Review

Niets minder dan het paradijs

Met fanatieke idealisten is in het echte leven niets te beginnen, meent de Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa, maar voor de literatuur zijn ze een goudmijn. Zijn nieuwe roman draait om de 19de-eeuwse Française Flora Tristán, die álle rechtelozen van hun juk hoopte te bevrijden, en om haar kleinzoon, de schilder Paul Gaugain.

Ilse Logie

Het zal de lezers van Mario Vargas Llosa niet verbazen dat zijn laatste boek, 'Het paradijs om de hoek', handelt over het streven naar een betere wereld. Een groot deel van zijn oeuvre draait om dit thema. Ook zijn opvattingen hierover zijn inmiddels bekend. De hele westerse geschiedenis lang zijn utopieën van doorslaggevend belang geweest, vindt Vargas Llosa, want zonder wereldverbeteraars leefden we nog in het stenen tijdperk. Maar telkens als de mensheid probeert een perfecte samenleving te creëren, faalt ze en begaat onnoemelijke wreedheden. Toch blijft in een van oorsprong christelijke beschaving als de onze het verlangen naar het paradijs onuitroeibaar, en dus moeten we utopische dromen óf in goede banen leiden óf ze van hun collectieve dimensie ontdoen, bijvoorbeeld door er kunst van te maken. Van dit laatste is Vargas Llosa een groot voorstander. Met fanatieke idealisten mag dan in het dagelijks leven weinig te beginnen zijn, voor de literatuur zijn ze een goudmijn. Want ze streven ergens naar, en zijn in staat daarvoor alles op het spel te zetten.

'Het paradijs om de hoek' speelt zich van begin tot eind af in de 19de eeuw, toen zowel maatschappelijke als artistieke utopieën welig tierden. Naar beproefd Vargas Llosa-recept wisselen twee verhaallijnen elkaar af. In de oneven hoofdstukken blikt de Franse feministe en socialiste Flora Tristán terug op haar bewogen bestaan. Het is 1844, haar laatste levensjaar, ze is dan pas 41 jaar oud. In de even hoofdstukken is het haar kleinzoon, de schilder Paul Gauguin, die op zijn leven terugkijkt. Hij doet dat vanuit Polynesië, waar hij van 1891 tot 1903 woonde en werkte.

De opzet van de roman is dus weinig verrassend, voor wie het werk van Vargas Llosa kent, maar de levens die hij beschrijft zijn dat wel. De overrompelende Tristán koesterde inderdaad geen kinderachtige ambities: ze wilde alle uitgebuiten en rechtelozen van hun juk bevrijden. Toch leek deze dame niet meteen voor messias in de wieg gelegd. Ze werd immers in een gerieflijk huis geboren, dichtbij Parijs. Met de dood van haar rijke Peruaanse vader sloeg het noodlot toe: Frankrijk weigerde het in Spanje gesloten kerkelijk huwelijk van Flora's ouders te erkennen en moeder en dochter raakten alles kwijt. Flora was ineens een bastaard, en stortte zich halsoverkop in een tot mislukken gedoemd huwelijk. Om die hel te ontvluchten, dook ze onder in Engeland, waar ze alle vernederingen onderging die een werkende alleenstaande moeder toentertijd waren beschoren.

In een poging om alsnog een deel van haar erfenis in handen te krijgen reisde ze naar haar schatrijke familie in Peru. Ze keerde terug zonder erfenis, maar politiek bewust en daarin haar tijd ver vooruit. Ze schreef meerdere boeken, zowel openhartige persoonlijke getuigenissen als baanbrekende pamfletten. En ze stichtte de Arbeiders Unie, een eigenzinnige combinatie van doctrines, die later onder de verzamelnaam 'utopisch socialisme' de geschiedenis zouden ingaan. Haar stond een 'vredelievende revolutie' voor ogen, waarbij vrouwen, arbeiders, handwerklieden en boeren gezamenlijk de strijd tegen de bestaande machtsverhoudingen zouden aanbinden.

Zelf nam ze hierin het voortouw. Tijdens haar kruistocht door Frankrijk, van Auxerre tot Bordeaux, bezocht ze met onvermoeibare geestdrift talloze werkplaatsen en arbeidersverenigingen, ziekenhuizen en hoerenbuurten, en ontmoette ze gezagdragers die ze van haar gelijk trachtte te overtuigen. Ze moest opboksen tegen de hypocrisie, de praalzucht en het cynisme van de burgerij, maar evengoed tegen de vooroordelen van de door haar geïdealiseerde arbeiders. Maar Tristán had er alles voor over. Ze verwaarloosde haar kinderen, en bande de liefde uit haar leven, omdat die haar van haar doel kon afbrengen.

Een halve eeuw later zocht Gauguin zijn heil in een heel ander, meer op zichzelf gericht paradijs - een spiegelbeeld van Tristáns maatschappelijke utopie. Toch wees ook in zijn geval niets erop dat hij de Franse burgerij zo radicaal de rug zou toekeren, en op zoek zou gaan naar een onbedorven plek, die hij meende aan te treffen op Tahiti en de Marquesaseilanden, waar hij de bijnaam 'Koke' kreeg.

Na zijn kinderjaren in Lima te hebben doorgebracht, werkte Gauguin als beursagent in Parijs. Toen hij omstreeks zijn dertigste met schilderen begon, was het voor hem snel een uitgemaakte zaak dat kunst niet te verzoenen viel met materiële welstand. Hij voegde de daad bij het woord, en brak op een spectaculaire manier met zijn preutse Deense vrouw Mette Gad, met zijn kinderen, en met zijn hele Parijse entourage. Hij werd een bohémien pur sang, trok eerst naar het afgelegen Bretagne en vervolgens naar Arles, waar hij samen met 'Gekke Hollander' Van Gogh plannen smeedde voor een kunstenaarskolonie ver buiten Europa.

Tegelijk met zijn creatieve drift ontlook ook zijn seksuele honger, die hem, in tegenstelling tot zijn grootmoeder, juist als bevrijdend voorkwam. Hij had nu nog maar één wens: zich ontdoen van de knellende banden van de westerse beschaving en alle conventies overboord gooien. Ten slotte ondernam hij dan ook zijn pelgrimstocht naar Polynesië, waar hij uit alle macht probeerde de staat van wilde te bereiken, wat niet helemaal lukte. Hij raakte besmet met syfilis; alcohol en verdovende middelen moesten zijn fysieke aftakeling verzachten. Daartegenover stond dat wat nog restte van de oorspronkelijke Maoricultuur, hem wel de nodige inspiratie leverde. Zijn manier van schilderen werd gewaagder, en hij slaagde erin de scheiding die de westerse kunstenaar van het gewone leven had vervreemd, op te heffen. Daartoe waren volgens hem, meer nog dan vakkennis, totale onafhankelijkheid, vitale overgave en verbeelding nodig.

Evenmin als Tristán vond Gauguin bij leven erkenning. Ook hij stierf jong, als een bedelaar, en ook hij weigerde zich te hechten, uit vrees voor verburgerlijking. Maar postuum hebben beiden toch in zekere zin hun revolutie bewerkstelligd, Gauguin door een bewonderd oeuvre na te laten, Tristán doordat sindsdien de positie van de vrouw en de arbeider in Europa aanzienlijk is verbeterd.

Inhoudelijk is er bijgevolg veel wat de twee personages bindt: hun buitensporigheid, hun beginselvastheid, hun durf. Ze zijn ook nog eens familie van elkaar, hoewel Gauguin pas vier jaar na de dood van Tristán werd geboren. Toch werkt Vargas Llosa's theorie van de 'communicerende vaten' dit keer niet optimaal: de twee geschiedenissen blijven, hoe boeiend ook, te veel op zichzelf staan. De overeenkomsten tussen Tristán en Gaugain zijn niet genoeg om hen in literair opzicht aan elkaar te binden.

De roman heeft nog andere minpunten. Door de krampachtige symmetrie van de hoofdstukken -elf per personage-, wordt hij, zeker in de delen over Tristán, voorspelbaar en hier en daar ook te didactisch en langdradig, te zorgvuldig gedocumenteerd. Dit geldt niet voor Gauguins verhaal, waarvan de meeste hoofdstukken aan de ontstaansgeschiedenis van een bepaald schilderij zijn opgehangen, of aan de herinnering eraan. Vargas Llosa's vermogen om dat scheppingsproces beeldend op te roepen, is ronduit indrukwekkend, vooral naar het einde toe, wanneer de visionaire Gauguin op de rand van de waanzin balanceert.

Toch overtuigt ook de gekozen verteltechiek niet helemaal. Voortdurend wordt voor de flashbacks en de mijmeringen van de hoofdpersonages van de derde op de tweede persoon overgeschakeld, wellicht om de indruk van een te klassieke historische roman weg te nemen, maar na verloop van tijd een wat artificieel aandoend procédé. Niet helemaal een voltreffer dus, 'Het paradijs om de hoek'. Ook al was het een haast onmogelijke opgave om zijn veelgeprezen vorige roman 'Het feest van de Bok' te evenaren, met deze opvolger lijkt Vargas Llosa enigszins de dupe te zijn geworden van zijn eigen formules en strakke schema's.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden