Review

Nietzsche, voorloper van de quantumfysica

Augustus 1881, in Sils-Maria, gelegen in de Zwitserse Alpen -,,6000 voet boven de zee en veel hoger nog boven alle menselijke dingen''- toen en daar noteerde Nietzsche dat hij was gegrepen door een gedachte die telkens zou terugkeren in zijn denken, namelijk de leer van de eeuwige wederkeer. ,,Wij weten wat jij ons leert'', zeggen de dieren tegen Zarathustra, ,,...dat alle dingen eeuwig wederkeren en wij zelf ook.''

Zarathustra beaamt dit: ,,Ik kom terug'', zegt hij, ,,niet in een nieuw leven of een beter leven of een dergelijk leven: ik kom eeuwig terug in dit gelijke en zelfde leven'', opdat ik weer de leer van de eeuwige wederkeer zal verkondigen.

Toen, in Sils-Maria, ontwierp Nietzsche de hoofdlijnen voor een boek over macht en eeuwigheid, de eenzaamheid en de voortdurende verandering van de werkelijkheid, en natuurlijk over de eeuwige wederkeer: 'Also sprach Zarathustra'.

Die eeuwige wederkeer, wat is dat eigenlijk? Bij Nietzsche is dat het doordenken van een gedachte die in rudimentaire vorm al eerder bij hem was bovengekomen, namelijk dat de werkelijkheid een totaliteit van energie of macht is, die voortdurend woelt en wordt, verandert en vervalt en zich wederom verwerkelijkt.

Peter de Graeve maakt deze doordenking mee; de eeuwige wederkeer is een hoofdlijn van zijn Nietzsche-interpretatie. Hij maakt duidelijk dat Nietzsche terugging op de atomisten van de Oudheid, in zijn opvatting dat de werkelijkheid een en al chaos, beweging en wording is.

Nietzsche heeft echter dat antieke atomisme niet klakkeloos overgenomen. Volgens Democritus hadden atomen elk nog hun vorm en gewicht. Maar een 18deeeuwse Kroaat, Rudzer Josip Boskovic, stelde dat atomen deeltjes zijn die niet een bepaalde massa hebben, maar die eerder krachtvelden opwekken waarmee zij andere deeltjes aantrekken. Nietzsche is de eerste die deze gedachte overneemt, schrijft De Graeve. Nietzsche begrijpt dat een atoom staat voor een quantum aan kracht en zo vormt zich Nietzsche's 'quantumtheorie van de macht'.

Met deze aanduiding van 'quantumtheorie', die wel wat anachronistisch aandoet, wil De Graeve de actualiteit van Nietzsche's inzichten benadrukken. Nietzsche zou al intuïties hebben gehad van natuurkundige begrippen zoals 'oersoep' en 'oerknal', 'singulariteit' en 'zwart gat', al omschrijft Nietzsche dat nog in algemene termen.

Het blijft gewaagd om Nietzsche met de quantumfysica te willen verbinden, maar boeiend en origineel is het wel. De Graeve haalt vaak een metafoor van Nietzsche aan, die van de koorddanser in 'Also sprach Zarathustra', maar nu heeft hij zelf een koord gespannen tussen Nietzsche en de quantumfysica waarop hij balanceert tussen toelichten en toedichten. Een waagstuk, maar met de aanwinst van een spannende interpretatie.

De koorddanser uit 'Also sprach Zarathustra' stort overigens neer, hetgeen de val symboliseert uit de ijle hoogte van metafysica en zingevingsdenken naar de diepte van de chaos en het niets. Die val heeft Nietzsche zelf meegemaakt: de werkelijkheid heeft geen diepere betekenis, geen richting of zin. Toen hij in Sils-Maria het plan opvatte om zijn leer van de eeuwige wederkeer te boek te stellen, had hij voor het eerste deel de duiding 'Chaos sive natura' in gedachten, 'Chaos oftewel de natuur' -vrij naar Spinoza's 'Deus, sive Natura', 'God oftewel de Natuur'.

Nietzsche vervangt Spinoza's goddelijke natuur door een verontmenselijkte chaos. Verontmenselijkt omdat de mens in alle voorgaande eeuwen zich had gespiegeld in de natuur; daarin zijn eigen betekenis en waarden had gezocht en gevonden. Met de val van de koorddanser ontmaskert Nietzsche dit streven.

Wat blijft er dan nog over? Valt er nog iets te redden uit de chaos? Wat resteert, is het inzicht dat de hele werkelijkheid van natuur en mens een samenspel van krachten, wil en macht is. Dat die een bepaalde constellatie vormen van stoffelijke punten, wilsontplooiingen en gedachteconstructies, en dat deze telkens veranderende en vervallende constellaties elkaar opvolgen en herhalen. Kortom: de leer van de eeuwige wederkeer. Het moet toentertijd in Sils-Maria in Nietzsche's hoofd evenzeer hebben gekookt en gekolkt als destijds in de oersoep waarmee de heksenketel van ons bestaan begon.

Peter de Graeve heeft een ambitieuze, soms ook wel kwestieuze interpretatie van Nietzsche's denken opgetekend. Niet de eerste en evenmin de laatste verklaring van deze diepzinnige vulkaanuitbarsting. Dat komt omdat Nietzsche veelduidig is, zich graag bedient van metaforen, en orakelspreuken, zich soms uitspreekt in recitatieve

aforismen en evocatieve oprispingen.

Nietzsche is niet zelden literair. De Graeve soms ook. Hij volgt Nietzsche: verheven op de toppen van ons begrip, diepzinnig tot in de afgrond van ons zijns-verstaan. Soms, moet gezegd, is De Graeve zelf ook moeilijk te volgen. Rüdiger Safranski, die in 2000 een biografie van Nietzsche's denken schreef, merkte daarin op dat Nietzsche zich verstopt in het labyrint van zijn denken. En als je naar hem op zoek gaat, kun je licht verdwalen. Misschien, merkt Safranski op, is dat nog wel het beste wat je kan overkomen. ,,Ik ben voor mezelf een akkergrond geworden van moeite en veel zweet'', schreef Augustinus ooit. Nietzsche had het hem na kunnen zeggen. En wij ook, na lezing van De Graeve's veeleisende Nietzsche-interpretatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden