Review

Nieuw hart voor Rijswijk mist totaalvisie

Een felle brand in 1996 maakte onvermijdelijk wat toen eigenlijk al in gang was gezet: een revitalisering van het winkelgebied van Rijswijk. Zo'n beetje iedere grote en middelgrote stad in Nederland heeft de afgelopen jaren architectonisch en stedenbouwkundig aan het eigen hart gesleuteld. In de middelgrote steden zijn winkelcentra hierbij het toverwoord. Hilversum volgde die tactiek en in Amersfoort verrijzen kort achter elkaar vier nieuwe winkelcomplexen in de binnenstad. Rijswijk koos ervoor het bestaande winkelcentrum In de Bogaard te vernieuwen én op te waarderen. In deze operatie ging moeiteloos de restyling mee van twee torens uit de jaren zestig (waaronder het voormalige onderkomen van het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport).

Op een kwade dag is waarschijnlijk bij het architectenbureau EGM een vertegenwoordiger van gevelpanelen binnen komen lopen. ,,Een prachtig dessin, meneer. In meerdere kleuren verkrijgbaar, zeer efficiënt te monteren en flinterdun. Het geeft een fraai geveltje.''

Goede kans dat ook de klimatologische voordelen van het materiaal werden geroemd. Niet veel later diende zich een mooie gelegenheid aan om met de gevelplaten te werken: de facelift van het voormalige onderkomen van het ministerie van vws langs de Churchilllaan. Het was zo'n toren die in de jaren zestig en zeventig in flinke aantallen is neergezet. Meer groot dan elegant en daarmee al snel een vervuiling van het stadslandschap. Dus moest de toren 'opgeleukt' worden, zoals dat in ontwikkelaarsjargon heet. Voor de gevelplaten waren meerdere kleuren voorhanden, dus kon een aardige asymmetrische gevelcompositie worden gemaakt door de façade op te delen in verschillende, ten opzichte van elkaar verschoven vlakken. Het resultaat is een behaagzieke, platte gevel, die aan alle eisen van 'bedrijfsimago' voldoet, maar geen moment echt lééft.

Deze modieuze toren is nu het eerste dat je in je linkeroog ziet, wanneer je vanaf de snelweg het winkelhart van Rijswijk nadert. Dat thema van modegevoeligheid zet zich voort in de architectuur van het winkelcentrum zelf. Een eenduidig beeld is er niet. Van alles is door elkaar gemengd: een pompeuze hightech-luifel die de winkelzijde aan een groot voorplein markeert; een ecologisch tintje aan de zijgevel in de vorm van een steil talud bekleed met glas; postmodernistische liflafjes in de winkelpassages, waarvan er vier zijn gegroepeerd rond het oude 'open' winkelcentrum.

De architect Van der Goes uit Hilversum tekende voor het grootste deel van de winkelnieuwbouw. Hij heeft er alles aan gedaan om het winkelende publiek een gezellige omgeving te bieden. Winkelen als entertainment. Winkelen als een dagtripje van de NS. Ook dat is iets van de laatste jaren. We gaan niet meer naar kerk, park of museum, maar naar een winkelcentrum. Het is de Amerikaanse manier, waarbij veel sociaal leven in de winkelcentra is geconcentreerd. Denk ook aan de meubelboulevards en de megawinkels die aan de Laakhaven in Den Haag en rondom de Arena in Amsterdam-Zuidoost zijn gecreëerd.

Architecten worden steeds meer gefascineerd door dit soort nieuwe conglomeraten waar mensen bij elkaar komen. Renzo Piano heeft buiten Parijs een prachtig winkelcentrum gebouwd, Frank Gerhy maakte jaren geleden in Los Angeles al een mall en in Japan zie je prachtige staaltjes architectuur bij winkelparadijzen. Ook Nederland moet er nu dus aan geloven. Alleen houden hier de meest creatieve bureaus zich helaas niet wezenlijk met het bouwtype bezig (Woonmall Alexandrium in Rotterdam is een positieve uitzondering).

Veel ontwerpen stoelen, zoals in Rijswijk, op holle, architectonische retoriek. De oude In de Bogaard was opgezet naar het model van bijvoorbeeld de Lijnbaan in Rotterdam, maar ook het Winkelcentrum Presikhaaf in Arnhem: brede flaneerboulevards en open pleinen, geflankeerd door winkels met een pronte luifel voor nat weer. Die van oorsprong modernistische helderheid van lucht en lijn is nog wel aanwezig (natuurlijk in opgefriste vorm), maar ze is ingesloten in een stelsel van passages. Deze zijn primair vormgegeven in de strakke baksteengevelarchitectuur die we ook steeds vaker zien in de Vinex-wijken. Grote atria met expressieve hightech-daklichten moeten cachet geven aan deze overdekte winkelpleinen.

Het voldoet, het winkelende publiek wordt perfect bediend, maar er is nergens een sprankeling die het winkelcentrum laat uitstijgen boven een keurige verzamelplaats van winkels. Wat vooral ontbreekt is een duidelijke totaalvisie. Per passage is een plan gemaakt, de restyling van de oude structuur is een apart object en het voorplein weer een volgend. Slechts op momenten is er een echt enerverend moment met wat lef (een enorm opgetild dak, bijvoorbeeld, boven de passage De Terp). Verder is het: leve de marktwerking, de hoogconjuctuur en het vliegwiel van de consumptiedrift. Totdat de economische groei stagneert, winkels leeg komen te staan, de modieuze architectuur gaat vervelen en uit de tijd raakt. Dan treedt het verval in en kan In de Bogaard weer van voor af aan beginnen met een revitalisering. Het is te hopen dat dit keer geen brand het proces moet versnellen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden