TV-columnMaaike Bos

‘Niet normaal vies’ is zo gek nog niet

Dat ze híer een vierdelige documentaireserie van hebben gemaakt, dacht ik aanvankelijk. Van de resten bloed, poep en andere lichaamsstoffen die Tuğrul Çirakoğlu opruimt, draait je maag om. Moeten we de serie ‘Niet normaal vies – De wereld van schoonmaker Tuğrul’ (BNNVara) echt wekenlang aanzien?

Man T. naast me was al weggezapt bij de beelden van een zwart matras vol maden, maar het fascineerde mij toch hoe die dertigjarige Amsterdammer dit werk heeft gekozen, het volhoudt, en wat voor mens hij is. Ik dacht: als hij dit élke dag ziet, ruikt en voelt, kan ik het ook wel een uurtje ‘clean’ via het beeldscherm bekijken.

Het is bijna ontroerend hoe hij denkt over zijn werk. Hij begon zijn schoonmaakbedrijf Frisse Kater als reinigingsservice voor de losgeslagen feestjes van kinderen van Quote 500-types. Hij was ‘de schoonmaakturk’, omringd door decadent vuil en denigrerende opmerkingen. “Je hebt toch geen universiteit gedaan?” Nou, hij had een master Management en business afgerond en wilde de financiële wereld in. Werd alleen nergens uitgenodigd op gesprek, en was maar voor zichzelf begonnen.

Hij is vaak de laatste hoop van mensen

Inmiddels is hij gespecialiseerd in het schoonmaken van ‘crime scenes’, van de huizen van onopgemerkte doden, suïcides en van extreme vervuiling door bijvoorbeeld duivenpoep of ziekelijke verzameldrift (hoarding). Dat ervaart hij als dankbaarder werk. Hij is vaak de laatste hoop van mensen.

Gaandeweg zie ik zijn werk met andere ogen. Hij gebruikt de slogan ‘Alsof er niets is gebeurd!’, maar tot een huis er zo uitziet, is hij zelfs fysiek in gevaar. Van duivenpoep kun je een longontsteking krijgen of verlamd raken, om van de agressieve desinfectiemiddelen nog maar te zwijgen. “Je moet opletten, je moet echt ballen hebben”, lacht Tuğrul.

Maar een veiligheidspak en gasmasker beschermen niet tegen het mentale gewicht van het werk. Het ontroerende is dat hij niet de drek het ergste vindt (een badkamer met 150 kilo poep, een huis met 2500 kilo bedorven kippevlees, lijkvocht), maar dat hij te doen heeft met de mensen die zo verlaten leefden en stierven. Een tot twee keer per week komt hij in huizen van mensen die er lang dood hebben gelegen. Soms terwijl huisgenoten in een kamer ernaast gewoon hun avondmaal eten en film kijken, fulmineert hij in de volgende aflevering. “Elke keer voel ik eenzaamheid en verdriet.” Hij maakt uit respect altijd nog een rondje door iemands persoonlijke spulletjes, zodat hij hem (of haar) als mens kan zien.

Nu hij goed geld verdient, zien mensen hem wel staan

Hoe langer je kijkt, hoe urgenter Tuğruls boodschap wordt. Hij maakt vlogs van die huizen en krijgt meelevende reacties, van mensen die bang zijn net zo te sterven. Hij schrijft een boek. Hij spreekt op de radio. ­Elke kans grijpt hij aan om de politiek en ons te zeggen: we moeten meer naar elkaar omkijken. “Op sociaal vlak schieten we erg tekort”, zegt hij.

Tuğrul doelt óók op zijn eigen gebrek aan kansen door racisme, en op de pesterijen op zijn witte middelbare school. Ik vroeg me af of zijn zenuwtic met knipperende ogen door zijn werk komt of door zijn frustraties. Nu hij goed geld verdient, zien mensen hem wel staan, zegt hij verdrietig. Deze docu-­serie brengt discriminatie, armoede, eenzaamheid en ongelijkheid met elkaar in verband. En van al die ellende ruimt hij de laatste scherven op. Het is bijna een daad van respect om volgende week weer te kijken.

Vijf keer per week schrijven Renate van der Bas en Maaike Bos columns over televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden