Niet zomaar een mooie jurkenparade

Ontwerper David Laport maakte naam met zijn plissétechniek. Beeld Jean-Pierre Jans

Modeontwerper David Laport uit Goes opent donderdagavond de Amsterdam Fashion Week. In zijn studio wordt met naald, draad en pauweveer de laatste hand gelegd aan zijn collectie geïnspireerd op sculpturale bloemen. 

Overal staan tassen vol stoffen op de houten planken, tussen de naaimachines en paspoppen in. Een roze verentoef van pauweveren hangt aan het plafond. De studio van modeontwerper David Laport (32) is ‘een beetje ontploft, dat hoort erbij’. In de twee kleine bovenkamers van het Amsterdamse grachtenpand zitten zeven man, bijna vijftien uur per dag te plooien, rafelen, stikken en herschikken.

“Ik zeg altijd tegen mijn vrienden in aanloop naar een modeshow: het is ‘bubbeltijd’.” Hij lacht hard. “Dan ben ik onaanspreekbaar. Het is dan een kwestie van zoeken en focussen. Wat is mooi, wat werkt?” Onder de klokgevel wordt de laatste hand gelegd aan de collectie waarmee Laport de Amsterdam Fashion Week donderdagavond opent.

In modekringen wordt hij een ‘ontwerpgenie van Nederlandse bodem’ genoemd. Laport gooide hoge ogen met zijn afstudeercollectie van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, in 2012. Zijn collectie van geplisseerde tulerokken die uit zichzelf overeind bleven staan, alsof de wind er geen vat op had, kwam met windkracht tien aan.

De nieuwe plissétechniek bereikte ook zangeres Solange, de zus van Beyoncé. Zij droeg een kanariegele plisséjurk van Laport naar het Met Gala in 2016, hét modegala van New York. “Ik kreeg een mail die begon met ‘Solange here. I would love to wear this dress’. Ik begreep er geen snars van. Maar het bleek een hele eer. Modehuizen als Gucci, Prada en Chanel kopen het gala vaak helemaal af: actrices krijgen er geld voor – soms wel een ton – om een jurk te dragen die ook nog eens op maat wordt gemaakt.”

Spannende en vernieuwende kleren, bijvoorbeeld van visnetten, volgden op de catwalk van Amsterdam en Parijs. Vorig jaar won Laport de prestigieuze Europese Woolmark Prize voor een jurk geïnspireerd op het schilderij ‘A Bigger Splash’ van David Hockney. In juni dit jaar maakte Laport een collectie voor de Nationale Opera & Ballet. Een sopraan en vijf dansers betraden het podium ‘in plooi’: dansend in sculpturale kostuums van een ongekende luchtigheid.

U gaat als een speer. Ligt u ’s nachts ook weleens wakker?

“Ja, het blijft spannend. Iets de catwalk op sturen is alsof je je kind de deur uitstuurt. Ik creëer mijn eigen wereldbeeld, dat maakt me kwetsbaar. Tot nu toe heb ik veel lovende kritieken gehad. Maar nu kom ik in de grote moeilijkheidsfase waar veel ontwerpers op een goed moment mee te maken krijgen.”

De fase van commerciële groei?

“Precies. Vorig jaar heb ik een belangrijke prijs gewonnen, nu zijn veel inkopers geïnteresseerd, ook grote internationale partijen. Het voelt als een ijkpunt en een afslag tegelijkertijd.

“Dan lig ik in bed en denk ik: ‘Creativiteit is één ding, maar je moet ook groeien’. Ik heb het geluk dat tot nu toe alles organisch groeit en ik het zelfstandig kan financieren, maar er moet een vervolgstap komen. Dat geeft angst: hoe zoek ik de balans tussen creatief interessant en commercieel?

“Ik wil niet dat het alleen maar een mooie jurkenparade wordt. De collectie moet ook een verhaal vertellen. Dat vind ik het allermoeilijkste in het vak. Want iets hysterisch maken, iets uitbundigs, over-the-top in plissés, dat gaat me redelijk makkelijk af. Maar ik wil niet dat het een trucje wordt.”

Op het bureau van Laport staan doosjes van Kruidvat met mottenvallen. Een recente mottenaanval teisterde de studio, net nu hij met fijne merinowol begint te werken.

Een pasfotootje van zijn Zeeuwse oma ligt binnen handbereik. Hij pakt de foto in postzegelformaat op. “Door haar ben ik enorm gevormd. Ze zag geen obstakels, iets wat mij ook tekent. Anders kan je dit vak niet doen: ik laat me niet weerhouden door beren op de weg, alles valt op te lossen.”

Is die Zeeuwse nuchterheid de sleutel tot uw succes?

“Ja, misschien wel. Ik was helemaal geen wonderstudent op de kunstacademie. Het was heftig, we begonnen met 35 studenten en eindigden met ons zessen. Ik was rommelig. Maar ik kan heel hard werken en wil graag creëren. Ik kan echt mijn schouders ergens onder zetten.

“Tijdens mijn stage in Londen, bij ontwerper Peter Pilotto, waren we met twintig stagiairs stof aan het knippen. Ik feestte veel, genoot elke avond en het weekend van de stad. Tot een vriend tegen me zei: ‘Wat wil je nou, wil je ontwerper worden of wil je graag knippen?’ Vanaf toen heb ik een tandje extra bijgezet.”

Waar haalt u inspiratie uit?

“Veel vormt zich al doende. Voor de huidige show heb ik me laten inspireren door dans en fotografie: voortbordurend op de collectie die ik ontwierp voor het Nationaal Ballet. Op die ontwerpen heb ik me wel verkeken. Wat is dat moeilijk! Een danser moet alles kunnen doen in de kostuums, maar ik wil ook modegrenzen verleggen. Uiteindelijk kwamen de ontwerpen op het podium tot leven op een ongekende manier, als een soort driedimensionale bloemen.”

Een choreografie van bloemen?

“Ja, daarin ben ik verder gaan zoeken. Zo kwam ik uit bij de fotografie van Irving Penn en Karl Blossfeldt: gelaagde en sculpturale beelden van bloemen. Dat vertaalt zich soms letterlijk in mode, bijvoorbeeld in een jurk van tien lagen in de vorm van een ontluikende roos. Maar ook figuurlijk, van een klap­roosanalyse – wist je dat daar wel tachtig kleurnuances inzitten? – naar een organzazijden top met uitgerafelde stofbanen, die telkens van kleur veranderen door licht en beweging.”

Hoe komen uw ontwerpen straks tot leven op de catwalk?

“Het wordt een spektakel met pianovleugels – over de componist zeg ik nog niets. De show is ontworpen door Studio Dennis Vanderbroeck. Geloof me, hij gaat nog groot worden.”

Wat is uw ritueel in deze laatste fase?

“Ik begin altijd met de draagbare stukken. Die er eerst doorheen duwen geeft me rust. Nu zijn we bezig met alle couturestukken: de opvallende items die het concept het beste uitdragen en er echt een show van maken. Er sneuvelt nog veel, maar dat is hoe ik ontwerp: onderzoekend. Is het te saai, dan valt het af. Ook draag ik vaak oordoppen, dan zonder ik me even helemaal af.”

En ’s avonds laat?

Dan drink ik een glas witte wijn met een kop Earl Grey thee, terwijl ik nog wat luister naar klassieke muziek.”

Maar één glas wijn?

“Ja, nu moet ik scherp blijven. Na de collectietijd kan ik de teugels weer wat laten vieren.”

Amsterdam Fashion Week

De Amsterdamse modeweek (AFW), een halfjaarlijks evenement, viert de Nederlandse mode. De week vond voor het eerst plaats in 1947 maar hield op te bestaan eind 1950, na het instorten van de Nederlandse confectie-industrie. In 2004 kwam de modeweek terug met een focus op de promotie van Nederlandse ontwerpers en een breder aanbod: van catwalkshows tot lezingen en ‘pop-up’-exposities.

De shows gelden als dé ontmoetingsplaats voor iedereen die ertoe doet in de Nederlandse mode-industrie. Zowel gevestigde ontwerpers als beginnende modetalenten betreden de planken. Modetroeven Jan Taminiau, Iris van Herpen en Claes Iversen showden allemaal op de Amsterdam Fashion Week.

Maar de Amsterdamse catwalk toont geen modebeeld dat wereldwijd navolging krijgt, zo weten ook de Nederlandse modestokpaardjes Viktor & Rolf: zij kiezen steevast voor een presentatie in Parijs. De AFW staat, met nog zo’n honderdvijftig andere ‘lokale modeweken’, in de schaduw van de toonaangevende evenementen van Parijs, Milaan, New York en Londen.

Een show om in de gaten te houden is die van ‘Lichting’: hier laten afstudeertalenten van Nederlandse academies hun beste creaties zien. David Laport nam deel aan Lichting 2012. Ook opvallend: supermarktketen Lidl showt op zondag zijn Heidi Klum x Lidl-collectie, een debuut in Amsterdam. Eerder verscheen de Lidl-collectie op de catwalk van New York.

Lees ook:

Viktor & Rolf zijn vrienden tussen mode en kunst

Viktor & Rolf worden internationaal bejubeld als 'modekoningen van Nederland'. Zelf profileert het duo zich liever als mode-kunstenaars. Vanwege hun 25-jarige jubileum toont de Rotterdamse Kunsthal een selectie uit hun spraakmakende oeuvre.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden