieuwe hang naar morele zuiverheid ook bij mijn studenten – ik doceerde de afgelopen jaren zo nu en dan aan universiteiten en hogescholen. Studenten nu zijn veel activistischer dan toen ik studeerde. Kunst die geen maatschappelijke verandering teweegbrengt, wijzen ze af. Ik vind hun engagement mooi, maar aan de andere kant: ik hou niet zo van kunst met een activistische agenda. Ik wil in mijn werk juist ­onderzoeken hoe complex het leven is, hoe complex we zelf zijn en hoe we van ons leven géén sluitend verhaal kunnen maken. Als mensen me vertellen dat ze verward zijn door mijn boek, denk ik: prima!”

null Beeld

Niña Weijers
Zelf doen
Atlas Contact: 336 blz. € 22,99

Lees ook:

Als puber loste Niña Weijers op in de schoonheid van Madonna

Als dertienjarige vond schrijver Niña Weijers popster Madonna zo mooi dat ze haar beeltenis eindeloos natekende. Alsof die schoonheid zo, door goed te kijken, ook de hare werd. Hoe kijkt zij nu, twintig jaar later, naar Madonna?

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden