RecensieExpositie

Niets zo leuk als rivalen Breitner en Israels met elkaar vergelijken

Meisjes in de sneeuw (1894), van George Hendrik Breitner.

‘Breitner vs Israels. Vrienden en rivalen’
Kunstmuseum Den Haag
★★★★☆ 

Niets zo menselijk als jezelf te willen vergelijken met een ander. Kunstenaars George Hendrik Breitner en Isaac Israels wisten van geen ophouden, eind negentiende eeuw. Voor het eerst is daar een tentoonstelling over.

Een zeventienjarige met gladde kin en donkere doorlopende wenkbrauw kijkt de toeschouwer hooghartig aan. Hij draagt een schildersschort en een bolhoed, als kunstenaar die tegelijk man van de wereld is. De arrogante knaap heeft gelijk, dat ís Isaac Israels (1865-1934), die zichzelf hier in 1882 heeft geschilderd, ook allebei. De enige zoon van Jozef Israëls, de internationaal beroemde kunstenaar, was al op z’n veertiende aangenomen op de kunstacademie van Den Haag als wonderkind, haalde het trema van de e in z’n achternaam in de hoop op een eigen reputatie, los van die van z’n vader. Hij kende z’n talen en z’n klassieken, en het belangrijkste: Isaac Israels tekende als de beste.

Isaac Israels, Zelfportret met bolhoed, 1882.

Het portret moet George Hendrik Breitner (1857-1923) hebben geërgerd. De Rotterdammer ontglipte dankzij z’n grote kunstenaarsambities aan een toekomst in het graanhandelbedrijfje van z’n vader, hij was acht jaar ouder dan Isaac. Zijn zelfportret is zwierig, je ziet een snor en minstens evenveel arrogantie. Breitner schildert avontuurlijk en goed, maar niet volgens de idealen van zijn conservatieve Haagse academie.

De tekenles is zijn grootste struikelblok. “Ik ga niet genoeg vooruit”, klaagt hij in het jaar dat Israels bij hem op school komt. En Breitner is heetgebakerd: in een van z’n woedeuitbarstingen gooit hij het ingelijste schoolreglement aan diggelen en wordt van de academie gestuurd.

Ook Israels verlaat in 1880 de academie, vrijwillig weliswaar. Vanaf dat moment zullen ze elkaar meer dan twintig jaar blijven aftroeven, ze delen vrienden en zijn zelfs even buren. In Kunstmuseum Den Haag zijn werken van de twee kemphanen tegenover én naast elkaar gehangen. De rivaliteit van de twee kunstenaars was geen geheim, maar er was nooit een aparte tentoonstelling over gemaakt. Vreemd, want niets zo leuk als twee kunstenaars, die soortgelijke kunstwerken maken, met elkaar te kunnen vergelijken.

Meegezogen in de zoektocht

Het is het museum gelukt een aantal minder bekende werken van particulieren te lenen en het deed zelfs onderzoek naar het Indische schildersmodel Adolphe Boutard. Samen met de grote verzameling schetsboekjes van Israels uit eigen collectie word je als bezoeker meegezogen in de zoektocht naar kunstenaars- en schoonheidsidealen.

Isaac Israels, Twee meiden op de Lijnbaansgracht in Amsterdam, 1894.

Heel tactisch hangen de schilderijen niet continu één op één tegenover elkaar, zodat je als bezoeker steeds kunt gokken wie van de twee het werk heeft gemaakt. De rivaliteit begint al vroeg: beide kunstenaars nemen de oefenende, paraderende en poserende soldaten in Den Haag als model voor hun eerste schilderijen. Het verschil in talent is dan overduidelijk: waar Israels met tot in de puntjes uitgewerkte details een tam tafereeltje neerzet – de trompetters oefenen in de kazerne – laat Breitner op een drie meter breed doek de cavalerie met stofwolken en beweging op de toeschouwer afkomen, je hóórt het hoefgetrappel.

Naast het verschil in talent tussen Breitner en Israels is er ook het standsverschil. De zestienjarige Israels portretteert de rijke burgers en adel van Den Haag. Het portret van Nanette Enthoven-Enthoven, dochter van de eigenaars van een Haagse ijzerfabriek met wie de Israëls bevriend zijn, krijgt lovende commentaren in de kranten. ‘Ik geloof dat ik ’t net zoo artistiek zou kunnen, maar hij beweegt zich nu eenmaal onder die lui, ik niet’, schrijft Breitner een vriend.

Portret van Nanette Enthoven-Enthoven, 1881, Isaac Israels.

In een boeketje witte tulpen echoot hij even later meer witte frivoliteit dan Israels in de jurk van het meisje.

De strijd is dan pas net begonnen. Israels krijgt faalangst, blijft voor velen ‘zoon van’, en ziet hoe Breitner met zijn vlot geschilderde werk de markt verovert. Hij vindt Breitners werk vaak een ‘aha-erlebnis’; hoe kon hij zélf nou niet op het idee zijn gekomen? Ze wonen dan beiden in Amsterdam, Breitner zelfs even als bovenbuurman van Israels, zien elkaar in koffiehuizen en cafés, bij de bijeenkomsten van De Nieuwe Gids, het kritische maandblad.

In een grote museumzaal staan paspoppen in kleding uit alle lagen van de samenleving. Eromheen de schilderijen waarop diezelfde mensen flaneren langs de gracht, adel en wasvrouwen zorgvuldig gescheiden.

In 1890 oogst Breitner veel lof voor zijn ‘Plein bij avond’, een suggestief schilderij waarop de paardentrams de omliggende straat, passanten en passagiers verlichten. ‘Een hoogst persoonlijk gespierd soort kunst’, schreef een criticus. Breitner zou het thema tien jaar lang gebruiken. 

Zelfportret met lorgnet van George Hendrik Breitner.

Grote verrassing: Israels schilderde al in 1887 een ‘Dam bij avond’ – het werd neergesabeld door de kritieken, hij zou met die vage duisternis de verkeerde weg inslaan. Toch werkte hij dapper voort en zo komt het dat het in de grote zaal steeds lastiger wordt Breitners en Israels werk uit elkaar te houden. Terwijl Israels steeds wilder en losser durft te werken, oefent Breitner in precisie. 

Uiteindelijk scheidden de wegen: Israels, gebrouilleerd met al z’n vrienden, richtte zich op de adel en het strand en verhuisde naar Parijs, Breitner schildert bouwterreinen in Amsterdam. Beiden hebben, zo lijkt het, veel van elkaar geleerd. Dat leerproces kan iedere bezoeker nu nauwgezet volgen in deze feestelijke tentoonstelling. Om tot de conclusie te komen dat deze strijd ons naast een spannend verhaal ook prachtige kunst heeft gebracht.

‘Breitner vs Israels. Vrienden en rivalen’, tot 10 mei in Kunstmuseum Den Haag.

Lees ook:

Isaac Israels’ schoonheid in alledaagse stadstaferelen

Trouw bladerde door de schetsboeken van Isaac Israels.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden