Review

Niet weer dat ene koekje bij de thee

Het had zo mooi kunnen zijn: een buitenlandse journaliste die Nederland een spiegel voorhoudt. Maar Annette Birschel is niet alleen onzorgvuldig, ze heeft ook niets nieuws te melden.

In een tijd waarin Nederlanders druk debatteren over hun nationale identiteit, kan het een voordeel zijn als vreemde ogen de vaderlandse samenleving eens nader observeren.

’Vreemde ogen’ was ook de titel van een vijftien jaar geleden verschenen bundel beschouwingen over Nederland, geschreven door buitenlandse correspondenten. Ongetwijfeld kent WDR-correspondente Annette Birschel, sinds 1995 woonachtig in ons land, dat boek ook, maar met ’Do is der Bahnhof’ (de titel dankt ze aan Koot en Bie-types Gé en Arie Temmes) heeft ze vermoedelijk een meer actuele situatieschets willen geven.

Maar juist op dat punt stelt haar boek teleur. In haar inleiding stelt Birschel nog vast dat er in Nederland na de moorden op Fortuyn en Van Gogh veel veranderde: „Het klimaat verhardde, de toon werd feller. Ik herkende het land niet meer”. Helaas blijft een analyse van die maatschappelijke metamorfose – of, om bij haar eigen stiel te blijven, van de media – vervolgens achterwege.

Een aantal van haar waarnemingen is zonder twijfel correct, maar in de regel betreft het kwesties die weinig te maken hebben met de Fortuyn-revolte. Dat Nederland – in tegenstelling tot het meer hiërarchisch gestructureerde Duitsland – niet door één ’baas’ wordt bestuurd, maar dat een bepaalde elite de dienst uitmaakt, was al bekend: op zijn laatst sinds de katholieke vakbondsman Mertens in 1968 een lijst opstelde met de tweehonderd machtigste mensen in Nederland.

Wat leren we verder nog? Tolerantie betekende voor Nederlanders allereerst ‘gedogen’; een typisch Nederlandse uitdrukking als ’moet kunnen’ is feitelijk een contradictio in terminis; onze vakanties zijn pas dan geslaagd wanneer ze goedkoop zijn; Nederlandse fatsoensnormen zijn over het algemeen bedenkelijk en onze veelgeroemde talenkennis helpen we zelf om zeep door veel havisten en vwo’ers een stevige Duitse en Franse ondergrond te onthouden. Allemaal waar – maar keer op keer denk je: waar heb ik dit eerder gelezen?

Op andere plaatsen in haar boek promoveert Birschel halve karikaturen tot hele waarheden: van de paternalistische rol van ’strenge heren in hun zwarte pakken’ in Staphorst, via onze strijd tegen het water tot en met de blijkbaar onvermijdelijke verjaardagsvisite, compleet met koffie en het beruchte ene koekje.

Het definitieve doodsteek geeft Annette Birschel haar boek, door een groot aantal onzorgvuldigheden als feiten op te dienen – zo liggen de percentages vwo-leerlingen en Gymnasium-Schüler dichter bij elkaar dan Birschel suggereert. Bovendien doet ze menig merkwaardige uitspraak. Hoezo zou het via de voorzitter spreken in de Tweede Kamer ’de afstand tot het gewone volk’ benadrukken? Welke ’verstikkende banden’ van welke partij hebben wij afgeworpen? En zouden nog geen tien jaar geleden op een middelbare school echt ’zonder uitzondering álle leerlingen hebben verteld dat hun oma’s en opa’s in het verzet hadden gezeten’?

Het had zo mooi kunnen zijn: een Duitse die ons een lachspiegel voorhoudt. Maar Birschel heeft een tamelijk beslagen exemplaar gehanteerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden