Review

Nielsen zet publiek op verkeerde been

ROTTERDAM - “We krijgen nog een toegift”, meende een Doelen-concertganger vrijdagavond na het tweede deel van het vioolconcert van de Deense componist Carl Nielsen.

Deze bezoeker en ook de rest van het publiek kregen veel meer dan een toegift. Nielsens breedsprakige concert telt niet minder dan vier delen. Het voorbarige applaus na het Allegro cavalleresco was niet zo verwonderlijk: de componist zet dankzij de spectaculaire slotmaten het publiek gemakkelijk op het verkeerde been. Het concert werd uitgevoerd door het Rotterdams Philharmonisch Orkest geleid door Hans Vonk met de Fins-Amerikaanse violist Kurt Nikkanen als solist. Elisabeth Concours-winnaar Nikolaj Znaider moest wegens een armblessure afzeggen. Maar invaller Nikkanen toonde zich na een voorzichtig begin een violist van formaat die alle fijnzinnigheid en virtuositeit waaraan het vioolconcert zo rijk is overtuigend wist uit te dragen. Nikkanen beschikt over een juweel van een toon en demonstreerde dat met name in de uitvoerige cadens van het tweede deel. Hans Vonk liet Nikkanen alle vrijheid. Vonk, tegenwoordig chef-dirigent van het Amerikaanse St. Louis Symphony Orchestra, koos voor een programma dat zich zou afspelen in het Noordelijk deel van Europa met muziek uit Denemarken, Noorwegen en Finland.

Het Noorse aandeel kwam van de hand van Igor Stravinski. Noorwegen en Stravinski vormen een combinatie die niet echt voor de hand ligt, maar de componist had de opdracht muziek te schrijven bij een film over de nazi-invasie in Noorwegen. Die film kwam er nooit, de Four Norvegian Moods wel. Stravinski bewerkte vier Noorse volksliedjes. Op z'n zachtst gezegd was het verbazingwekkend dat hij onder zulke onbenullige werkjes zijn naam zette. Sibelius liet zich inspireren door het eeuwenoude Finse Kalevala-epos. Het is, in het kort gezegd, het verhaal van de visser Lemminkinen die na een avondje stappen niet meer terugkeert in het echtelijk huis. Hij blijkt verdronken maar wordt door zijn moeder weer tot leven gewekt. Sibelius voegde de vier legenden tezamen tot een suite, zijn opus 22, met als wonderschoon hoogtepunt 'De zwaan van Tuonela' waarin de sfeer wordt bepaald door de althobo. Hans Vonk en het Rotterdams Philharmonisch Orkest kunnen goed met elkaar over weg, dat viel tenminste op te maken uit de de sublieme vertolking van het Sibelius-opus. Sibelius, meester in het instrumenteren, roept in zijn legenden vele stemmingen op en als 'verteller' van de volks-epos neemt hij daarvoor royaal de tijd. Het vergt nogal wat van een dirigent om zo lang en zo intens de spanning te blijven vasthouden, voor Vonk bleek dat geen probleem. Het orkest gaf hem alles waar hij om vroeg, en dat was rijkelijk veel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden