Reportage Hedendaagse kunst

Nigeriaanse kunst is booming, maar niet in Nigeria

In galerie Rele in Lagos heeft Viktor Ehikhamenor net zijn expositie geopend. Bezoekers maken selfies bij zijn werk. Beeld Petterik Wiggers

Afrikaanse moderne kunst zit internationaal in de lift. Vooral Nigeriaanse kunst is gewild. Nigeria’s belangrijkste stad Lagos is een broedplaats van ateliers, galerieën en kunstenaarsinitiatieven. Maar van de overheid hoeven ze niks te verwachten.

Ruim 1,5 miljoen euro bracht het schilderij ‘Tutu’ vorig jaar op, bij het Britse veilinghuis Bonhams. Het doek van de Nigeriaanse schilder Ben Enwonwu (1917-1994) mag in meerdere opzichten typisch Nigeriaans heten. Om te beginnen raakte het portretschilderij uit 1974 onmiddellijk na de tentoonstelling in 1975 tientallen jaren spoorloos zoek – geen zeldzaamheid in de chaotische kunstwereld van Nigeria. Sterker: twee andere portretten van de schilder met dezelfde voorstelling zijn nog steeds zoek, eentje werd in 1994 gestolen.

Op de doeken staat prinses Adetutu Ademiluye uit Ile-Ife – de stad die eeuw­enlang een belangrijk cultureel-religieus centrum was in het huidige Nigeria. Enwonwu geldt als een van de belangrijkste wegbereiders van Nigeria’s hedendaagse kunst. Al tijdens zijn leven kreeg hij ook in het Westen erkenning. Het portret van Tutu had Enwonwu bedoeld als ‘Afrikaanse Mona Lisa’, een zinnebeeld van nationale eenheid; het land kwam bij van de Biafra-oorlog, een burgeroorlog die van 1967 tot 1970 miljoenen Nigerianen, vooral Igbo’s, het leven kostte.

Bonhams is niet het enige internationale veilinghuis met jaarlijkse veilingen van Afrikaanse werken, ook Sotheby’s doet dat sinds 2017. “We zien een vloedgolf van belangstelling voor Afrikaanse kunst, en daarin loopt Nigeria voorop”, vertelde een woordvoerder van Sotheby’s onlangs in de Nigeriaanse krant The Guardian.

Net als Enwonwu grijpen hedendaagse Nigeriaanse kunstenaars vaak terug op klassieke iconen uit de rijke traditie van de volkeren die door de Britse kolonisering in een en hetzelfde land kwamen te wonen. De Yoruba’s, Igbo’s en Bini’s goten al voor de tiende eeuw bronzen beelden, meestal bedoeld voor religieus gebruik. Op het jaarlijkse kunstfestival Art X Lagos verwijzen veel kunstwerken naar die klassieke werken en de traditionele godenwereld. Omgekeerd zoekt de traditie ook aansluiting bij de moderniteit: bij de laatste editie van Art X in oktober vorig jaar kwam de traditionele koning van Ile-Ife langs.

Iconografische tekens

Een van de kunstenaars die internationaal furore maken is schrijver en beeldend kunstenaar Victor Ehikhamenor, die in 2017 de drijvende kracht was achter Nigeria’s debuutpresentatie op de kunstbiënnale van Venetië. Ehikhamenor groeide op nabij Benin City, dat sinds de vroege Middeleeuwen de zetel was van een koninkrijk. Dat rijk kwam ten einde toen de Britten in 1897 de koning verjoegen en zijn paleis plunderden. De objecten, van bewerkte slagtanden tot bronzen koningshoofden, belandden in musea over de hele wereld; ook het Museum Volkenkunde in Leiden bezit 139 van de objecten die bekendstaan als de ‘Benin Bronzes’.

Beeld Petterik Wiggers

“Als kleuter was ik al bezeten door tekenen. Ik tekende schriften vol met de iconografische tekens die ik om me heen zag op altaren, deuren en muren. Die tekens verwijzen naar begrippen in ons geloofssysteem, ze vormen een schrifttaal die nu uitgestorven is”, vertelt Ehikhamenor in zijn atelier in Lagos. “Dit spiraalteken op mijn schilderij bijvoorbeeld verwijst naar de levens­cyclus, die in ons geloof geen einde heeft; we geloven in reïncarnatie. In mijn werk verander ik die tekens ook; in de loop der jaren heb ik een eigen kalligrafisch iconenschrift ontwikkeld. En dit bronzen beeld heb ik laten gieten in Benin City, door een bronsgieter die lid is van het eeuwenoude bronsgietersgilde dat vroeger exclusief voor de traditionele koning werkte.”

Ehikhamenor studeerde in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten informatica, en wijdde zich in de avonduren aan schilderen. In 2008 keerde hij uit de VS terug naar Lagos, de miljoenenstad die vooral bekendstaat om zijn files, onveiligheid en armoede. “Ik had het gevoel dat ik weinig toe te voegen had aan de Amerikaanse maatschappij. Die is al afgebouwd. Maar in Nigeria zijn we nog aan het bouwen en herbouwen. Ik wil een spiegel zijn van de samenleving waarin ik ben opgegroeid. “

In galerie Rele in Lagos heeft Ehikhamenor net zijn expositie geopend. Buiten aan de bar bestellen hippe kunstminnenden whiskycocktails. Imposante bewakers met kniebeschermers en boksbeugels bewaken de twee ingangen van de krappe ruimte. De eerste zeven doeken zijn al verkocht, het pronkstuk ‘We the people and other dreamers’ voor 25.000 euro. Adenepikun Harmony, een gezette jongeman in roze tuniek, heeft nog niet besloten tot aankoop. “Ik ben dol op kunst”, vertelt hij. “Ik heb er wel geld voor omdat ik goed verdien met mijn mode-ontwerpen. Maar meer schilderijen kan ik niet kwijt, want ik studeer nog, en woon op de universiteitscampus.”

Ehikhamenors werk vindt ook buiten Nigeria aftrek, via tentoonstellingen in galerieën en musea van Londen tot Kaapstad. In zijn atelier geeft Ehikhamenor ruimte aan beginnende Nigeriaanse kunstenaars. “Ik wil een mentor zijn, doorgeven wat ik in de westerse wereld heb geleerd.”

Dat beginnende kunstenaars het moeilijk hebben in Nigeria, daar kunnen Agbaje Julius (26) en Garuba Saheed (34) over meepraten. Ze zijn net afgestudeerd aan de kunstacademie, en delen een woning annex atelier buiten Lagos. “Nee, studiebeurzen bestaan hier niet”, leggen ze uit. “We hebben zelf voor onze opleidingen betaald.”

Beiden mogen ter gelegenheid van de Internationale Museumdag, 18 mei, op het parkeerterrein van het National Museum in Lagos een aantal werken proberen te verkopen. “Kiezen voor een kunstopleiding is heel ongewoon, mijn ouders begrepen niet wat me bezielde”, vertelt Saheed. “Ik heb jaren gewerkt om mijn opleiding te kunnen volgen.” Ze houden ternauwernood het hoofd boven water met opdrachten. “In een psychiatrisch ziekenhuis in Lagos hebben we de muren, die volgekalkt waren met tekeningen van wapens, overschilderd met vliegende figuren die wel wat lijken op Superman en Spiderwoman.”

Veel meer dan het parkeerterrein hebben musea Nigeriaanse kunstenaars niet te bieden. “Nee, ik kan mijn werk niet kwijt aan Nigeriaanse staatsmusea. Die zijn sinds de jaren tachtig ingestort”, beaamt Ehikhamenor. Hij hoopt dat de internationale belangstelling voor Nigeriaanse kunst ook staatsmusea zal wakker kussen. “Kom over tien jaar maar eens terug.”

Wanbeheer

Voorlopig zit daar nog geen schot in. Zelf klagen de musea al decennia over geldgebrek. “Maar hoe groot het gat is tussen wat ze krijgen en wat ze vragen, geen idee. Op vragen daarover krijg je nooit antwoord”, vertelt Gregory Nwakunor, kunstredacteur bij The Guardian. Regelmatig publiceren hij en zijn collega’s reportages over de lage bezoekersaantallen en het wanbeheer van de musea, waar kunstwerken verdwijnen en begrotingen opgaan aan overtallige medewerkers.

Beeld Petterik Wiggers

De staatsmusea tonen vooral traditionele kunstvoorwerpen. Een nationaal museum voor hedendaagse en moderne kunst is er alleen op papier. Ruim tien jaar geleden besloot de regering tot de oprichting ervan, er zijn directeuren gekomen en gegaan, en er zijn ook werken aangekocht. Maar een museum is er nog steeds niet. “De werken die zijn verzameld liggen te verstikken in de kelders”, gaf de vers benoemde directeur, Simon O. Ikpakronyi, twee maanden geleden toe in The Guardian. “Heel veel, vooral houten voorwerpen zijn opgevreten door termieten, andere zijn van kleur verschoten.”

Het parlement praat ook al jaren over een wetsvoorstel dat beoogt alle overheidsgebouwen te voorzien van kunstwerken. Aannemers die een overheidsopdracht binnenslepen, moeten 5 procent van de totale bouwkosten in een fonds storten, op straffe van ‘een jaar gevangenisstraf, of een boete ter hoogte van 10 procent van de totale bouwsom, of beide’, aldus het wetsvoorstel. Het idee voor dit fonds, beheerd door een overheidscommissie die kunstwerken moet aankopen, klinkt vooral als een opzetje waarvan veel mensen beter kunnen worden, maar kunstenaars in de laatste plaats.

De sclerotische toestand van overheidsorganisaties op het gebied van kunst wekt ook kritiek van andere Nigeriaanse overheidsinstellingen, bijvoorbeeld in de toerisme-industrie, die aanvoeren dat met kunst veel te verdienen valt. Dat is wel doorgedrongen bij talloze ondernemers die in Lagos galerieën en jaarlijkse kunstfestivals organiseren. Ook in Parijs, New York, Marrakesh en Dubai zijn jaarlijkse of tweejaarlijkse kunstmanifestaties gewijd aan Afrikaanse kunst.

Veel talent

“Veel handelaren en kopers zien kunst als investering”, vertelt Prince Yemisi Adedoyin Shyllon, een van Afrika’s grootste kunstverzamelaars. “Mede doordat de prijzen van westerse kunst de pan uit rijzen, zit Afrikaanse kunst enorm in de lift. Er is veel talent, hun werk is nog betaalbaar en kan ook heel winstgevend zijn: je haalt makkelijk 20 procent waardestijging per jaar”, zegt Shyllon, die zelf geen verkoper, maar ­alleen verzamelaar is.

In oktober dit jaar opent hij zijn eigen Yemisi Shyllon Museum of Art, in samenwerking met een particuliere universiteit in Lagos. Shyllon, afkomstig uit een familie die in de olie-industrie fortuin vergaarde, kreeg het idee voor een eigen museum in 2008. Toen stelde hij een selectie van de 7000 ­objecten in zijn bezit tentoon in het National Museum in Lagos. Ooit zat hij zelf in het bestuur van het museum, dat al jaren een slechte reputatie heeft.

“Ik heb er twee tentoonstellingen uit eigen collectie samengesteld; een over de Nigeriaanse kunstgeschiedenis, en een over traditionele kunst”, vertelt hij. “Maar ik was bang dat mijn objecten daar zouden verdwijnen, dus het waren korte, tweedaagse exposities. Zo kwam ik op het idee een eigen museum op te richten.”

Het museum belooft Nigeria’s eerste museum van betekenis met moderne en traditionele kunst te worden. Shyllon: “Ik heb daarvoor gesprekken gevoerd in toonaangevende musea over de hele wereld: Hoe doen jullie dat? Ik doneer duizend moderne en traditionele objecten aan het museum, en zal de eerste twee jaar betalen. Daarna zal een onafhankelijk bestuur nieuwe fondsen moeten aanboren.” 

Anders dan de musea in overheidshanden wil Shyllon uit principe niet aankloppen bij buitenlandse fondsen. “Het gaat om ons eigen erfgoed. Als ik een huis erf, waarom zou iemand anders mij dan moeten betalen voor het onderhoud ervan?”

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (fondsbjp.nl). Zaterdag 29 juni wijdt het katern Letter & Geest een special aan de Benin Bronzes en hun betekenis in Nigeria.

Petterik Wiggers maakte het volgende filmpje over de opening van Ehikhamenors expositie in Rele Galery.

Lees ook: 

Het loket voor de teruggave van roofkunst is nu geopend

In Nederlandse musea bevinden zich nog tal van objecten uit voormalige koloniën. De volkenkundige musea hebben nu criteria opgesteld om te beoordelen of een buitenlands verzoek tot teruggave wordt gehonoreerd.

Nigeria wil geroofde kunst terug

Nigeriaanse cultuurhistorische schatten ter waarde van honderden miljoenen euro’s liggen nog altijd in westerse musea. In Leiden onderhandelt het Afrikaanse land over terugkeer van zijn stukken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden