Benson Osadolor. Hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Benin City en specialist militaire geschiedenis Beninrijk.

Roofkunst Nigeria

Nigerianen over uitgeleende roofkunst: ‘Met die objecten kun je een verzoenend verhaal vertellen’

Benson Osadolor. Hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Benin City en specialist militaire geschiedenis Beninrijk. Beeld Petterik Wiggers

Tien Europese musea vergaderen volgende week met Nigeriaanse autoriteiten over een nieuw museum in Benin City (Nigeria). Wat vinden Nigerianen van de plannen?

De gesprekken gaan over de ‘Benin Bronzes’. Europese musea bezitten meer dan duizend bronzen reliëfs, koningshoofden en andere objecten die de Britten in 1897 roofden van de koning van het Beninrijk. In Nigeria zijn nog maar enkele exemplaren. De Europeanen willen objecten in hun bezit uitlenen aan dit museum in Benin City. Redacteur Eric Brassem en fotograaf Petterik Wiggers vroegen direct betrokkenen wat ze vinden van dat uitlenen. En: kan dat nieuwe museum in Benin City een succes worden?

Hoogleraar Benson Osadolor: ‘Met die objecten kun je een verzoenend verhaal vertellen’

“De Portugezen bereikten Benin in 1472, en al vanaf 1485 verschenen de eerste Portugese rapporten over de situatie hier. Daarna volgden verslagen van Hollandse, Britse en Italiaanse handelaren en missionarissen. Dat zijn belangrijke primaire bronnen, naast mondelinge overleveringen door leden van de nog altijd bestaande gilden en paleisorganisaties.

De plundering van de Bronzes is een staaltje koloniaal onrecht geweest. De misdaad is uitgebreid gedocumenteerd en gefotografeerd. Koloniale autoriteiten schreven aan Londen dat ze de oorlog zouden financieren met buit, vooral ivoor. Ze wisten dat ze een internationale troepenmacht moesten opzetten om Benin te verslaan; een nederlaag betekende terreinverlies aan de Fransen of de Duitsers, concurrenten in de strategische gebieden rond de Nigerdelta.

Ze zijn gestolen en moeten terug, onmiddellijk en permanent - niks uitlenen. Voor Afrikanen, en vooral Nigerianen, bestaan hoge drempels om visa te krijgen, hoe kunnen ze hun geroofde spullen in de VS ooit zien? Laat de Amerikanen naar ons komen als ze de Bronzes willen zien.”

Tentoonstellingen

“Ja, ik zou best curator willen worden van het nieuwe Benin-museum. Ik zou er in de eerste plaats voor zorgen dat er geen objecten verdwijnen, zoals vaak in Nigeria is gebeurd. Ik was laatst hier in het bestaande Benin Nationaal Museum, en was teleurgesteld hoe weinig er nog over was van wat ik daar in mijn jeugd heb gezien. Ik heb wel het vertrouwen dat het nieuwe museum goed zal worden beschermd met camera’s en zo.

In het Westen gaan musea de boer op met hun tentoonstellingen: ze organiseren lezingen, hebben middelen om kinderen iets te leren over hun geschiedenis en erfgoed. Dat heb je hier niet, en daarom trekken ze zo weinig bezoekers.

Ik zou met die objecten de geschiedenis vertellen van de samenleving waarin ze ontstonden - ja, ook over zaken als mensenoffers en slaven. De buurvolkeren, zoals Igbo’s en Yoruba’s, zien de Beninezen nog steeds als slechte lui. Zij hebben eronder geleden dat Beninezen hen vingen en doodden of verhandelden als slaven.

Voor hun altaren hadden de Beninezen bloed nodig, daarvoor offerden ze slaven, niet hun eigen mensen. In Washington toont het National Museum of the American Indian ook de genocide op indianen. Stilstaan bij onrecht dat anderen is aangedaan, streven naar verzoening door te tonen dat je dat betreurt: dat zouden wij ook moeten doen in dat museum.”

Ekhagousa Aisien (80). Chirurg, kroniekschrijver van mondeling overgeleverde verhalen over het Beninrijk. Beeld Petterik Wiggers

Kroniekschrijver Ekhagousa Aisien: ‘Het westen heeft goed op onze beelden gepast’

“Jullie Hollanders waren vier eeuwen terug onze beste handelspartners. De paus had wapenverkoop aan heidenen verboden, en daarom brachten de Portugezen ons alleen kralen en zo. Die werden ten paleize zeer gewaardeerd, maar jullie verkochten ons pistolen.

En metalen, waarmee we die pistolen bij duizenden hebben nagemaakt. Zo kon Benin zijn rijk uitbreiden.

Ik heb acht geschiedenisboeken over Benin geschreven, veelal gestoeld op verhalen  die mijn vader hoorde in het paleis. Hij was door een orakel aangewezen als opvoeder van oba Eweka II (koning van 1914 tot 1933).

Ook mijn opa, dorpschief, had contacten aan het hof, dankzij zijn reputatie als krijger. Eens stuurde hij zijn bediende uit om palmwijn te kopen. Maar Itsekiri, een buurvolk, namen de man gevangen, en offerden hem aan hun oorlogsgod. Nee, wij in Benin waren niet de enigen die dat deden. Toen later Itsekiri over de rivier voorbijvoeren, liet mijn opa ze overmeesteren. Hij kruisigde er zeven, en liet ze ter afschrikking hangen aan de oever. De rest schonk hij als slaven aan de oba. In de oorlog die uitbrak, sloeg hij met één klap van zijn zwaard een bananenboom en een vijand die zich erachter verschool, doormidden.”

Oorlogsbuit

“In 1897, toen de Britten oprukten naar Benin, zond de koning hem uit als verkenner. Hij loste vanuit het bos een schot op een Britse officier die aan de thee zat. Dat voorval vond ik ook terug in een dagboek van een Britse hospik. Mijn opa werd later gestraft met zestig zweepslagen.

De Britten hebben ons verpletterd. Ze konden met hun Maximmachinegeweren dertien kogels per seconde afvuren. Onze pistolen moest je na elk schot opnieuw laden.

Geweldig dat Europese musea objecten uitlenen aan een nieuw museum hier. Teruggeven? Ach, het was oorlogsbuit, zo ging dat toen. Nee, die oorlog was niet rechtvaardig, maar welke oorlog is dat wel?

De Benin Bronzes hebben Afrika in Europa op een hoger plan gebracht, in ieder geval bij kunstkenners. Ze toonden aan dat Afrikanen kunstzinnig konden zijn.

Als de Britten die beelden niet hadden meegenomen, hadden we ze misschien her en der verkocht. Gelukkig is er zo goed op gepast dat we ze straks hier kunnen zien. Nu ontbreekt het ons nog aan trots en waardering voor die beelden. Maar hopelijk groeit dat, en kunnen we er op termijn zelf voor zorgen.”

Prince Gregory Akenzua (81). Hoogleraar pediatrie. Prins. Broer van de vorige oba (koning). Enogie (hertog). Beeld Petterik Wiggers

Hoogleraar Prince Gregory Akenzua: ‘We zien graag af van copyrights’

“Als enogie vertegenwoordig ik de oba buiten de stad. Mensen stappen vaak liever naar mij dan naar een rechter. De traditionele rechtspraak draait om bemiddeling tussen gemeenschappen, vaak gaat het om land. Tot de landwet (1978) behoorde al het land aan de oba.

Ik vertegenwoordig de oba ook in de onderhandelingen met Europese musea over de Benin Bronzes. Het akkoord over uitleen en een nieuw museum in Benin City zien sommige mensen hier als teken dat we niet hard genoeg hebben gevochten. Maar we geven onze aanspraak op eigendom niet op.

Dit akkoord zie ik als stap op weg naar teruggave. Wat ons betreft kunnen ze in Europa kopieën tentoonstellen; we zien graag af van copyrights.

Ja, de objecten hadden van oorsprong een religieuze betekenis, ze waren niet bedoeld voor een museum. Maar de huidige oba, Zijne Majesteit Ewuare II, erkent dat ze een nieuwe culturele lading hebben gekregen, die in een museum tot zijn recht komt. Daarom bouwt hij er een museum voor. Eerdere oba’s hebben beelden aan musea in Lagos en Benin geschonken. Deze oba heeft gestudeerd in Groot-Brittannië en de VS, was ambassadeur in Scandinavië en Italië. Hij gebruikt nu zijn ervaringen en opleiding om onze cultuur te verbeteren.”

Theophilus Umogbai (53). Curator van het Nationaal Museum in Benin City, delegatielid van de Benin Dialoog, die over het nieuwe museum heeft onderhandeld. Beeld Petterik Wiggers. Met dank aan Benin National Museum, Benin City, Nigeria

Museumdirecteur Theophilus Umogbai: ‘Straks hoeven we niet meer met het vliegtuig om ze te zien’ 

Ja, straks komt er naast dit museum, dat van de federale staat is, een nieuw museum van de deelstaat Edo en de oba. Maar ik ben niet bang dat dit museum waarvan ik curator ben, overbodig wordt. De beide musea vertellen een ander verhaal. Het nieuwe museum zal antieke werken uit het paleis, hofkunst tonen, die Europese musea uit hun collectie uitlenen. En mijn museum concentreert zich op de cultuur van de rest van de samenleving.

Vaak wordt me gevraagd of de spullen in mijn museum wel authentiek zijn, en dan bedoelen ze van voor 1897. Dan antwoord ik: hoe zou dat moeten als de Britten toen vrijwel alles hebben geroofd? De meeste objecten hier, in totaal zo’n tweeduizend stuks, zijn van na 1897. De Britten hadden in dat jaar de zittende oba verbannen, en het paleis was leeg toen ze in 1913 toestonden dat diens zoon weer oba werd. Dus die bestelde nieuwe objecten bij de diverse gilden - houtsnijders, ivoorsnijders, bronsgieters. De altaren vulden zich weer onder de opeen-volgende oba’s, en in 1947 had het paleis een bewaarplaats nodig.”

Altaar-objecten

“In 1973 werd van die bewaarplaats dit museum gemaakt. Ook altaar-objecten die mensen hebben geschonken staan hier. Tot de zeventiger jaren hadden de meeste inwoners wel een altaar thuis. Maar veel zijn afgedankt, vooral onder invloed van evangelische christenen.

Nee, die verhalen dat veel objecten uit dit museum zijn verdwenen kloppen niet. Als mensen stukken in onze collectie hebben gezien en ze daarna missen, nemen ze aan dat ze gestolen zijn en verspreiden ze complottheorieën. Wel zijn stukken uitgeleend aan andere musea, via de centrale museumautoriteit NCMM in Lagos. En die blijven dan ergens hangen. Van 2001 tot 2012 was ik curator in het Nationaal Museum in Owo. Voor een expositie had ik vier Benin-objecten uit dit museum nodig. Raad eens waar ze nu zijn? Nog steeds in Owo!

Een museum met geleende objecten uit Europa is natuurlijk niet het einddoel. Maar teruggeven is nu eenmaal een zaak tussen regeringen; over het nieuwe museum hebben alleen curatoren met elkaar gesproken. Een curator kan niet wat objecten uit zijn museum in een zak doen en naar Nigeria sturen. Maar uitwisselen, dat kun je als curatoren regelen, dat is vaker gedaan.

Eindelijk kunnen we straks die objecten zien die we sinds 1897 missen - voor de prijs van een buskaartje, in plaats van een vliegticket.”

Ebosetale Divine Comfort Idiogbe (9 jaar). Beeld Petterik Wiggers

‘Ik heb alles opgeschreven wat ik heb gezien’

“Ik wist niet dat er een nieuw museum komt. Ik ben gisteren in het Benin Nationaal Museum geweest. Kijk, alles wat ik daar heb gezien heb ik opgeschreven, zodat ik het beter kan onthouden.

Wat het meeste indruk op me heeft gemaakt, is de ogluwu, een houten beeld van de god van de dood, die de oba zijn gezanten liet brengen naar een ter dood veroordeelde. Wie dat kreeg, wist hij dat gedood zou worden. Heel mooi vond ik de prachtige kleren van de koningin-moeder, met kralen, en een hoge kroon. De koning en de koningin-moeder bewaarden hun juwelen in een doos in de vorm van een vis.

Er was ook een beeld van een vrouw met heel veel borsten, omdat ze heel veel kinderen had om te voeden, die stonden allemaal om haar heen.

Ik zag op bronzen reliëfs ook paleiswachten, en een chief die erg van vechten hield, een krijger-chief. Ik denk dat we nog steeds wel een krijger-chief hebben, maar ik weet het niet zeker.

Ik wist niet dat de Britten al die spullen hebben meegenomen. Volgens mijn vader hebben we wel een speelfilm gezien over de Britse invasie van 1897, maar ik herinner me die niet. Op school hebben we het er nog niet over gehad. Ik ga zeker kijken als we straks alles hier in een museum kunnen zien.”

Op trouw.nl/beninbronzes staan alle artikelen, interviews en video’s uit deze serie over roofkunst.

Lees ook:

Geroofd brons mag naar huis 

Op 5 juli praten musea uit Europa en Nigeria over een nieuw museum in Benin City. Dat zal Benin Bronzes uit Europees bezit tonen. Redacteur Eric Brassem en fotograaf Petterik Wiggers reisden de geroofde kunstwerken vooruit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden