null Beeld

BoekrecensieExces

Nim wil geen bescherming, ze wil genot

Naarmate Exces vordert, begrijp je waar het Persis Bekkering in haar tweede roman om te doen is.

Het jonge meisje komt uit de goot. Ze is mooi en kwetsbaar: de muze van een oude schilder, en de minnares van een al even oude arts die haar min of meer gevangen houdt in zijn huis. Ze mag er rondhuppelen in een geel aerobicspakje (we schrijven 1988) en wordt onderwezen in de klassieke kunsten. Het meisje wil dansen.

Even moest ik bij Exces, de tweede roman van Persis Bekkering, aan Pygmalion of My fair lady denken, waarin een volksmeisje moet worden klaargestoomd voor een plekje in de hoogste kringen. Maar toen de arts in het eerste deel zijn liefde voor het meisje met de dood moest bekopen, en in het tweede deel ook zijn opvolger, de schilder, gedoemd bleek om te sterven, begreep ik dat Bekkering zich niet door Bernard Shaw of de musical heeft laten leiden, maar door Frank Wedekind. In Lulu, of de doos van Pandora uit 1913, bekend ook van de film van Pabst met Louise Brooks in de hoofdrol, belandt femme fatale Lulu na een reeks van dode minnaars in de gruwelarmen van Jack the Ripper.

Bekkerings Lulu heet Nim en is een ander lot beschoren, of beter gezegd: ze neemt het lot meer in eigen(tijdse) hand. In haar opzet echter volgt Bekkering niet alleen het schema van Lulu, maar ook de thematiek: dat van de vrouwelijke seksualiteit en van het verwaarloosde, vroegrijpe meisje dat bescherming zoekt in de armen van oudere minnaars.

Mannen die haar als hun bezit zien

‘Vodje’, noemt Nim zichzelf, ze wordt opgepikt uit het ‘asiel’ door mannen die verslaafd aan haar raken en haar als hun bezit zien. En zelfs als zij dat niet zo zien, dan is er altijd nog een zoon die haar niet met zijn vader wil delen. Ook daarin volgt Bekkering Lulu. Bankier Schöne en zijn zoon Alfa, een choreograaf – ze zal in zijn gezelschap een hoofdrol dansen – zijn beiden haar minnaar en dat zal hen beiden noodlottig worden.

Persis Bekkering Beeld
Persis Bekkering

En hoewel ik de verleiding om een hedendaagse Lulu te schrijven begrijp, is het de vraag of het werkt en of je, als je dat doet, dan niet eerder je kaarten op tafel zou moeten leggen. Nu zette die opeenvolging van dode minnaars, en de lotsbestemming die daar vanuit gaat, mij op afstand. Ook de manier waarop Nim via de oude schilder in contact komt met de housecultuur – muziek, dansen, de extase – kon mij niet overtuigen.

Geen bescherming

Het duurde, kortom, even voor Bekkering me in haar roman wist te trekken. Pas als Nim zich overgeeft op de dansvloer en vol pillen van rave naar rave trekt, lijkt ook Bekkering los te komen. Dan begint haar taal te stampen en te zweten en begrijp je waar het Bekkering om te doen was en is . “De machine die niets produceert, die louter verlangen is. Je duwt een kauwgompje je mond in, voelt het breken van de schil, en de frisheid daaronder, even maar, voor het wordt vermorzeld tussen de kaken die volmaakt ritmisch doorstampen. Feel the fury! Feel the fury!” Voortgestuwd door lust maakt Nim zich los van de mannen die haar, in ruil voor haar monogamie, beschermen. Ze wil geen bescherming, zo lezen wij, ze wil zingenot ‘opnieuw, en opnieuw, en opnieuw. Een overdaad ervan. Herhaling’. Zinloosheid zoekt ze, want daarin ligt ‘het overschot, het ware exces’.

Het zijn die momenten en dat thema waarop de roman zich loszingt van het vertrekpunt en Bekkering vleugels krijgt. Of dat nou in 1992 in Berlijn is, in discotheek de Walfisch ‘baarmoeder van de hel’, of in 2001, in de straten van New York, als house alweer over zijn hoogtepunt heen is. De koortsige extase maakt dan ruimte voor bezinning. Ook in Bekkerings taal: ‘Zacht, heel zacht’, lezen we, ‘zingt het van ontgoocheling’.

Kapitalisme

De roman wordt filosofischer, de toon ingetogen, cryptisch soms, maar dat kon me wel bekoren. Meer en meer komt Nims individuele hedonisme in het teken van het maatschappelijke te staan. “Wij praten, wij dansen. We hebben geen agenda, geen actiepunten. En we hebben geen geld. Juist dat is gevaarlijk.” Omdat Nim constant zoekende blijft, wordt het nergens dogmatisch. Ze blijft in beweging, dat is haar kracht, ook als ze, anno 2020, omziet in melancholie. Niet omdat vroeger alles beter was, maar ‘als een verwerping van dit moment zonder utopieën (…) als een fuck you naar het kapitalistisch realisme’.

null Beeld

Persis Bekkering
Exces
Prometheus; 272 blz. € 21,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden