Boekrecensie Verhalen Lévi Weemoedt en Bob den Uyl

Nieuwe en oude mistroostige verhalen van Lévi Weemoedt en Bob den Uyl

Mistroostige verhaaltjes van zwaarmoedige oude mannen, geschreven in de vorige eeuw, zijn die nog leuk om te lezen? Jazeker, wel als ze geschreven zijn door Bob den Uyl en Lévi Weemoedt. Van beide schrijvers verschenen nieuwe bundelingen van oude verhalen, die lekker weg lezen. De vraag is: heeft hun werk de tand des tijds doorstaan?

Half Nederland dacht dat hij al dood was en de andere helft was hem vergeten, maar ineens zat hij daar, aan tafel bij DWDD: Lévi Weemoedt, zeventig jaar, springlevend en met een nieuw boek. ‘Pessimisme kun je leren!’ luidde de titel. Schrijver Özcan Akyol, zijn ‘grootste fan’, had een dichtbundel samengesteld met een keuze uit Weemoedts grotendeels in de vorige eeuw geschreven oeuvre. Op een enkele poëziepurist die zijn werk als betekenisloze rijmelarij beoordeelde na (wat Weemoedt zelf trouwens altijd volmondig beaamt) werd hij door iedereen weer in het hart gesloten. Er gingen zestigduizend exemplaren van ‘Pessimisme kun je leren!’ over de toonbank. De schrijver zelf leek zelf nog het meest verbaasd over deze stormachtige revival, die hem na jaren op een houtje bijten in één klap ruime financiële armslag gaf. In het kielzog van deze gedichtenhype is er nu ook een boek met een keuze uit Weemoedts verhalen, ‘De scherven van het geluk’, samengesteld door Vic van der Reijt.

Alles wat mis kan gaan, gaat mis

In ieder verhaal is de schrijver zelf de protagonist, en in ieder verhaal levert hij somber maar manhaftig bij voorbaat verloren gevechten met auto’s, boten, broeken, stofzuigers, medemensen van allerlei pluimage en natuurlijk vooral met zichzelf. Alles wat mis kan gaan, dat gaat mis, de schrijver roept de ellende niet alleen over zich af, hij lijkt haar moedwillig op te zoeken (waarom anders verstopt hij zich in een verhuisdoos tijdens de verhuizing?). Hij schrijft: “Nu er niets meer overbleef om nog fout te doen werden we onverschilliger.” Die onverschilligheid treft de lezer ook op den duur. Tussen alle kolder en slapstick valt het ontroerende ‘Een vriendin van mijn jeugd’ op, over het zwakbegaafde meisje Nel dat zeer aan hem gehecht raakt en die hij nog altijd opzoekt wanneer ze als vierenzestig jaar oud meisje in een tehuis zit.

Lévi Weemoedt Beeld Kippa

Typerend voor Weemoedts stijl en thematiek is ‘Een waarschuwing voor de scheepvaart’: we lezen over eindeloos gehannes met een gehuurde boot, een huwelijkscrisis dreigt, het is chaos en rumoer alom, tot ten slotte rust en troost zich aandienen in de vorm van een glimmende kleine lijkwagen, die hij voorzichtig aanraakt.

De drie nieuwe verhalen in het boek behoren bepaald niet tot de sterkste, maar in het voorlaatste verhaal leren we op de valreep Lévi’s ‘Wet van het leesbrilletje’: ‘iets wat zoek is, komt pas weer terug als we eerst een nieuw en vervangend exemplaar gekocht hebben.’ Al het leed bij Weemoedt is uiterst herkenbaar, het is zijn handelsmerk. Maar alle verhalen achter elkaar lezen is een tamelijk vermoeiende bezigheid, tenzij nostalgisch zwelgen in herkenbare huiselijke ellende je favoriete hobby is.

De verhalenschrijver Lévi Weemoedt wordt dikwijls in een adem genoemd met Bob den Uyl, die in 1992 overleed maar nog voortleeft als naamgever van de Bob den Uylprijs voor reisverhalen, én in de Wet van Den Uyl: ‘je vindt nooit wat je zoekt maar altijd wat je niet zoekt.’ Inderdaad, leesbrillen bijvoorbeeld.

Gortdroge, deftige observaties

‘Morgen als de zon schijnt’ luidt de titel van de nieuwe verzameling verhalen, uitgekozen door cabaretier Johan Goossens. Geheel nieuw kan deze bundeling niet genoemd worden, want veruit de meeste verhalen waren al eens opgenomen in eerdere bundels van uitgeverij Thomas Rap. Niet dat dat erg is, want iedere nieuwe uitgave met werk van Bob den Uyl juich ik toe. Maar ja, de eerste vier verhalen uit ‘Morgen als de zon schijnt’ zijn precies dezelfde als de eerste vier uit de verzameling verhalen ‘Het menselijk kunnen staat voor niets’ uit 2007. Ik vraag me dan af in hoeverre dit een ‘keuze’ van Johan Goossens is, die stomtoevallig dezelfde verhalen blijkt te hebben gekozen, of een marketingtruc om min of meer dezelfde bundel nogmaals te kunnen slijten. Bob den Uyl zou er het zijne van denken.

Bob den Uyl

Hoe dan ook, de verhalen blijven een genot om te lezen, vooral door Den Uyls stijl, zijn gortdroge, deftig geformuleerde observaties waarmee hij het kleine leed dat hem treft bezweert. Een hinderlijk tikkend fietspedaal bijvoorbeeld: “Dat hoort niet, maar in het bezit van de faculteit dreigende onheilen keihard te negeren besteedde ik er geen aandacht aan.” Den Uyl leed aan fobieën, dronk te veel en slikte een cocktail aan pillen, en het blijft ontroerend om te zien hoe hij zijn angst en woede bezweert in zijn onderkoelde zinnen, hoe hij er literatuur uit maakt die harder schuurt dan de verhalen van Weemoedt – omdat de wanhoop dieper zit.

Dat het boek opent met het titelverhaal is veelzeggend, want in dat vroege verhaal (uit 1963) is de humor en beheersing – handelsmerken van de latere Den Uyl – nog niet zo zichtbaar. Het is een verhaal over een jonge man die het netjes wil uitmaken met zijn vriendin, maar ten slotte toch op straat tegen haar staat te schreeuwen. Slotzin: “Ik ben bang.” De Bob den Uyl zoals de meesten hen kennen, de populaire schrijver van reisverhalen zonder dat hij echt reisde, zien we terug in klassieke verhalen als ‘Het rechtzetten van een misvatting’ (veel getob in Keulen), ‘In ’t groene dal’ (kommervol fietsen in België) en ‘Een afscheid in Bayreuth’ (op zoek naar een onvindbaar typemachinemuseum).

Hoe geestig ook, Den Uyl kwam gedateerder op mij over dan hij mij tien jaar geleden toescheen. Hij is, nog meer dan Weemoedt, een schrijver uit de twintigste eeuw, met bijbehorende opvattingen. Het toch wat kleingeestige gemopper op Duitsers, Belgen, Fransen en alle fietsenmakers en loketbeambten, de soms neerbuigende blik op vrouwen, de klachten over die belachelijk moderne betaalcheques (eh, wie weet nog wat dat zijn?) en kaartjes­automaten, ineens vond ik het gezeur van een boze oude man. Stijlvol gezeur, dat wel. Er mag heden ten dage best wat meer op deze welbespraakte wijze gemopperd worden.

Levi Weemoedt
De scherven van het geluk
Samenstelling Vic van der Reijt. Nijgh & van Ditmar; 397 blz. € 20

Bob den Uyl 
Morgen als de zon schijnt 
Samenstelling Johan Goossens Thomas Rap; 331 blz. € 19,99

Lees ook:

Lévi Weemoedt en Özcan Akyol zijn beiden somber van aard en allergisch voor literaire pretenties. 

Met een enorme bestseller was dichter Lévi Weemoedt (70) dit jaar opeens terug. Zijn dichtbundel ‘Pessimisme kun je leren!’ werd samengesteld door net zo’n succesauteur: Özcan Akyol (34). Al is de een twee keer zo oud als de ander, ze voelen zich verwant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden