Review

Niet zelden bevat de plot bij Nabokov een onverwachte draai

Vladimir Nabokov: Verhalen 1 en 2. Vert. Yolanda Bloemen, Anneke Brassinga, Rien Verhoef, Peter Verstegen, Marja Wiebes. De Bezige Bij. Amsterdam, gebonden, 461 blz. en 473 blz. Beide delen ¿ 76,90.

T. VAN DEEL

Wel had hij in 1958 dertien verhalen gebundeld in 'Nabokovs Dozen', maar daarvan waren er maar drie vooroorlogs en vertaald uit het Russisch, één was er vertaald uit het Frans en negen waren in Amerika geschreven, direct in het Engels. In 1952 zette Nabokov met zijn laatste verhaal, 'Lance', een punt achter zijn verhalenproduktie, waarmee hij met 'Geestendom' op 7 januari 1921 in een Berlijnse emigré-krant was begonnen, uit overtuiging zonder twijfel, maar niet minder om den brode.

Nabokov heeft 'Geestendom' niet opgenomen in zijn drie bundels met Russische verhalen en de Engelse vertaling is dus niet door hem geautoriseerd. Zijn zoon Dmitri tekent ervoor, zoals ook voor nog twaalf andere, niet door zijn vader gebundelde Russische verhalen. Ze zijn nu in de twee omvangrijke delen 'Verzamelde verhalen', waarmee De Bezige Bij haar schitterende Nabokov-vertaalproject afsluit, soms uit het Engels en soms uit het Russisch vertaald. Een tikje inconsequent, er zou namelijk alles voor te zeggen zijn om in deze gevallen uitsluitend van het Russisch uit te gaan.

Dmitri Nabokov maakt door de wijze waarop hij het werk van zijn vader bezorgt en van commentaar voorziet veeleer de indruk een Nabokov-imitator te zijn dan een serieus te nemen erfgenaam. Zo bestaat hij het, nota bene onder verwijzing naar de voortreffelijke en betrouwbare biografie van Brian Boyd, om de chronologie van de verhalen hier en daar behoorlijk te verprutsen. Het lijkt wel of hij Boyd in het geheel niet heeft geraadpleegd inzake de chronologie, hoe kan anders het verhaal 'Bezoek aan het museum' uit 1931 dateren (moet zijn 1938) en 'Een Don Juan' uit 1930 (moet zijn 1932). De drie verhalen die na 'De cirkel' volgen - ander voorbeeld van slordig editeren - horen niet in de volgorde 1, 2, 3, 4 te staan, maar in de volgorde 2, 4, 1, 3. Van alle Engelse verhalen van Nabokov is niet in het commentaar vermeld waar en wanneer ze geschreven zijn, terwijl dat er in 'Nabokovs Dozen' keurig onder stond. Andere kwestie: waar is het nagelaten Russische verhaal 'De tovenaar' gebleven, een soort prelude op de roman 'Lolita'? Het had in deze 'Verzamelde verhalen' moeten staan.

Dit alles kan natuurlijk niet verdoezelen dat we hier met een grote verzameling van bij tijd en wijle adembenemend mooie verhalen te maken hebben. Ze zijn weliswaar grotendeels al eerder in vertaling gepubliceerd, maar nu aangevuld met het resterende en deels ook opnieuw vertaald, vormen ze een onmisbaar supplement bij de serie vertaalde romans. Over die romans zijn boekenkasten vol geschreven, over de verhalen is voorzover ik weet maar betrekkelijk weinig opgemerkt, het meest systematisch passeren ze de revue in Boyds biografie.

Zoals wel valt te verwachten, zijn de verhalen in veel opzichten korte uitbeeldingen van thema's en motieven die van de romans bekend zijn, met dien verstande dat ze inhoudelijk, en ook stilistisch, vanzelfsprekend meer verwant zijn aan de Russische dan aan de Engelse romans.

Maarten Biesheuvel meent in zijn flaptekst dat Nabokov een betere verhalen- dan romanschrijver was. Hij doet die bewering kennelijk uitsluitend op grond van 'Nabokovs Dozen', waarin inderdaad volmaakte verhalen staan als 'Lente in Fialta', 'Eerste liefde' en 'Mademoiselle O.'. Maar die dateren alle uit een wat latere tijd en lijken weinig op het meeste vooroorlogse werk.

Het valt op, zeker in het eerste deel van deze 'Verzamelde verhalen' dat tot 1932 loopt, dat Nabokov streng de hand houdt aan zijn plot, ook wel in details treedt, maar die nog niet zo verzelfstandigt als hij later met voorliefde zal doen. Niet zelden bevat de plot een onverwachte draai, waardoor de werkelijkheid van het verhaal ineens kan omslaan in een nachtmerrie of in een zalige droom. Het is Nabokovs vaste motief van twee werelden, die van de realiteit enerzijds en die van de verbeelding, de droom, de herinnering anderzijds.

In het nooit gepubliceerde verhaal 'La Veneziana' uit 1924 wikkelt de plot zich op het laatst in duizelingwekkende vaart af en blijkt een van de personages 's nachts in een portretschilderij te zijn bijgeschilderd. Hij heeft als het ware gevolg gegeven aan zijn wens om opgenomen te worden in de wereld van het schilderij, dat de vrouw voorstelt op wie hij uitzinnig verliefd is. Wanneer hij er vervolgens vanaf wordt gepoetst, staat hij als uit een droom ontwakend op uit de lappen met verfresten. Het verhaal is sfeervol en spannend en laat zoals heel vaak bij Nabokov het geval is, de kunst een centrale rol spelen. Dikwijls zijn z'n verhaalfiguren kunstenaar of verwijzen hun verbeelding en verlangens naar creatieve aanleg en artistieke ambities. Ook de gemankeerde kunstenaar, die de ironicus Nabokov koestert, behoort tot de soort.

Intussen is het vraag hoe deze verhalen gelezen moeten worden. Waarschijnlijk in laatste instantie omwille van het patroon, de schikking van voorval en toeval, de ritmiek, dat is althans op te maken uit het slot van 'Het gevecht' uit 1925, dat een inzicht bevat waar de latere Nabokov geregeld op terugkomt:

“Ik weet niet en wil ook niet weten wie in deze geschiedenis gelijk had en wie niet. Je zou natuurlijk een heel andere draai aan het verhaal kunnen geven, vol medeleven vertellen hoe vanwege het koperen muntje geluk werd verwoest, hoe Emma de hele nacht huilde, en hoe ze, toen ze tegen de ochtend insliep, in haar droom weer het woeste gezicht van haar vader zag die haar geliefde in elkaar sloeg. Maar misschien gaat het helemaal niet om menselijk leed en menselijke vreugde, maar om het spel van licht en schaduw op een levend lichaam, om de harmonie van kleine dingen die op een bepaalde dag, op een bepaald moment, op een niet te evenaren en unieke manier samenvallen.”

Niet het leven houdt bij Nabokov de kunst een spiegel voor, de kunst geeft de essentie weer van het leven. Nabokovs esthetiek speelt zich niet, zoals vaak wordt gedacht, in het luchtledige af, maar heeft alles te maken met zijn bijzondere beleving van het bestaan. Dat is weliswaar tijdelijk, maar er kunnen voor wie precies en gedetailleerd ondergaat, zie in de grote roman 'Ada' de filosofie over 'het weefsel van de tijd', eeuwige momenten in optreden, waaraan door de kunst gestalte wordt gegeven. De wreedheid van het bestaan - ook die verdoezelt Nabokov nooit - spreekt nogal eens uit de onvervuldbaarheid van verlangens en het feit dat heel wat verhalen eindigen met de dood van het personage.

Al in het vroege 'Pilgram' (de Russische titel; in het Engels heet het 'The Aurelian', eerder in het Nederlands luidde de titel 'Prikkebeen') droomt een Berlijnse, sappelende vlinderverzamelaar en -verkoper ervan te kunnen reizen naar exotische vlindergebieden en als hij op een goede dag een bijzondere verzameling voor flink wat geld van de hand doet, besluit hij onverwachts zijn huis en huwelijk te verlaten en op reis te gaan. Een vallende spaarpot op de valreep kost hem even onverwachts het leven:

“Ja, Pilgram was ver weg, heel ver weg. Hoogstwaarschijnlijk had hij Granada, Murcia en Albarracin bezocht, en was toen doorgereisd naar Suriname of Taprobane; en zonder enige twijfel zag hij al die prachtige insecten die hij altijd zo graag had willen zien - fluweelzwarte vlinders die boven de oerwouden zweven en een klein motje in Tasmanië, en dat Chinese 'dikkopje' dat volgens de verhalen tijdens zijn leven naar geperste rozen geurt, en de schoonheid die een zekere meneer Baron kortgeleden in Mexico had ontdekt. En daarom doet het in zekere zin niet ter zake dat Eleonora enige tijd later, toen ze de winkel in dwaalde, de geruite koffer ontdekte, en daarna haar man die languit op de grond lag met zijn rug naar de toonbank, te midden van uitgestrooide muntjes, zijn lijkbleke gezicht verwrongen door de dood.” Hier vindt in de dood alsnog de vervulling van Pilgrams wensen plaats, de verbeelding (in Nabokovs visie een verwante van de dood) neemt het heft over van de realiteit en wel op een mededogende wijze. De ironie van het lot nu even daargelaten.

De Bezige Bij en de vertalers hebben met de reeks verzamelde romans en verhalen een onwaardeerlijk monument voor Nabokov opgericht. Van wat nu nog onvertaald is gebleven - toneelstukken, essays, gedichten, brieven - zouden in eerste instantie het magistrale 'Strong Opinions' en de enerverende 'Nabokov-Wilson Letters' in aanmerking komen, maar misschien is dat meer iets voor de serie Privé-Domein van De Arbeiderspers, waarin de 'Selected Letters' al onder de titel 'Zuivere kleuren' gloriëren. Er blijft, ook na zoveel moois, altijd iets te wensen over.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden