Review

Niemand kreunt en jankt op zijn saxofoon als James Carter

Met zijn New Electric Quintet borduurt de Amerikaanse saxofonist James Carter voort op de verrichtingen van jazzmusici als Ornette Coleman, Ronald 'Shannon' Jackson en James 'Blood' Ulmer tien, zo'n vijftien jaar geleden.

'Harmolodics' noemde pionier Coleman zijn muziek waarin streng gestructureerde patronen op fascinerende wijze gecombineerd werden met vrije improvisatie. 'Freefunk' noemden we die muziek in Nederland met bandjes als Hans Dulfers Reflud, die Coleman navolgden. En nu probeert James Carter daar het zijne aan toe te voegen. Grappig genoeg doet Carter, die pas een jaar of tien geleden voor het eerst van zich deed horen als krachtpatser op de saxofoon in een tussen 'conventioneel' en 'free' laverend idioom, dat nu met twee musici die de ontwikkeling van 'harmolodics' en 'freefunk' van dichtbij meemaakten: basgitarist Jamaladeen Tacuma en slagwerker Calvin Weston. De twee andere musici, toetsenist Robert Jackson en gitarist Jef Lee Johnson voelden zich ook thuis in deze elektrificerende en vaak naar momenten van pure muzikale extase toewerkende muziek.

Carters visie op 'harmolodics' en 'freefunk' is op zich weinig vernieuwend. Hij voegt er een dosis blues aan toe, een toefje heavy metal en veel 'free'. Kenmerkend voor het concert dat hij woensdagavond in The Max-zaal in de Melkweg gaf, was de lengte van de nummers. Een halfuur per nummer was niks. Die tijdsduur geeft al aan dat de musici het ervan namen. Iedereen kreeg de ruimte om zich in zijn solo's van alle kanten te laten kennen. Dat is natuurlijk aardig voor de musici, maar vreemd genoeg kwamen de fans van Carters fenomenale saxofoongeluid er daardoor enigszins bekaaid van af.

Als blazer behoort Carter tot de absolute top. Het lijkt alsof hij op zijn saxofoons -in de Amsterdamse Melkweg beperkte hij zich tot de tenor en sopraan- alles kan. Niemand kan op zijn sax zo overtuigend steunen, kreunen, janken, schelden of zich vrolijk maken, als deze jonge saxofoongod. Zijn growls gaan dieper dan die van anderen, zijn bereik tussen laag en hoog is groter, en zijn kennis van de jazzgeschiedenis en zijn persoonlijke vernieuwingsdrang als blazer zijn eveneens opmerkelijk.

Carter gaf een fiks aantal proeven van zijn kunnen. Vaak overschreeuwde hij zichzelf in een oorverdovende groepssound, waarin alle instrumenten niettemin helder hun plaats behielden. In wat meer relaxte passages was hij op zijn best. Daarin konden technisch kunnen en gevoel hand in hand gaan en de luisteraar overrompelen door hun oprechtheid. In de Melkweg kon het publiek er geen genoeg van krijgen.

Met praktisch dezelfde bezetting (met gitarist Marc Ribot i.p.v. Jackson) maakte Carter eerder dit jaar de cd 'Layin' in the cut' (Atlantic 7567 83305-2).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden